
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Het verschil tussen Anaërobe en Aërobe Dissimilatie
Het verschil tussen anaërobe en aërobe dissimilatie kun je onthouden door deze zin
Ana (van Anaëroob) houdt van wijn, wijn moet gisten. Anaëroob –> gisten.
Aëroob moet niet gisten. Aëroob –> verbranding.
Aminozuren
De populaire ongeladen aminozuren kunnen onthouden worden met de zin
Quinten Checkt Soms Youtube Na Tennis
Q Glutamine (Gln; Q)
C ysteïne (Cys; C)
S erine (Ser; S)
Y Tyrosine (Tyr; Y)
N Asparagine (Asn; N)
T hreonine (Thr; T)
Verbranding bij de mens en de kaars
Om de verbranding bij de mens te onthouden, kun je denken aan de zin
Goed, Zei Winston Koning Eergisteren
G lucose
Z uurstof
W ater
K oolstofdioxide
E nergie
Om de verbranding bij een kaars te onthouden, kun je denken aan de zin
Kopen! Zei Winston Koning Eergisteren
K aarsvet
Z uurstof
W ater
K oolstofdioxide
E nergie
Organisatieniveaus
Altijd Moet Celon Cellen Wegen Onder Orgels, Ook Planten Leven Ergens Binnen of Buiten
A: atoom
M: molecuul
C: celorganel
C: cellen
W: weefsel
O: orgaan
O: orgaanstelsel
O: organisme
P: populatie
L: levensgemeenschap
E: ecosysteem
B: bioom
B: biosfeer
Osmose
Osmose is een proces op basis van diffussie, waarbij een oplossing door een semi-permeabel membraan gaat en alleen vloeistof doorlaat en niet de stoffen
Dit kun je onthouden door OSMOSE zelf
O plossing
SM semi-muur
Het hart
Het hart is een pomp, deze regelt de bloedsomloop in het lichaam.
Om te onthouden dat de linkerkant zuurstofrijk bloed door heel het lichaam pompt en de rechterkant zuurstofarm bloed door de longen pompt, kun je denken aan Li = Li
Li nks = Li chaam
De soorten gewrichten
Om de drie soorten gewrichten in het lichaam te onthouden, kun je denken aan
Kippen en Schapen Rapen
K ogelgewricht
S charniergewricht
R olgewricht
Assimiliatie en Dissimiliatie
A = A
D = D
Assimiliatie = Aanbouw –> De opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen
Dissimiliatie = Destructie –> De afbraak van organische moleculen tot kleinere moleculen
Helicasa
Om te onthouden wat Helicase doet, kun je denken aan H = H
Helicase verbeekt H-bruggen in het DNA
Organismen
Om de organismen van groot naar klein te onthouden, kun je denken aan
O, o, o, wc
O rganisme
O rgaanstelsel
O rgaan
W eefsel
C el
Pelvis
Pelvis = bot in je heup
Om te onthouden waar deze zit, kun je denken aan
Elvis de Pelvis
Elvis schudde namelijk vaak met zijn heupen
Lagen van de opperhuid
Deze kun je onthouden met de zin
Bas Steekt Kor Door Hoofd
B asaalcellenlaag
S tekelcellenlaag
K orrellaag
D oorschijnende laag
H oornlaag
De lever
Om te onthouden waar de lever in de bovenbuik zit, kun je denken aan
R=R
LeveR = Rechts
Smaakpapillen
Om de verschillende smaakpapillen te onthouden, kun je denken aan ZoZoZuBi
Zo ut
Zo et
Zu ur
Bi tter
Autotroof – Heterotroof
Autotroof –> A van Anorganisch. Halen dus energie uit Anorganische stoffen en zonlicht
Heterotroof –> Hetero’s zijn verliefd op organismen van het andere geslacht. Halen dus energie uit organische stoffen (andere organismen).
De route van ademhalen
Niet
Met
Kleine
Saaie
Luiaards
Biologie
Leren
N eusholte
M ondholte |
K eelholte
S trottenhoofd
L uchtpijp
B ronchiën
L ongblaasjes
Hout- en bastvaten
De vaten en hun functie kun je onthouden met de zin
HAnS eet je BOrD leeg
H outvaten vervoeren
An organische stoffen in de
S tijgende sapstroom
Bastvaten vervoeren
OR ganische stoffen in de
D alende sapstroom
Ordening dieren (organisatieniveau)
Die (domein)
Rijke (rijk)
Stinkerds (stam)
Kunnen (klasse)
Overal (orde)
Fijne (familie)
Gebakjes (geslacht)
Stoppen (soort)
Het verschil tussen Flora en Fauna
Om het onderscheid te onthouden, kun je denken aan
L = L
FLora = pLanten
Fauna = dieren
Dierenstammen
Wormen, gewervelden, weekdieren, sponzen, neteldieren, geleedpotigen, stekelhuidigen
Waarom
Gaat
Willem (of een andere naam met een w)
Snel
Naar
Giesbeek (of een andere plaats met een g)
Skeeleren
Taxonomische indeling
“Rijken Spelen Koning Over Fel Gele Stenen” staat voor
Rijk
Stam
Klasse
Orde
Familie
Geslacht
Soort
Functies steunweefsels
De functies van steunweefsels kun je onthouden met BOOT VS
B escherming
O pslag
O ndersteuning
T ransport
V erbinding
S tevigheid
Stammen in het dierenrijk
Om de 7 stammen van het dierenrijk te onthouden, kun je deze zin gebruiken
Stoere Gerrit Gaf Willem Wortel Nooit Snoep
S ponzen
G ewervelden
W eekdieren
W ormen
N eteldieren
S tekelhuidigen
Nieren
Om te onthouden wat nieren allemaal uit je bloed halen, kun je denken aan de zin
Onder Andere Troep
O verbodige stoffen
A fvalstoffen/afbraakproducten
T eveel aan stoffen
De magen van een koe
De volgorde van de magen van een koe zijn te onthouden met PeNiBeL
P ens
N etmaag
B oekmaag
L ebmaag.
Aantal wervels
Het aantal nekwervels van de mens zijn er net zoveel als de dagen van de week, dus zeven.
Het aantal borstwervels zijn er net zoveel als de maanden van het jaar, dus twaalf.
Het aantal lendewervels houd je over als je 12 – 7 doet, dus vijf.
De lagen van de biologie
Om alle lagen van levende systemen waar de biologie zich mee bezighoudt, van hoog naar laag, te onthouden, kun je denken aan
Becpoot.com
B iosphere
E cosphere
C ommunity
P opulation
O rganism
O rgan
T issue
C ell
O rganelle
M olecule
