
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Avoir
Een soort liedje
Met je een ai
Met tu een as
Met il een a
En elle a
Ook een a met on
Nous is apart avons
Vous is een avez
Ils elles (h)ont
Prijselasticiteit
De prijselasticiteit van een product is de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid / procentuele verandering prijs.
Prijselasticiteit = ΔQ / ΔP
Dit ku nje onthouden door te denken aan een QuarterPounder
Ierland – Dublin
Om het land Ierland en haar hoofdstad Dublin te onthouden, kun je denken aan de zin
Ier’s bier gaat er dubbel in
Magneet
Op een magneet is het rode gedeelte de noordpool en de witte kant de zuidpool. Om dit te onthouden, kun je denken aan R=R
NooRdpool = Rood
Anemos
ο ανεμος = de wind
Anemos lijkt op anemoon en een anemoon “waait” in de “wind” van de zee (hij beweegt in de stroming van de zee)
Bruine Boon
De onderdelen van een bruine boon kun je onthouden met HaNaPoZa
Ha rtvormig bultje
Na vel
Po ortje
Za adhuid
Verschil tussen kruis en mol
Een kruis staat bovenop een kerk dus die verhoogt de noot waarvoor hij staat.
Een mol zit onder de grond dus die verlaagt de noot waarvoor hij staat.
De oorzaken van pancreatitis
Deze kun je onthouden door GET SMASH’D
G alstones
E thanol
T rauma
S teroids
M umps
A uto-immuun
S corpion-bite
H yperlipidaemia
D rugs
Occasion
Om de spelling van het woord ‘occasion’ te onthouden, kun je denken aan de zin
I learned to see it as an occasion to spell it right
To see = 2 c
As an = S 1
De snaren van een viool
De snaren kun je onthouden met de zin
Elke Aap Doet Gek
E – A – D – G
Het metrum
De onderdelen van het metrum kun je onthouden met de zin
Jij Activeert Toch Die Andere Software
J ambe. v_
A napest. _v
T rochee. vv_
D actylus. _vv
A mfibrachus. _ _
S pondee. v_v
Het verschil tussen bakboord en stuurboord
Het verschil tussen bakboord en stuurboord kun je onthouden door R =R
StuuRboord = Rechts
Bakboord = Links
Begrippen om een stuk te beschrijven
Rode Tulpen Met Hele Dikke Kelk Bladeren
Ritme, Tempo, Melodie, Harmonie, Dynamiek, Klankkleur, Bezetting.
Coniunctivus
Om te onthouden op welke manieren je een coniunctivus praesens kunt vertalen, kun je denken aan
WAT Voor Modus
W ens
A ansporing
T wijfel
V erbod
M ogelijkheid
covalenties
covalentie 1:
H(elp)
F(enna)
Cl(ub)
Br(ommer)
I(n)
covalentie 2:
O(f)
S(anne)
covalentie 3:
N(o)
P(roblem)
covalentie 4:
C(heese)
je moet er een verhaaltje van maken
Het verschil tussen objectief en subjectief
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
O = O en S = S
Objectief = Ongevoelig (feiten)
Subjectief = Sentiment (eigen mening)
Het OSI-model
De officiële ezelsbrug voor het OSI-model (Reference Model for Open Systems Interconnection)
All People Seem To Need Data Processing
A pplication – Toepassing
P resentation – Presentatie
S ession – Sessie
T ranport – Transport
N etwork – Netwerk
D atalink – Datalink
P hysycal – Fysiek
Ontleden van een zin
Voor het ontleden van zinnen:
Piet Gaat Zeilen Op Lange Malle Boot.
Piet = persoonsvorm (eerste werkwoord)
Gaat = gezegde (alle werkwoorden in de zin)
Zeilen = zinsdelen
Op = onderwerp (wie/wat + persoonsvorm = onderwerp)
Lange = lijdend voorwerp (wat/wie + persoonsvorm + onderwerp = lijdend voorwerp)
Malle = meewerkend voorwerp (aan wie/voor wie + persoonsvorm + onderwerp + lijdend voorwerp = meewerkend voorwerp)
Boot = niks ;p gewoon om makkelijk te onthouden!
De grote steden van Duitsland
Deze kun je onthouden met de zin
Als Beren Kunnen Duikelen, Dan Eet Dave Mijn Oogbal
A ken
B onn
K eulen
D usseldorf
D uisburg
E ssen
D ortmun
M unster
O snaburk
addere
addere = toevoegen
addere lijkt op het engelse woord “add”, dat toevoegen betekent.
Kleurcoderingen in electrotechniek en electronica
De kleurcoderingen in electrotechniek en electronica kun je onthouden met de zin
Zij Bracht Rozen Op Gerrits Graf Bij Vies Grauw Weer.
Z wart, waarde = 0
B ruin, waarde = 1
R ood, waarde = 2
O ranje, waarde = 3
G eel, waarde = 4
G roen, waarde = 5
B lauw, waarde = 6
V iolet, waarde = 7
G rijs, waarde = 8
W it, waarde = 9
Het verschil tussen omnivoor, carnivoor en herbivoor
Om dit te onthouden kun je denken aan het Latijn, waar het vandaan komt
Carne = vlees –> carnivoor = vleeseter
Herba = plant –> herbivoor = planteneten
Omni = alles –> omnivoor = alleseter
