
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Werkwoorden bij de derde naamval
De werkwoorden die met de derde naamval gaan, kun je onthouden met de zin
Gelieve Geen Grote Kado’s Geven Hartelijk Dank
G lauben
G ehören
G ratulieren
H elfen
D anken
Het OSI-model
De officiële ezelsbrug voor het OSI-model (Reference Model for Open Systems Interconnection)
All People Seem To Need Data Processing
A pplication – Toepassing
P resentation – Presentatie
S ession – Sessie
T ranport – Transport
N etwork – Netwerk
D atalink – Datalink
P hysycal – Fysiek
Lagen van een berg
Om de bedekkingslagen van een berg te onthouden, kun je denken aan ERANL
E euwige sneeuw
R otsgordel
A lpeweiden
N aaldboomgordel
L oofboomgordel
Het verschil tussen midi en minuit
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
D = D en N = N
MiDi = Dag
MiNuit = Nacht
De geleedpotigen
De geleedpotigen zijn de onthouden met het acroniem KIDS
K reeftachtigen
I nsecten
D uizendpoten
S pinachtigen
Het verschil tussen two en too
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan OO = OO en TW = TW
tOO = OOk
TWo = TWee
Indeling dierenrijk
Ergens in September Hoort Willie Wortel Gekke, Slimme Grappen.
E = eencelligen
S = sponzen
H = holtedierne
W = wormen
W = weekdieren
G = geleedpotigen
S = stekelhuidigen
G = gewervelden
De kruisbanden in de knie met insertie
Om de kruisbanden in de knie met hun insertie op de femurcondyl te onthouden, kun je denken aan
VLAM
V oorste
L ateraal
A chterste
M ediaal
Oude Griekenland
De vier huidige buurlanden van Griekenland, maakten vroeger deel uit van Griekenland. Deze kun je onthouden door te denken aan BATMan
B ulgarije
A lbanië
T urkije
M acedonië
De vier fasen van een experiment
Deze kun je onthouden met de zin
Bekende Vlamingen willen Centrale Verwarming
B eschrijven
V erklaren
C ontroleren
V oorspellen
Het verschil tussen objectief en subjectief
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
O = O en S = S
Objectief = Ongevoelig (feiten)
Subjectief = Sentiment (eigen mening)
De ontwikkelingsstadia van een embryo
De volgorde van de drie ontwikkelingstadia van een embryo, gevolgd door de drie kiemlagen, zijn te onthouden aan de hand van MoBGaDEME
Mo rurla
B lastula
G astrula
E ctroderm
M esoderm
E ndoderm
Kleurcoderingen in electrotechniek en electronica
De kleurcoderingen in electrotechniek en electronica kun je onthouden met de zin
Zij Bracht Rozen Op Gerrits Graf Bij Vies Grauw Weer.
Z wart, waarde = 0
B ruin, waarde = 1
R ood, waarde = 2
O ranje, waarde = 3
G eel, waarde = 4
G roen, waarde = 5
B lauw, waarde = 6
V iolet, waarde = 7
G rijs, waarde = 8
W it, waarde = 9
Ammoniak, Ammonia, Ammonium
Ammoniak = NH3 (G)
Ammonia = NH3 (AQ) – eindigt op een A en de toestand AQ begint ook met een A.
Ammonium = NH4+ (AQ) – heeft geen 2e A en is daarom ‘bijzonder’
bij de notenbalk
als je noten wil leren kan dat als volgende
alle noten op de lijn zijn van onder naar boven: Alle Goeie Bands Drinken Fristi
maar voor tussen de lijnen is ook een ezelsbruggetje: FACE en dat is in het engels gezicht
Bruine Boon
De onderdelen van een bruine boon kun je onthouden met HaNaPoZa
Ha rtvormig bultje
Na vel
Po ortje
Za adhuid
Hoofdconcepten maw
Vorming, binding, verhouding, verandering.
de Vorming van Bindingen Veranderen naar Verhouding snel.
Het spijsverteringskanaal
Om te onthouden welke weg je voedsel moet afleggen, kun je denken aan
Mijn Slak Moet Lekker Altijd Trakteren De Blinde Doet Eng
M ondholte
S lokdarm
M aag
L ever
A lvleesklier
T waalfvingerige darm
D unne darm
B linde darm
D ikke darm
E ndeldarm
Vraag- en aanbodlijn
De vraaglijn loopt altijd naar beneden, net als het eerste streepje van de V. Het wordt dus zo’n lijn: .
De aanbodlijn loopt juist naar boven, net als het eerste streepje van de A. De lijn ziet er dus zo uit: /.
De reine intervallen
Om de reine intervallen te onthouden, kun je denken aan POKK
P rime
O ctaaf
K wart
K wint
Vreugde
LOVE
Leutig ( opgewonden )
Opgetogen ( enthousiast )
Verrukt ( grappig )
Euforisch ( zeer blij )
Het verschil tussen een optimist en een pessimist
Om dit verschil te onthouden, kun je eraan denken wat ze zouden zeggen bij heftige mistval
Optimist –> Op die mist! (postief)
Pessimist –> Wat een pest, die mist (negatief)
Kunststijlen na 1400
Om deze te onthouden, kun je denken aan de zin
Rick Moet Bart Ross Noemen Soms
R enaissance
M aniërisme
B arok
R ococo
N eo-classicisme
S ymbolisme
Bindingen stikstofbasen in DNA
In DNA maken heb je A, C, G en T.
Om te onthouden welke stikstofbase met welke verbonden is gebruik je:
AppelTaart (A-T)
CitroenGebak (C-G)
Voor de geofactoren
Loop Pas Door Water Wanneer (Het) Op Gras Regent
Lucht, Planten wereld, Dieren wereld , Water, Wind , (het)Ondergrond, Gesteente, Reliëf
