
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Ooster- en westerschelde
Als je met je neus naar de Noordzee staat, zie je in het Oosten de Oosterschelde en in het Westen de Westerschelde
Klimaat systeem van Köppen
Een geheugensteuntje bij het Klimaatsysteem van Köppen
Alleen voor A-C-D klimaat:
s- sommertrocken: droge periode valt in de Sommer.
w- wintertrocken: droge periode valt in de Winter.
f- felht: er is geen droge periode. De droge periode is Foetsie.
Alleen voor B klimaat:
BW-klimaat: B Woestijnklimaat.
BS-klimaat: B Steppeklimaat.
Alleen bij E klimaat:
EF-klimaat: sneeuwklimaat zonder begroeiing. De begroeiing is Foetsie.
EH-klimaat: Hooggebergte klimaat. Zelfde als EF-klimaat, maar dan op grote Hoogte.
ET-klimaat: Toendra klimaat.
Het verschil tussen de Tigris en de Eufraat
Om te onthouden waar de Tifris en de Eufraat liggen, kun je denken aan T = T
Tigris = ligt Noordelijk, aan de Top
Midden-Amerika
De landen van Midden-Amerika, van boven naar beneden:
Mijn goudvis Bas eet haast nooit chocolade pudding
Mexico – Guatemala – Belize – Equador – Honduras – Nicaragua – Costa Rica – Panama
Zeeuwse wateren
Om de Zeeuwse wateren te onthouden, gebruik ik altijd het volgende: Hartelijk Gefeliciteerd Oud Wijf
HGOW = Haringvliet Grevelingen Oosterschelde Westerschelde (van boven naar beneden op de kaart)
De economische factoren van de secundaire factor
Deze kun je onthouden met het acroniem BOWIE
B ouw
O ntginning van delfstoffen
W aterwinning
I ndustrie
E nergie opwekken
Cultuurverspreiding
De kenmerken van cultuurverspreiding kunnen worden onthouden met de zin
Mijn Tante Maakt Hopjesvla
M igratie
T ante
M edia
H andel
De rivier Po
Om de rivier de Po te vinden op te kaart, ga je op zoek naar de Laars. Wanneer je op de Po zit, laat je je broek zakken tot aan je laars
Luchthavens in België
Om de zes belangrijkste luchthavens in België te onthouden, kun je denken aan GAZBOL
G ent
A ntwerpen
Z eebrugge
B russel
O ostende
L uik
ITCZ – hoge en lage luchtdruk
Hoog is droog.
In het hogedrukgebied is het droog en valt er weinig neerslag. In het lagedrukgebied valt er veel neerslag.
Tip: het ezelsbruggetje is om te onthouden. Schrijf op je toets niet: In het hogedrukgebied is het droog. Maar leg het proces uit!!
Keerkringen
Om het verschil tussen de twee keerkringen te onthouden, kun je denken aan de zin
De kreeft zit op de steenbok
De kreeftskeerkring staat boven de evenaar, de steenbokskeerkrings staat onder de evenaar
De volgorde van de Noordelijke provincies
De volgorde van de drie Noordelijke provincie zijn te onthouden met het acroniem DOG
Van boven naar beneden
D renthe
O verijssel
G elderland
Opkomst zon
Waar de zon opkomt, kun je onthouden met deze zin:
De zon komt Op in het Oosten en gaat Weg in het Westen
Kenmerken concurrentiekracht
Om de vijf kenmerken die bij concurrentiekracht horen te onthouden, kun je denken aan POMOT
P roductiefactoren
O ndernemersgeest
M arktorganisatie
O verheid
T oevalsfactoren
Estland, Letland, Litouwen met hoofdsteden
Om de landen Estland, Letland, Litouwen met hun hoofdsteden Tallinn, Riga en Vilnius te kunnen onthouden.: ELeLi TaRiVi
De kastenstelsels van India
De volgorde van de kastenstelsels van India kun je onthouden met de zin
Ben Kei Veel Snoep Winkels Doorgelopen
B rahmanen
K shatriaya’s
V aishya’s
S hudra’s
D alits
Verschillende landschapstypes
Bij Wie Gaan Belgen Lopen In Toeristische Steden
Boslandschap
Woestijnlandschap
Graslandschap
Berglandschap
Landbouwlandschap
Industrielandschap
Toeristisch landschap
Stedelijk landschap
Hoofdsteden Roemenië en Hongarije
De Boeddha heeft honger en gaat dus naar HONGArije (Boedapest) en door een boek krijg je roem dus Boekarest ligt in Roemenië
Oost-Europa
Enkele Oost-Europese landen kunnen onthouden worden met de zin
Slaan Om Te Slaan Heel Raar
S lovenië
O ostenrijk
T sjechië
S lowakije
H ongarije
R oemenië
De lagen van de Aarde
De lagen kun je onthouden door te denken aan
Nina Plaagt Bas Stevig, Kim Rent Duizelig Hierheen
N etlaag
P apillenlaag
B asaalcellenlaag
S tekellaag
K orrellaag
R einse barrière
D oorschijnendelaag
H oornlaag
Slovenië – Ljubljana
Om het land Slovenië met de hoofd stad Ljubljana te onthouden, kun je denken aan
Sloof je uit voor (koningin) Juliana
plekken in friesland
HaLeDo Des HeLS
HArlingen
LEeuwarden
Dokkum
Drachten
Heereveen
Lemmer
Sneek
Het verschil tussen neus en zolen
Neus = bovenaan de landkaart
Zolen = onderaan de landkaart
Je eigen neus zit ook bovenaan en je zolen onderaan
De Zuidpool en de Noordpool
Om te onthouden waar de pinguins en de ijsberen leven, kun je denken aan
U = U en R = R
zUidpool = pingUins
nooRdpool = ijsbeeR
Het verschil tussen oud en jong gebergte
Hierbij kun je denken aan O = O
Oud gebergte = rOnde toppen
Jong gebergte heeft spitse toppen, net als de J
De dammen van Nederland
De dammen en stuwdammen van Nederland, kun je onthouden met de zin
Super Veel Grietjes Vinden Het Boertje Ongelofelijk
S tormvloedklering Hollandse IJssel
V eersegatdam en zandkreekdam
G revelingendam
V olkerdakdam
H arinvlietdam
B rouwersdam
O osterschelde (stormvloedkering, oesterdam en philipsdam)
