
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
traplopen na trauma
trap op
je loopt naar de hemel dus je zet je goede been eerst neer (niet- aangedane zijde)
trap af
je loopt naar de hel dus je zet je slechte been eerst neer (aangedane zijde)
Structuur van de lies
Om de structuur van lateraal naar mediaal te onthouden, kun je denken aan
NAVEL
N erve
A rtery
V ein
E mpty space
L igament
Some Say Money Matters
Some Say Money Matters But My Brother Said Big Boobs Matter More
Woord beginnend met S = sensorisch; woord beginnend met M = motorisch; Woord beginnend met B = Beide (Hersenzenuwen: sensorisch of motorisch).
De 12 hersenzenuwen:
n. Olfactorius – Sensorisch
n. Opticus – Sensorisch
n. Oculomotorius – Motorisch
n. Trochlearis – Motorisch
n. Trigeminus – Beide
n. Abducens – Motorisch
n. Facialis – Beide
n. Vestibulocochlearis – Sensorisch
n. Glossopharyngeus – Beide
n. Vagus – Beide
n. Accessorius – Motorisch
n. Hypoglossus – Motorisch
Craniale zenuwen
Met deze ezelsbrug weet je of de 12 craniale zenuwen motorisch, sensorisch of gemixt zijn (beide)
–> M (motorisch), S (sensorisch), B (both)
Some Say Many Money, But My Brother Says Big Boobs Matter More
Craniale zenuw 1: Sensorisch
2: Sensorisch
3: motorisch …
basisprincipes verzorging
BH VEE ICE
beleving
hygiëne
veiligheid
ergonomie
economie
inspraak
comfort
ecologie
Huidlagen: buiten –> binnen
Can Good Skin Be My Defense?
C = Corneum
G = Stratum granulosum
S = Stratum spinosus
B = Stratum basale
M = Basaal membraan
D = Dermis
GRUM
GRUM
G(aleazzi)R(adius)U(lna)M(onteggia)
Om aan te geven wat een Galeazzi en een Monteggia fractuur zijn.
Galeazzi = een Radius fractuur en een Ulna luxatie.
Monteggia = een Ulna fractuur en een Radius luxatie.
Modellen voor het verklaren van werking zenuwstelsel
Deze modellen kun je onthouden aan de hand van de zin
Red Coloured Surface Is Hot So Don’t Process Now
R eflexmodel (stimulus-response)
C haosmodel
S timulus-perceptiemodel
I ntentie-actiemodel
H ierarchisch model
S ensomotorische cirkel
D rie (3) units van Luria
P lastisch zenuwstelsel
N euronale groepentheorie
De adductoren in de heup
Om de adductoren in de heup, van lateraal naar mediaal, te onthouden, kun je denken aan de zin
Pietje Ligt Graag Boven Op Marietje
P ectineus
L ongus
G racilis
B revis
M agnus
De carpale botten
Om de acht carpale botten te onthouden, kun je denken aan
Sam Likes To Push The Toy Car Hard
Proximaal van duim naar pink
S caphoid
L unate
T riquetrum
P isiforme
Distaal van duim naar pink
T rapezium
T rapezoid
C apitate
H amat
Toedieningsvormen
De verschillende toedieningsvormen kun je onthouden met SPROLTS
S ystematisch
P arentaal
R ectaal
O raal
L okaal
T ransdermaal
S ublinguaal
Medicijnen bij hartfalen
Om de medicijnen die voorgeschreven dienen te worden bij hartfalen te onthouden, kun je denken aan
ABCD, op alfabetische volgorde
A ce remmers
B etablokkers
C ardiotonica
D iuretica
Het verschil tussen specificiteit en sensitiviteit
Om dit verschil te onthouden kun je denken aan SPinSNuit
S pecificiteit –> I nsluiten
S ensitiviteit –> U itsluiten
Oorzaken van jeuk
De oorzaken van jeuk, zonder zichtbare huidafwijkingen, kun je onthouden door te denken aan HUIDPASTA
H odgkin
U remie
I cterus
D iabetes
P sychogeen
A nemie
S enilitas
T oxidermie
A nkylostomiasis
Het verschil tussen varus en valgus
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan R = R en L = L
vaRus = Rond
vaLgus = distaaL –> LateraaL
De oorzaken van splenomegalie
Deze kunnen onthouden worden aan de hand van SPLENO
S ekwestreren van erytrocyten bij hemolytische anemieën
P roliferatie secundair aan een acute of chronische ontsteking:
•acuut: sepsis, bacteriële endocarditis, tyfus, mononucleosis infectiosa, hepatitis;
•chronisch: brucellose, tuberculose, lues, malaria, leishmania, schistosomiasis,syndroom van Felty bij reumatoïde artritis, sle
L ipide-depositie of andere stapelingsziekten (ziekte van Gaucher, hemochromatose,amyloïdose, ziekte van Niemann-Pick)
E igenschappen sinds geboorte aanwezig (milt-hemangiomen, hamartomen, cysten)
N iNvasie door granulomen of hematologische maligniteiten.
O Ophoping van bloed:
•milttrauma;
•portale hypertensie (levercirrose, hartfalen, portale of miltvenetrombose).
Oorzaken van symptomen
Om verschillende mogelijke oorzaken voor symptomen te onthouden, kun je denken aan VINDICATEN
V asculair
I nflammatoir
N eoplasma
D egeneratief
I ntoxicatie
C ongenitaal
A utoimmuun/allergisch
T rauma
E ndocrinologisch
N utrioneel
De spieren van de Rotatorenmanchet
Deze spieren kun je onthouden met SITS
S upraspinatus muscle
I nfraspinatus muscle
T eres minor muscle
S ubscapularis muscle
Model van Huber
Dit model is te onthouden met de zin
Zo Spoedig Mogelijk Mijn Lelijke Kleding Dumpen
Z ingeving
S ociaal
M aatschappelijk participeren
M entaal welbevinden
L ichamelijk functioneren
K waliteit van leven
D agelijks functioneren
Congenitale infecties
De belangrijkste congenitale infecties
TORCHES
T oxoplasmose
R ubella
C MV
H IV / He patitis
S yfilis
Formule voor prevalentie
Om de formule voor prevalentie te onthouden, kun je denken aan PID
P revalentie =
I ncidentie *
D uur
Het verschil tussen supinatie en pronantie
Supinatie –> de beweging die je maakt als je soep van een lepel eet
Pronantie –> de beweging die je maakt als je een slok neemt, proost!
Behandeling bij hartinfarct
Om te onthouden wat je in urgente gevallen kunt doen bij een hartinfarct, kun je denken aan MONA
M orfine
O xygen
N itraat
A spirine
Volgorde leukocyten
Om deze volgorde te onthouden, kun je denken aan de zin
Never Let Monkeys Eat Bananas
N eutrofiele granulocyten
L ymfocyten
M onocyten
E osinofiele granulocyten
B asofiele granulocyten
Embryologie van de gehoorbeentjes
ACH MIS HAS
A rticulare = M alleus = H amer
Q(c)uadratum = I ncus = A ambeeld
H yomandibulare = S tapes = S tijgbeugel
Advanced Trauma Life Support
ATLS staat voor Advanced Trauma Life Support.
ATLS kent een bepaalde volgorde van handelen bij een ongeval, onthou hierbij SAFE ABC
S hout for help
A pproach with care
F ree from danger
E valuate:
A irway?
B reathing?
C irculation?
D isability?
E xposure?
