
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Keerkringen
Om het verschil tussen de twee keerkringen te onthouden, kun je denken aan de zin
De kreeft zit op de steenbok
De kreeftskeerkring staat boven de evenaar, de steenbokskeerkrings staat onder de evenaar
Type verdiensten
De type verdiensten kun je onthouden met het acroniem KANO
K apitaal –> Rente
A rbeid –> Loon of salaris
N atuur –> Pacht of huur
O mzet –> Winst
Graan soorten
Deze kun je onthouden met de zin
Hans Gaat Truusje Roepen
H aver
G erst
T arwe
R ogge
Het verschil tussen bijziendheid en verziendheid
Dit verschil kan worden onthouden door de volgende zin
Bij Van Houten vindt Adelheid Brood
B ijziendheid
V:
V oor het netvlies (beeld)
H olle (negatieve) lens nodig ter correctie
V erziendheid
A chter het netvlies (beeld)
B olle (positieve) lens nodig ter correctie
OLIGARCHIE
OLIEGARCHIE—> een klein groepje rijke mensen die aan de macht is
door OLIE word je rijk
De komma
Om te onthouden wat er met de komma gebeurt bij vermenigvuldigen en delen, kun je denken aan
R = R en L = L
KeeR = Komma naar Rechts
DeLen = Komma naar Links
Lijdend voorwerp
Stel de volgende vraag:
Wat kan ik (pv +wwg)? = LV
Voorbeeld:
Mijn vader wast de auto
Wat kan ik wassen? De auto = lv
De bakker weegt de koekjes af.
Wat kan ik afwegen? De koekjes = lv
Blauwe en Witte Nijl
Het verschil tussen de witte en de blauwe Nijl kun je uit elkaar houden door de L in blauw
Dit is ook de L van Links
De voorzetsels bij Der
De voorzetsels die met Der samengaan, kun je onthouden door het acroniem DJ WAMS
D ies –> deze
J ed –> iedere, menig
W elch –> welke
A ll –> alle(s), iedereen
M anch –> sommige, menig
S olch –> zulke
Het verschil tussen current ratio en quick ratio
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
RR=RR
CuRRent Ratio = Incl VooRRaad
Quick Ratio = Excl voorrraad
De Plié
Om te onthouden of de plié naar beneden of omhoog gaat, kun je denken aan de zin
De Plié gaat naar benée
Être en avoir
om Être en avoir niet door elkaar te halen kan je dit gebruiken: bij avoir begint alles met een a (behalve ils sont) en avoir begint ook met een a 🙂
Tafel van 9
Heb je moeite met de tafel van 9? Hierna niet meer!
Zet aan de linkerkant de cijfers 0 t/m 9 en aan de rechterkant de cijfers 9 t/m 0…
09
18
27
36
45
54
63
72
81
90
Lange ij, korte ei.
Als je een plank neerlegt op de puntjes van de lange ij dan blijft hij recht liggen, dus dan is het een sterk werkwoord en wordt het woord geschreven met een lange ij.
Want een sterk werkwoord is bijna altijd met een lange ij.
Zelfstandige naamwoorden
Om te onthouden wat onder zelfstandige naamwoorden valt, kun je denken aan MeDIPlaDi
Me nsen
Di ngen
Pla atsen
Di ngen
Spoel en condensator
CIRCUS LUIPAARD
C I r c U s
Condensator: de stroom loopt voor op de spanning
L U I paard
Spoel: de spanning loopt voor op de stroom
De OPEC-landen
Om de OPEC-landen te onthouden, kun je denken aan de zin
IQ VAN LIKVIS
I ndonesië
Q uatar
V enezuela
A lgerije
N igeria
L ibië
I rak
K oeweit
V erenigde Arabische Emiraten
I ran
S aoedi-Arabië
Oxidator en reductor
Oxidator- elektronen Opnemen
Reductor- elektronen Afstaan
Oxidator en opnemen beginnen beide met de O.
Verschil AM en PM
Ik hou AM en PM uit elkaar door zelf een vertaling te geven.
AM -> After Midnight. Dat is dus na middernacht en dus ’s morgens (dus tot 12 uur is het ochtend en dat is ook precies wat AM aangeeft)
PM is dan dus ’s middag (en ’s avonds).
Ducit
Ducit = leiden, brengen.
Als je iemand naar zijn plaats brengt zeg je in het Engels “Do sit” (Ga zitten)
12 Teamrollen van Belbin
Krasvaste Dus
Kwaliteitscontroleur
Rechter
Aanpasser
Slavendrijver
Vredestichter
Ambassadeur
Specialist
Teamleider
Evaluator
Diplomaat
Uitdager
Supporter
Zuur bij water of water bij zuur?
Bij het maken van een oplossing moet je altijd goed oppassen met water en zuur. Om dit te onthouden, kun je denken aan het rijmpje
Zuur bij water en je slaat nooit een flater, water bij zuur betaal je duur
