Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Semper

Semper = altijd

Semper lijkt op pamper, met pampers blijf je altijd droog

Door Mireille

Tafel dekken

Wanneer je de uiteinden van je wijsvinger en duim naar elkaar toe brengt, ontstaat er bij je linkerhand een ‘b’ en bij je rechterhand een ‘d’. Zo kun je bij het tafeldekken onthouden aan welke kant van het bord het brood en aan welke kant de drank hoort te staan volgens de etiquette.

Door Hanna

Hoofdconcepten maw

Vorming, binding, verhouding, verandering.

de Vorming van Bindingen Veranderen naar Verhouding snel.

Door Luna

basisprincipes verzorging

BH VEE ICE
beleving
hygiëne
veiligheid
ergonomie
economie
inspraak
comfort
ecologie

Door kato

Organische elementen

Om alle belangrijke elementen te onthouden die er in de organische elementen zitten, kun je denken aan SPONCH

S zwavel
P fosfor
O zuurstof
N stikstof
Hoofdelementen
C koolstof
H waterstof

Door Silke

De woordvolgorde van een Nederlandse zin

Om deze volgorde te onthouden, kun je gebruik maken van
Onze Goede Mina Leert Bakken Pannenkoeken Taart

O nderwerp
G ezegde
M eewerkend voorwerp
L ijdend voorwerp
B ijvoeglijke bepalingen
P laatsbepaling
T ijdsbepaling

Door Arjanne

De snaren van een ukulele

Om de snaren van een ukulele te onthouden, kun je denken aan
Gekke Cavia’s Eten Aardappelen

G – C – E – A

Door Lotte

cogitare

cogitare=denken
ik denk na terwijl ik gitaar speel

Door Donutgirl🍩

Ontleden van een zin

Voor het ontleden van zinnen:

Piet Gaat Zeilen Op Lange Malle Boot.

Piet = persoonsvorm (eerste werkwoord)

Gaat = gezegde (alle werkwoorden in de zin)

Zeilen = zinsdelen

Op = onderwerp (wie/wat + persoonsvorm = onderwerp)

Lange = lijdend voorwerp (wat/wie + persoonsvorm + onderwerp = lijdend voorwerp)

Malle = meewerkend voorwerp (aan wie/voor wie + persoonsvorm + onderwerp + lijdend voorwerp = meewerkend voorwerp)

Boot = niks ;p gewoon om makkelijk te onthouden!

Door Marit

de Dativ voorzetsels

ZAAGMENS BV

Z = zu
A = aus
A = außer
G = gegenüber
M = mit
E = entgegen
N = nach
S = seit

B = bei
V = von

Door Daniël

magnus

Denk aan een magnum, een groot ijsje.
Magnus is dus groot/luid!

Door Timo

voorzetsels accusativus

DOFE GUB:

D – durch
O – ohne
F – für
E – entlang

G – gegen
U – um
B – bis

Door Elina

De Latijnse naamvallen

Om deze te onthouden, kun je denken aan de zin
Niet Vechten Als Gemene Domme Apen

N ominativus
V ocativus
A ccusativus
G enitivus
D ativus
A blativus

Door Michiel

Kruisbanden

Om de kruisbanden te onthouden, kun je denken aan LAMP

Voorste kruisband
L ateraal naar
A nterior
Achterste kruisband
M ediaal naar
P osterior

Door Martha

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Het verschil tussen videt en vocat

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan I = I en O  = O

vIdet = zIen
vOcat = rOepen

Door Lisette

Uitgangen futuro

De uitgangen van de futuro komen grotendeels overeen met de uitgangen van haber, van de preterito perfecto.

Ik heb gegeten: He comido

Ik zal eten: comeré

De uitgang is dus de ‘h’ weg en een accent erop. Dit geldt voor allemaal behalve hemos en habéis, die worden respectievelijk ‘emos’ en ‘éis’.

Door Matthijs

Het verschil tussen endehors en endedans

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan

Endehors –> horse, paardrijden doe je buiten

Endedans –> dans, dansen doe je binnen

Door Margot

Toonladders met mollen

Om de toonladders met de hoeveelheid mollen te onthouden, kun je denken aan de zin
Finnen Beschouwen Eslanders Als Deskundige Geschiedenis Schrijvers

F –> 1 mol
Bes –> 2 mollen
Es –> 3 mollen
As –> 4 mollen
Des –> 5 mollen
Ges –> 6 mollen
Ces –> 7 mollen

Door Alex

Belgische vlag

Om de kleuren van de Belgische vlag te onthouden, van links naar rechts, kun je denken aan
ZWAGER

ZWA rt
GE el
R ood

Door Marie

Waddeneilanden

De Waddeneilanden kun je onthouden door
TV TAS
 
T erschelling

V lieland

T exel

A meland

S chiermonnikoog 

Door lina

Dare betekent geven

Dare betekent geven.

Hierbij kan je denken aan het Engelse dare betekent durven.

Do you -dare- om het te geven?
Durf je het te geven?

Door Noah

Euriskei

Euriskei = hij vindt

Het woord lijkt op eureka. Als je iets hebt gevonden roep je eureka! 

Door lisanne

De verteringsvolgorde

Deze volgorde kun je onthouden door de zin
Koolmezen Eisen Vetbollen

K oolhydraten (in de mond)
E iwitten (in de maag)
V etten (in de 12vingerige darm)

Door Jesse

Scheidingsmethoden

De scheidingsmethoden die je voor het examen moet weten beginnen, lopen bijna gelijk met het alfabet. Alleen de G en de H worden overgeslagen.
A-adsoberen
B-bezinken
C-centrifugeren
D-destilleren
E-extraheren
F-filtreren
I-indampen

Door Fenna

Elektrisch vermogen P in Watt

PIRI of PUUR

P = I^2 . R <= > P = I . R . I

P = U^2 / R <=> P = U . U . R

Door Digi

Het verschil tussen specificiteit en sensitiviteit

Om dit verschil te onthouden kun je denken aan SPinSNuit

S pecificiteit –> I nsluiten
S ensitiviteit –> U itsluiten

Door Kim
Home
Alle items
Uploaden