
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Relinquit
Relinquit = achterlaten
Het is zielig om je hondje vast te binden aan de reling en hem daar achter te laten
De Bourbons
Om te onthouden dat de familie van Bourbon de laatste Franse monarchie vormden (1589-1792) kun je denken aan de zin
Omdat ze aan de Bourbon zaten, vlogen ze eruit
Orgaanstelsels
Deze kun je onthouden aan de hand van de zin
Vette Boeren Spelen Uiteindelijk Zomers Altijd Lekker Buiten
V erteringsstelsel
B eenderstelsel
S pierstelsel
U itscheidingsstelsel
Z enuwstelsel
A demhalingsstelsel
L ymfestelsel
B loedvatenstelsel
primair en secundair
als je het verschil wilt onthouden tussen deze twee: primair klinkt als primeir. primairbij. onthou dat en je weet het verschil. als je deze weet is de ander natuurlijk secundair
De snaren van een viool
De snaren kun je onthouden met de zin
Elke Aap Doet Gek
E – A – D – G
Discedere
Discedere= alle kanten op gaan/uiteen
Denk aan discus werpen. De discus gaat alle kanten op
Het verschil tussen At en Ad
Het verschil tussen At en Ad kun je onthouden door T/M (tot en met) als (soort van) acroniem te zien.
At = maar
Ad = naar
aT = Maar.
Griekse wetenschappers
Om te onthouden wie 4 Griekse wetenschapper waren en wat zij deden:
Hero schreef hoe Archie en Piet berekenden hoe een Hippie moest zorgen.
Herodotus: geschiedenis schrijver
Archimedes: wiskunde
Pythagoras: wiskunde
Hippocratus: geneeskunde
Werkwoorden met avoir
Om te onthouden welke werkwoorden met avoir vervoegd worden, kun je denken aan de zin
Een Charmante Cassière Rekende Frustrerend
Être
Changer
Commencer
Réussir
Finir
de Dativ voorzetsels
ZAAGMENS BV
Z = zu
A = aus
A = außer
G = gegenüber
M = mit
E = entgegen
N = nach
S = seit
B = bei
V = von
spijsvertering
mond=m
slokdarm=s
maag=ma
twaalfvlingerige=t
dunne darm=d
dikke darm=di
endeldarm=e
anus=a
Ezelsbruggetje muzieknoot D
De muzieknoot D hangt te drogen, omdat de noot D onder de lijnen hangt
De onderste regel van het toetsenbord
De letters op de onderste regel van het toetsenbord kan je onthouden met de zin:
Zoek X Cent Verloren Bij Nieuwe Maan
Vraag- en aanbodlijn
De vraaglijn loopt altijd naar beneden, net als het eerste streepje van de V. Het wordt dus zo’n lijn: .
De aanbodlijn loopt juist naar boven, net als het eerste streepje van de A. De lijn ziet er dus zo uit: /.
De soorten gewrichten
Om de drie soorten gewrichten in het lichaam te onthouden, kun je denken aan
Kippen en Schapen Rapen
K ogelgewricht
S charniergewricht
R olgewricht
Tijdvakken
Jan gaat met Simon op reis per bus:
J agers en boeren
G rieken en romeinen
M onniken en ridders
O ontdekkers en hervormers
R egenten en vorsyen
P ruiken en revoluties
B urgers en stoommachines
Toonladders met kruizen
Om de toonladders met de hoeveelheid kruizen te onthouden, kun je denken aan de zin Geef De Armen Een Bord Fis Cis (die laatste twee staan dan voor ‘visjes’).
G 1#
D 2#
A 3#
E 4#
B 5#
Fis 6#
Cis 7#
De Latijnse naamvallen
Om deze te onthouden, kun je denken aan de zin
Niet Vechten Als Gemene Domme Apen
N ominativus
V ocativus
A ccusativus
G enitivus
D ativus
A blativus
Bon beau grand
Rijmpje:
(Ook vrouwelijk en meervoud)
bon beau grand
gros mauvais mechant
haut vieux long petit
cher jeun joli
Deze bijvoeglijke naamwoorden komen vóór het zelfstandig naamwoord
Het verschil tussen modus en mediaan
Om het verschil tussen modus en mediaan te onthouden, kun je denken aan ‘mode’ wat terugkomt in modus. Mode behelst de kleren die op dat moment het meest worden gedragen.
Modus = Het waarnemingsgetal dat het meest voorkomt
Mediaan = het middelste waarnemingsgetal
Naamvallen
Resman (klinkers weg) mnl
Der
Des
Den
Den
Dieddie Vrl
Die
Der
Der
Die
Diederdendie (spreek het eenmaal uit en je vergeet dit niet) Meervoud
Die
Der
Den
Die
Onz (gen+dat lijkt op mnl, nom + akk zelfde)
Das
Des
Dem
Das
LE PAS. COMP. AVEC ÊTRE
Om te weten welke werkwoorden met être worden vervoegd in de passé composé moet je “MAARTEN P.R.” onthouden.
Montre <-> descendre
Arriver <-> partir
Aller <-> (re)venir
Rentre
Tomber
Entre <-> sortir
Naître <-> mourir
P.asser
R.etourner
+ les verbes pronominaux
Bulgarije – Sofia
Om het land Bulgarije met de hoofdstad Sofia te onthouden
In Bulgarije wonen een “boel” meisjes en die heten allemaal Sofia.
