
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Thursday
Thursday = donderdag
Om dit te onthouden, kun je denken aan Thor’s day –> de Dondergod –> Donderdag
Oorzaken secondary nephrotic syndrome
Om de oorzaken voor secondary nephrotic syndrome (nierschade door eiwittekort) te onthouden, kun je gebruik maken van het acroniem DAVID:
D iabetes mellitus
A myloidosis
V asculitis
I nfections
D rugs
Stand van de benen
Om het verschil tussen genu varum en genu valgum te onthouden, kun je denken aan PHARAO
Genu Varum –> O-benen
Genu Valgum –> X-benen
Hindoeisme
Om de verschillende kasten van het Hindoeïsme te onthouden, kun je denken aan de zin
Bram Koopt Veel Smerige Dingen
B rahmanen
K shatriyas
V aishya
S hoendra’s
D halit
Rapido
Rapido=Snel.
Dit weet je door het voorste woord rap, Want een rap gaat snel en nu weet je het antwoord.
Vestigingsfactoren
Om de verschillende vestigingsfactoren te onthouden, kun je denken aan WANGT
W erknemers
A fzetmarkt
N utsvoorzieningen
G rondstoffen
T ransport
Formule molariteit
Om de formule voor molariteit te onthouden, kun je denken aan
Tinus is het gemiddelde van Moeder en Vader Mol
Molariteit –> t = m/VM
t = molariteit
m = mol opgelost
VM = volume (oplossing)
Bijwoorden
Herkenning bijwoorden : POOT
Plaats (er, daar, hier, ergens, etc.)
Onzekerheid (misschien, vast wel etc.)
Ontkenning
Tijd (gisteren, morgen, straks, etc)
Het verschil tussen midi en minuit
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
D = D en N = N
MiDi = Dag
MiNuit = Nacht
Schaalvergroting rekenen
2 formules, en je weet alles:
Toename:
(nieuw : oud x 100%)-100
Afname:
100-(nieuw : oud x 100%)
Bijvoorbeeld: Een bedrijf had eerst 200 euro, later 300. Dan doe je: (300 : 200 x 100%)-100 = 50% gestegen
Pensioenstelsels
Omslagstelsel = je maakt een omslag van de werkenden naar de pensioengerechtigden.
Kapitaaldekkingsstelsel = met eigen kapitaal zorg je voor je eigen pensioen.
De verdringingsreeks van de metalen
Deze kun je onthouden met deze lange zin
Lieve Koning BaCaNa MaG ALLeen op ZoNdagen, MaandaGen en ChRistelijke FEestdagen NIets SNoepen, BePaalt Het BInnenlands CUrriculum AanGaande PlaaTselijke AUtoriteiten
L ithium
K alium
Ba rium
Ca lcium
Na trium
Mg Magnesium
All uminium
Zn zink
Mn Mangaan
Cr Chroom
Fe rrum
Ni kkel
Sn stannum
Bp (pb) Plumbum
H ydrogrenium
BI smut
Cu prum
Ag argentum
Pt Platina
Au rum
Lijdend voorwerp
Stel de volgende vraag:
Wat kan ik (pv +wwg)? = LV
Voorbeeld:
Mijn vader wast de auto
Wat kan ik wassen? De auto = lv
De bakker weegt de koekjes af.
Wat kan ik afwegen? De koekjes = lv
Lange ij, korte ei.
Als je een plank neerlegt op de puntjes van de lange ij dan blijft hij recht liggen, dus dan is het een sterk werkwoord en wordt het woord geschreven met een lange ij.
Want een sterk werkwoord is bijna altijd met een lange ij.
Kwintencirkel
Kruizen:
Geef Die Aap Een Bak Fis Cis
Mollen:
Friese Boeren Eten Alle Dagen Gele Citroenen
Planeten
Om de planeten, van de zon af, te onthouden, kun je denken aan de zin
Maak Voort Aardig Meisje, Jantje Spuit U Nat
M ercurius
V enus
A arde
M ars
J upiter
S aturnus
U ranus
N eptunus
De volgorde van bytes
Deze volgorde kun je onthouden door de zin
Blauwe Koekjes Maken Gek, Truus
B ytes
K ilobytes
M egabytes
G igabytes
T erabytes
De malleolus medialis
Om de ligging van de pezen, de arterie en de nerva dorsaal van de malleolus medialis te onthouden, van ventraal naar dorsaal, kun je denken aan
Tom, Dick And Neville
T ibialis posterior
D igitorum Longus flexor
A tibialis tosterior
N tibialis
De IJstijden
Om de volgorde van de ijstijden te onthouden, kun je denken aan het acroniem WESHP
W eichselien –> Geen ijstijd
E emien –> IJstijd
S aalien –> Geen ijStijd
H olosteinien –> IJstijd
H oloceen –> Geen ijstijd
P leistoceen –> IJstijd
Vaarregels (bpr)
Bij zeilen heb je vaarregels (bpr) die onthoud je zo:
Gekke Stoere Kees Moet Surfen Leren
Gekke: goed zeemanschap
stoere: stuurboord wal houden
kees: klein wijkt voor groot
moet: motor wijkt voor spier en voor zeil
surfen: stuurboord wijkt voor bakboord
leren: loef wijkt voor lij
Het verschil tussen homo-en heterozygoot
Om het verschil tussen homozygoot en heterozygoot, kun je denken aan homo- en heteroseksueel
Homozygoot = dezelfde allelen voor één eigenschap
Heterozygoot = twee verschillende allelen voor één eigenschap
Het verschil tussen maguis en garrigue
Maquis = zandgrond
Garrigue = kalkgrond
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
Mag = Zak
Het verschil tussen de teller en de noemer
Om te onthouden waar de teller en de noemer komen in een breuk, kun je denken aan T = T
Teller = Top
