Biologie Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Ordening biologie

Rijke (1) Spanjaarden (2) Krijgen (3) Op (4) Familiefeesten (5) Grote (6) Stukken (7) Rosbief (8)

1. Rijken
2. Stammen
3.Klassen
4. Orde
5. Familie
6. Geslacht
7. Soort
8. Ras

 

leerjaar 1 – biologie voor jou VWO

Door Yente

Graan soorten

Deze kun je onthouden met de zin
Hans Gaat Truusje Roepen

H aver
G erst
T arwe
R ogge

Door Zoë

De lever

Om te onthouden waar de lever in de bovenbuik zit, kun je denken aan 
R=R

LeveR = Rechts

Door Lydia

De onderdelen van een bloemplant

Om deze te onthouden, kun je denken aan KeKroMeSt

Ke lkbladeren
Kro onbladeren
Me eeldraden
St amper

Door Nette

Het verschil tussen de boomklever en de boomkruiper

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan

L=L en R=R

De kLever = bLauw

De kRuiper = bRuin

Door H.

Categorize organism

KiPCOFGeSp

Kingdom
Phylum
Class
Order
Family
Genus
Species

Binomial system Linnaeus

Door Claudia

Invloeden bij zwangerschap

Om de onthouden welke slechte invloeden bij zwangerschap een rol kunnen spelen, kun je denken aan de zin
Rex Dook Achter Mijn Zetel

R oken
D rugs
A chter
M edicijnen
Z iekten

Door Anoniem

Osmose

Osmose is een proces op basis van diffussie, waarbij een oplossing door een semi-permeabel membraan gaat en alleen vloeistof doorlaat en niet de stoffen

Dit kun je onthouden door OSMOSE zelf

O plossing
SM semi-muur

Door George

Het verschil tussen xyleem en floëem

Om te onthouden hoe water wordt getransporteerd door de vaten van een plant, kun je denken aan K-klank = K en F = F-klank

Xyleem (de houtvaten) = water door deze vaten moet omhoog Klimmen
Floëem (de bastvaten) = water Vloeit door deze vaten heen

Door Selinde

De lagen van de opperhuid

Om de lagen van de opperhuid van buiten naar binnen te onthouden, kun je denken aan de zin
Hoor Daar Komt Sint Binnen

H oornlaag
D oorschijnende laag
K orrellaag
S tekellaag
B asaalcellenlaag

Door Martine

Het verschil tussen Anaërobe en Aërobe Dissimilatie

Het verschil tussen anaërobe en aërobe dissimilatie kun je onthouden door deze zin

Ana (van Anaëroob) houdt van wijn, wijn moet gisten.  Anaëroob –> gisten.
Aëroob moet niet gisten. Aëroob –> verbranding.

Door Jilly en Renee

verbranding

Veel Grijze Zeehonden Eten Wekelijks Kabeljauw.

Verbranding
Glucose
Zuurstof
Energie
Water
Koolstofdioxide

Door Anoniem

Betekenis ice theorie in ehbo:

I: immobilisatie ( je mobiel zit vaak in de kontzak en kan dus geen kant meer op)
C: compressie (een compressor spuit druk en met compressie zorg je ook voor druk)
E: elevatie (in het Engels is een lift elevator dat lijkt op het woord en een lift gaat omhoog dus het lichaamsdeel moet ook omhoog.

Door Manon

Het verschil tussen onverzadigd en verzadigd vet

Om te onthouden welke van de twee goed of slecht zijn, kun je denken aan
O = O

Onverzadigd vet = Oké, deze verkleinen de kans op hart- en vaatziekten
Verzadigd vet = Niet oké

Door Meta

Het proces van ontkiemen

Dit proces kun je onthouden met de zin
Wat Zullen We Stelen, Bas?

W ater wordt opgenomen
Z aadhuid barst open
W ortel komt naar buiten
S tengel komt naar buiten
B laadjes komen naar buiten

Door Anoniem

Het verschil tussen primaire en secundaire geslachtskenmerken

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan P = P en S = S

Primair –> Penis, deze heb je vanaf je geboorte 
Secundair –> Schaamhaar, dit krijg je pas in de puberteit

Door Pascalle

Tanden en bijbehorende structuren

Deze kun je onthouden aan de zin
Geurende Taart Trekt Celebrity’s Tevens Wilde Klanten Zenuwachtige Bakker

G lazuur

T andholte

T andvlees

C ement

T andbeen

W ortelbeen

K aakbeen

Z enuw

B loedvat

Door Iris

Organismen

Om de organismen van groot naar klein te onthouden, kun je denken aan
O, o, o, wc

O rganisme
O rgaanstelsel
O rgaan
W eefsel
C el

Door Evie

Verbranding bij de mens en de kaars

Om de verbranding bij de mens te onthouden, kun je denken aan de zin
Goed, Zei Winston Koning Eergisteren

G lucose
Z uurstof
W ater
K oolstofdioxide
E nergie

Om de verbranding bij een kaars te onthouden, kun je denken aan de zin
Kopen! Zei Winston Koning Eergisteren

K aarsvet
Z uurstof
W ater
K oolstofdioxide
E nergie

Door Sanne

Het centrale dogma

Het centrale dogma mechanisme:
1. Replicatie
2. TransCriptie
3. TransLatie

De C komt voor de L dus transcriptie komt voor translatie in het mechanisme.

(Daarnaast is de R ook voor de T in het alfabet)

Door Thanh

Botten in handen en voeten

Deze botten kun je onthouden met de zin
Van Mijn Handen Tot Mijn Voeten, Haha

V ingerkootjes
M iddenhandsbeentjes
H andwortelbeentjes
T eenkootjes
M iddenvoetsbeentjes
V oetwortelbeentjes
H ielbeen

Door Sharon

Het verschil tussen omnivoor, carnivoor en herbivoor

Om dit te onthouden kun je denken aan het Latijn, waar het vandaan komt

Carne = vlees –> carnivoor = vleeseter
Herba = plant –> herbivoor = planteneten
Omni = alles –> omnivoor = alleseter

Door Lindsay

De stikstofbasen in een DNA-molecuul

AT is GeC (Ad is gek)

A denine
T hymine

G uanine
C ytosine

Door Sanne

De Cel

Om de onderdelen van een cel te onthouden, kun je denken aan de zin
Kim Circuleert Cellen Club.

K ern

C ytoplasma

C elmembraam

C hromosomen

Door Rosalinde

Levensverschijnselen

De levensverschijnselen van een gewervelde kun je onthouden aan de hand van de zin
Alle Vogels Uit het Bos Worden Groot met Vis

A demhalen
V oeden
U itscheiden
B ewegen
W aarnemen
G roeien
V oortplanten

Door Linda

Functies steunweefsels

De functies van steunweefsels kun je onthouden met BOOT VS

B escherming
O pslag
O ndersteuning
T ransport
V erbinding
S tevigheid

Door Justin

Het verschil tussen een spar en een den

Om het verschil tussen sparren en dennen te onthouden, kun je denken aan S = S en D = D

Spar = Solo (1 naald)
Den = Duo (2 naalden)

Door Maxime

De verteringssappen in je lichaam

De verteringssappen in je lichaam kun je onthouden met het acroniem DAMAALGASP

DA rmsappen
MA agsappen
AL vleessappen
GA l
SP eeksel

Door Adam

Conflictgedrag

Bij overspronggedrag, spring je wat totaal niet bij de situatie past.
Bij amBIvalent gedrag, om de beurt 1 van de 2 (BI is 2)
Bij omgericht gedrag, richt je je ineens op iets anders (agressie is duidelijk te herkennen maar gericht op iets anders)

Door Jasmijn
Home
Alle items
Uploaden