Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

sedere, zitten

sedere doe je op je derrière.

Door myrthe

Azerbeidzjan – Bakoe

Azerbeidjan bakt een koe. Hiermee kun je onthouden dat Bakoe de hoofdstad van Azerbeidjan is!

Door Hannah

V-dal

Om te onthouden wat een V-dal is, kun je denken aan V = V

V-dal = riVierdal

Door Renate

De soorten gewrichten

Om de drie soorten gewrichten in het lichaam te onthouden, kun je denken aan
Kippen en Schapen Rapen

K ogelgewricht
S charniergewricht
R olgewricht

Door Anne

Mollen en kruizen

De beginletters van de eerste 3 mollen zijn BEA
B es
E s
A s

De beginletters van de eerste 3 kruizen zijn FCG (groningen)
F is
C is
G is

Door Rosanne

Baino

Baino betekent gaan en lijkt op het woord banaan
hierdoor is mijn ezelsbruggetje voor baino:

gaan met die banaan

Door mira

Rivieren in midden-Nederland

De drie rivieren in het midden van het land, kun je van boven naar beneden onthouden met
LuiWamMes

L ek
W aal
M aas

Door Lisanne

Kijk in het woord

Denk goed na in het woord, misschien zit daar nog een ander woord in dat je kent en dan kan je er makkelijk achterkomen. Of het woord lijkt heel erg op het Nederlands.

Door Daantje

Eisen

Eis = naar binnen

Ik EIS dat ik naar binnen mag

Door Julie

Met veel liefde

Als je tafel dekt en je dekt kopbestek in gebruik je Met Veel Liefde

Vanaf het bord gezien naar boven:

Mes, Vork, Lepel

Door Femke

2-atomige moleculen

Claartje fietst nooit in haar onderbroek, Pietje soms.

Claartje= Cl2 = Chloor.
Fietst = F2 = Fluor.
Nooit = N2 = Stikstof.
In = I2 = Jood.
Haar = H2 = Waterstof.
Onder= O2 = Zuurstof.
Broek = BR2 = Broom.
Pietje = P4 = Fosfor.
Soms = S8 = Zwavel.

Door Babita

Berg of dalparabool

Als er een – voor de x staat, is het negatief dus 🙁 berg

Als er een plus staat is het positief dus 🙂 dal

Door Marit

Het verschil tussen lijden en leiden

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan 
IJ = IJ

Lijden = pijn lijden

Door Tim

Voor het landen

Om te onthouden waar je aan moet denken voor een landing, kun je denken aan HARS

H oogte
A fstand
R ichting
S nelheid

Door Kim

Het verschil tussen zuur en basisch

Bij de lakmoesproef kan je zien welke kleur staat voor zuur en welke voor basisch door te denken aan 
R = R en B = B
Rood is zuuR
Blauw is Basisch

Door Hadufa

Ouvert

Ouvert = open

Denk aan O = O

Door Nikki

Het verschil tussen convergent en divergent

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan CON = CON en DI = DI

Convergent = samenkomen
Denk aan CONcert (bij een concert komen mensen bij elkaar)

Divergent = uit elkaar
Denk aan DIers (bij een divergerende lichtbundel gaan de stralen diverse kanten uit)

Door Elise

Salutare

Salutare = begroeten

Denk maar aan salut (Frans)

Door sophie

Simulare

Simulare = doen alsof

In een simulatie doe je alsof

Door Anoniem

Come Sit

Covalenties van atoomsoorten, dit is covalentie 4: C, Si

Door Sofie

PANQ (bij ontkenning)

Temps composé: (de ontkenning)

PANQ=
ne Personne
ne Aucun
ne Nulle part
ne Que

Regel bij PANQ ->
onderwerp+ ne +hulpwerkwoord+voltooid deelwoord + ‘personne’

Door Anoniem

Noorwegen Zweden Finland

Niet Zo Fris
Of Stinkt Het;

Volgorde landen: Noorwegen,Zweden, Finland.
Oslo Stockholm Helsinki

Door Natasja

Sceane

Sceane = toneel

Een toneelstuk heeft verschillende scenes

Door Floortje

Modellen voor het verklaren van werking zenuwstelsel

Deze modellen kun je onthouden aan de hand van de zin
Red Coloured Surface Is Hot So Don’t Process Now

R eflexmodel (stimulus-response)
C haosmodel
S timulus-perceptiemodel 
I ntentie-actiemodel 
H ierarchisch model 
S ensomotorische cirkel
D rie (3) units van Luria 
P lastisch zenuwstelsel 
N euronale groepentheorie

Door Eugene

Ontwerpcyclus

Om de onderdelen van de ontwerpcyclus te onthouden, kun je gebruik maken van de zin
Anna Probeert Uw Feestjes Ruw Te Eindigen

A nalyseren/beschrijven
P rogramma van eisen opstellen
U itwerkingen bedenken
F ormuleren uitwerkingen
R ealiseren uitwerkingen
T esten
E valueren

Door Frédèrique

Het verschil tussen if en when

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
Als als “indien” is, dan is als “if”

als = if of when?

Vervang ‘als door ‘indien’; blijft de zin daardoor onveranderd, gebruik dan ‘if’!

Door H.

Vidēre

vidēre = zien,

vidēre lijkt op video, dus een video kijken/zien

Door Senne
Home
Alle items
Uploaden