
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Van top tot teen
Wanneer je je armen spreidt, is de afstand van de linkse top van je middelvinger naar de rechtse top van middelvinger, even groot als je eigen lengte
Klasse van geleedpotigen
Geleedpotigen:
Kreeftachtigen
Insecten
Duizendpoten
Spinachtigen
============
KIDS (alle eerste Letters)
Functies steunweefsels
De functies van steunweefsels kun je onthouden met BOOT VS
B escherming
O pslag
O ndersteuning
T ransport
V erbinding
S tevigheid
Het verschil tussen omnivoor, carnivoor en herbivoor
Om dit te onthouden kun je denken aan het Latijn, waar het vandaan komt
Carne = vlees –> carnivoor = vleeseter
Herba = plant –> herbivoor = planteneten
Omni = alles –> omnivoor = alleseter
Cones -> Color
De regel van de staafjes en de kegeltjes (kleur) geldt ook in het Engels voor de rods and cones: Cones zijn voor Color!
Botten in handen en voeten
Deze botten kun je onthouden met de zin
Van Mijn Handen Tot Mijn Voeten, Haha
V ingerkootjes
M iddenhandsbeentjes
H andwortelbeentjes
T eenkootjes
M iddenvoetsbeentjes
V oetwortelbeentjes
H ielbeen
Het spijsverteringskanaal
Om te onthouden welke weg je voedsel moet afleggen, kun je denken aan
Mijn Slak Moet Lekker Altijd Trakteren De Blinde Doet Eng
M ondholte
S lokdarm
M aag
L ever
A lvleesklier
T waalfvingerige darm
D unne darm
B linde darm
D ikke darm
E ndeldarm
Osteoblasten en Osteoclasten
Osteoblasten: zorgen voor de bouw van nieuw bot.
Osteoclasten: zorgen voor het Crushen (afbreken) van bot.
Organen
De verschillende organen kun je onthouden met de zin
Hoe Maken De Leeuwen De Lange Neus
H art
M aag
D ikke darm
L ongen
D unne darm
L ever
N ieren
Het verschil tussen Anaërobe en Aërobe Dissimilatie
Het verschil tussen anaërobe en aërobe dissimilatie kun je onthouden door deze zin
Ana (van Anaëroob) houdt van wijn, wijn moet gisten. Anaëroob –> gisten.
Aëroob moet niet gisten. Aëroob –> verbranding.
Aantal wervels
Het aantal nekwervels van de mens zijn er net zoveel als de dagen van de week, dus zeven.
Het aantal borstwervels zijn er net zoveel als de maanden van het jaar, dus twaalf.
Het aantal lendewervels houd je over als je 12 – 7 doet, dus vijf.
Osmose
Osmose is een proces op basis van diffussie, waarbij een oplossing door een semi-permeabel membraan gaat en alleen vloeistof doorlaat en niet de stoffen
Dit kun je onthouden door OSMOSE zelf
O plossing
SM semi-muur
7 levens verschijnselen
Als Vader Uitgaat Wordt Vader Goed Bezopen.
Als= ademen
Vader= voeden
Uitgaat= uitscheiden
Wordt= Waarnemen
Vader= voortplanten
Goed= groeien
Bezopen= bewegen
Formule voor dichtheid
De formule voor dichtheid is
ρ = m*V
ρ = Dichtheid
m = Massa
V = Volume
De volgorde kun je onthouden door te denken aan het alfabet. De M komt voor de V in het alfabet en ook in de formule
Orgaanstelsels
Deze kun je onthouden aan de hand van de zin
Vette Boeren Spelen Uiteindelijk Zomers Altijd Lekker Buiten
V erteringsstelsel
B eenderstelsel
S pierstelsel
U itscheidingsstelsel
Z enuwstelsel
A demhalingsstelsel
L ymfestelsel
B loedvatenstelsel
Het verschil tussen primaire en secundaire geslachtskenmerken
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan P = P en S = S
Primair –> Penis, deze heb je vanaf je geboorte
Secundair –> Schaamhaar, dit krijg je pas in de puberteit
Conflictgedrag
Bij overspronggedrag, spring je wat totaal niet bij de situatie past.
Bij amBIvalent gedrag, om de beurt 1 van de 2 (BI is 2)
Bij omgericht gedrag, richt je je ineens op iets anders (agressie is duidelijk te herkennen maar gericht op iets anders)
Alle tijdvakken van de aarde
Pratende Choco Stengels Doen Charismatische Pogingen Tot Jodelen, Kruipend Tussen Kwallenpootjes
P recambrium
C ambrium
S iluur
D evoon
C arboon
P erm
T rias
J ura
K rijt
T ertair
K wartair
Het verschil tussen homo-en heterozygoot
Om het verschil tussen homozygoot en heterozygoot, kun je denken aan homo- en heteroseksueel
Homozygoot = dezelfde allelen voor één eigenschap
Heterozygoot = twee verschillende allelen voor één eigenschap
7 levenskenmerken
Vroeger ———– Voeden
Aten ————– Ademhalen
Witte ————– Waarnemen
Uilen ————– Uitscheiden
Bijna ————– Bewegen
Geen ————– Groeien
Volkorenbrood —– Voortplanten
Formule fotosynthese
Om deze formule te onthouden kun je denken aan de zin
Wat Kan Linda Geweldig Zingen
W ater +
K oolstofdioxide +
L icht =
G lucose &
Z uurstof.
Het centrale dogma
Het centrale dogma mechanisme:
1. Replicatie
2. TransCriptie
3. TransLatie
De C komt voor de L dus transcriptie komt voor translatie in het mechanisme.
(Daarnaast is de R ook voor de T in het alfabet)
Het verschil tussen biceps & triceps
Het verschil tussen biceps en triceps kun je onthouden door
B=B en TR=TR
Bicep = Buigspier
TRicep = TRekspier
De inhoud van een chromosoom
Om te onthouden hoe een chromosoom is opgebouwd, kun je het vergelijken met een boek
Het boek –> de chromosoom
De bladzijdes –> het DNA
De informatie –> Het gen met het bijbehorende genotype
Hout- en bastvaten
De vaten en hun functie kun je onthouden met de zin
HAnS eet je BOrD leeg
H outvaten vervoeren
An organische stoffen in de
S tijgende sapstroom
Bastvaten vervoeren
OR ganische stoffen in de
D alende sapstroom
De magen van een koe
De volgorde van de magen van een koe zijn te onthouden met PeNiBeL
P ens
N etmaag
B oekmaag
L ebmaag.
Categorize organism
KiPCOFGeSp
Kingdom
Phylum
Class
Order
Family
Genus
Species
Binomial system Linnaeus
Levensverschijnselen
De levensverschijnselen van een gewervelde kun je onthouden aan de hand van de zin
Alle Vogels Uit het Bos Worden Groot met Vis
A demhalen
V oeden
U itscheiden
B ewegen
W aarnemen
G roeien
V oortplanten
Het verschil tussen onverzadigd en verzadigd vet
Om te onthouden welke van de twee goed of slecht zijn, kun je denken aan
O = O
Onverzadigd vet = Oké, deze verkleinen de kans op hart- en vaatziekten
Verzadigd vet = Niet oké
