
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Ontwerpcyclus
Om de onderdelen van de ontwerpcyclus te onthouden, kun je gebruik maken van de zin
Anna Probeert Uw Feestjes Ruw Te Eindigen
A nalyseren/beschrijven
P rogramma van eisen opstellen
U itwerkingen bedenken
F ormuleren uitwerkingen
R ealiseren uitwerkingen
T esten
E valueren
Formule voor lenzen
Om de formule voor de brandpuntsafstand te onthouden, kun je denken aan Veel Boeren FIetsen
1/n + 1/b = 1/f
2*3=6
Als je bijvoorbeeld U = I * R ziet is het lastig om te bedenken wat nou de formule is voor I of juist R, bedenk dan:
6 = 2*3
dan is de stap naar
2 = 6/3 en 3 = 6/2,
en dus
I = U/R en R = U/I,
een stuk makkelijker.
Dit werkt met alle formules die je om moet schrijven!
Visualisatie
Om de moleculen die horen bij respectievelijk vast, vloeibaar en gas te onthouden, kun je denken aan een legoblokje, knikkers en stuiterballen
Spoel en condensator
CIRCUS LUIPAARD
C I r c U s
Condensator: de stroom loopt voor op de spanning
L U I paard
Spoel: de spanning loopt voor op de stroom
Van elektriciteitsfabriek naar huisaansluiting
Om de route van de elektriciteitsfabriek naar de huisaansluiting te onthouden, kun je denken aan VAAGHAK
V oedingskabel
A ardleiding
A ardleidingmeter
G roepenkast met zekeringen
H uisaansluiting
A ndere kabels
K wh-meter
Spanning, Stroom en Weerstand
Om het onderscheid te onthouden tussen spanning, stroom en weerstand, kun je denken aan
USV ISA RO
U –> Spanning in Volt
I –> Stroom in Ampère
R –> Weerstand in Ohm
Formule voor vermogen en weerstand
De formule voor vermogen is
P = U*I –> R = U/I
Dit kun je onthouden met PUIst RUIkt
P = Vermogen
U = Spanning
I = Stroomsterkte
R = Weerstand
Leizie
LeiCie.
Bij de spoel (L) komt de stroom (I) na de spanning (E).
Bij de compensator (C) komt de stroom (I) voor de spanning (E).
Eenheid van versnelling
versnelling a in m/s^2
“een a-tje met een kwadraatje”.
tijd dus in het kwadraat.
vermogen berkenen
je onthoud de volgorde van vermogen, spanning en stroom sterkte door:
vespa sterkte
ve- VErmogen
spa- SPAnning
sterkte- stroomSTERKTE
De gaswet
Om de gaswet te onthouden, kun je denken aan
Patrick Voskamp is een NeRT (!)
p*V = n*R*T
p = Druk
V = Volume
n = aantal
R = T = temperatuur
Het verschil tussen geocentrisch en heliocentrisch
Om het verschil tussen geocentrisch en heliocentrisch te onthouden, kun je denken aan het Oud-Grieks
Graphos = aarde
Helios = zon
Geocentrisch wereldbeeld = de aarde is het middelpunt van het heelal
Heliocentrisch = de zon als middelpunt van het heelal
Wiskundesom
Om een wiskundesom goed te beantwoorden, kun je denken aan FIBA
F ormule opschrijven
I nvullen wat je weet
B erekening opschrijven
A ntwoord geven
Kleuren van de regenboog
Om de kleuren te onthouden, kun je denken aan de zin
Ridder Overwint Gevaarlijk Gevecht, Blinkend In Victorie Ridder
R ood
O ranje
G eel
G roen
B lauw
I ndigo
V iolet
Formules U = volt = spanning
U = volt
(De U lijkt op de V)
U = volt = spanning
Tussen de U en de V heerst spanning.
I = stroom
Vaak wordt er een Uitroepteken geplaatst (! Lijkt op I).
v=s*t of v=s/t ?
Bij veel formules kun je de eenheid gebruiken. Bij v=s/t ook, want v = snelheid en de eenheid is km/h (of m/s). Km en m zijn eenheden van s (= afstand). H en s zijn eenheden van t (=tijd).
Het is km/h en m/s, niet km*h en m*s, dus is ook de formule v=s/t en niet v=s*t.
(Met veel formules geldt dit).
Formule voor energie
De formule kun je onthouden door te denken aan PET
p = E/T
p = Vermogen
E = Energie
T = Tijd
Elektrisch vermogen P in Watt
PIRI of PUUR
P = I^2 . R <= > P = I . R . I
P = U^2 / R <=> P = U . U . R
Warmtetransport
Voorbeelden nodig van de 3 vormen van warmtetransport? Denk aan de 3 vormen waar in een stof kan voor komen (fases)
Geleiding = door een vaste stof heen (metaal)
Stroming = vloeibare stof, zoals stromend water (douche)
Straling = gas: je ziet het niet, maar je voelt het wel.
Het verschil tussen kwalitatief en kwantitafief
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
L=L en N=N
KwaLitatief –> met letters
KwaNtitatief –> met nummers
Het verschil tussen cohesie en adhesie
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
A=A
Adhesie = aantrekkingskracht tot een Andere molecuul
Cohesie = aantrekkingskracht tot een dezelfde molecuul
Formule voor snelheid
Om de formule voor snelheid te onthouden, kun je denken aan snelheidsborden. Deze geven bijvoorbeeld 50 km/u aan. Hieruit kun je afleiden dat de afstand gedeeld door de tijd de snelheid berekent
v = s/t
v = snelheid
s = afstand
t = tijd
De wet van Ohm
Deze kun je onthouden aan Oom RUDI
Ohm –> R = U/I
R = weerstand
U = spanning
I = stroomsterkte
