
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Het verschil tussen current ratio en quick ratio
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
RR=RR
CuRRent Ratio = Incl VooRRaad
Quick Ratio = Excl voorrraad
Chemische voorvoegsels
Om de chemische voorvoegsels te onthouden, kun je gebruik maken van
DTT is een PECHHOND
D i (2)
T ri (3)
T etra (4)
P enta (5)
H exa (6)
H epta (7)
O cta (8)
N ona (9)
D eca (10)
Teller en Noemer
Als je moeite hebt met de quotientfunctie en dan welke ook alweer de noemer was en welke de teller:
de teller t(x) staat bovenaan, de Top dus t(x) Top
en zo volgt dat de noemer n(x) de onderste is.
‘avoir’ geen gevaar / ‘etre’ oplette(n)
Als in het Frans bij de voltooide tijd het hulpwerkwoord ‘avoir’ is, verandert het voltooid deelwoord niet. Bij ‘etre’ wel.
Vb:
(avoir) Elle a mangé
(être) Elle est rentrée
Kleuren in het Engels
Hanne Tintelt Tot S’morgens
H=hue
T=tint
T=tones
S=shadow
Hue is the pure kleur
Tint is hue plus wit
Tones is hue plus grijs
Shadow is hue plus zwart
adress of address?
In het Nederlands heb je het woord ‘adres’. In het Engels raak je daarmee in de war, want daar betekent het iets anders. In het Engels betekent het ’toespreken’.
Ik kan onthouden dat ’to address’ met dubbel D is door het volgende ezelsbruggetje:
Als je mensen toespreekt ben je wat informatie bij de mensen aan het toevoegen -> ’to add’ (dus met dubbel D).
Delen door nul
Delen door nul. Kan dat nou wel of niet?
Met dit ezelsbruggetje vergeet je het nooit meer:
‘delen door nul is gelul’
Oftewel delen door nul is onzin want het kan gewoon niet.
Formule voor energie
De formule kun je onthouden door te denken aan PET
p = E/T
p = Vermogen
E = Energie
T = Tijd
Oorzaken van milieuproblemen
Om drie oorzaken van milieuproblemen te onthouden, kun je denken aan de UVA (ook wel; Universiteit van Amsterdam)
U itputting
V ervuiling
A antasing
Scrijf/ tekstdoelen
Isa (informeren)
Blijft (beschouwen)
Achteraf (activeren)
Ook (overtuigen)
Achter (amuseren)
in
Utrecht (uiteenzetten)
Nederlandse synoniemen
Om deze Nederlandse synoniemen te onthouden, kun je naar delen van het woord kijken
DesoLAAT = verLAAT
DespeRAAT = RADeloos
DeVOOT = VrOOm
Ferme
Ferme = dichtdoen, sluiten
Als je de deur dicht gooit dan doe je dat met een ferme slag
Toonladders met kruizen
Om de toonladders met de hoeveelheid kruizen te onthouden, kun je denken aan de zin Geef De Armen Een Bord Fis Cis (die laatste twee staan dan voor ‘visjes’).
G 1#
D 2#
A 3#
E 4#
B 5#
Fis 6#
Cis 7#
Piscine
Piscine betekent zwembad
Kleine kinderen willen soms nog wel eens in het zwembad plassen
Spijkenisse
Om te onthouden dat Spijkenisse aan de Lek ligt, kun je denken aan
De spijker prikt dingen lek
Wanneer ‘die’ als voorzetsel
Woorden die eindigen op ‘skiehut’ hebben het lidwoord ‘die’ voor het zelfstandig naamwoord:
S chaft
K eit
I on
E i
H eit
U ng
T ät
De reine intervallen
Om de reine intervallen te onthouden, kun je denken aan POKK
P rime
O ctaaf
K wart
K wint
Een grote beer die fietst op de lijnen
Een Grote Beer Die Fietst
E-en
G-rote
B-eer
D-ie
F-ietst
Let op! het is op de lijnen en het is vanaf onder
Hoekberekening Sos, Cas Toa
Met hoekberekening heb je 2 formules waardoor je elke hoek kan berekenen
Sinus= overstaande: schuine
Tangens = overstaande : aanliggende
Cosinus= aanliggende : schuine
Als je daarnaast
5= 10 : 2 neerzet kan je alles berekenen.
Peu
Un peu betekent een beetje.
Een beetje is klein. Klein is een peuk en een peuk lijkt op peu.
Grootheden
Om het verschil te onthouden tussen de grootheden van getallen; van laag naar hoog, kun je denken aan
Mijn Bil Trilt (2x)
Miljoen = 1.000.000
Miljard = 1.000.000.000
Biljoen = 1.000.000.000.000
Biljard = 1.000.000.000.000.000
Triljoen = 1.000.000.000.000.000.000
Triljard = 1.000.000.000.000.000.000.000
Het verschil tussen bakboord en stuurboord
Het verschil tussen bakboord en stuurboord kun je onthouden door R =R
StuuRboord = Rechts
Bakboord = Links
verbranding
Veel Grijze Zeehonden Eten Wekelijks Kabeljauw.
Verbranding
Glucose
Zuurstof
Energie
Water
Koolstofdioxide
Verba Liquida
Om de verba liquida te onthouden (m, l, n, r), kun je het woord ‘molenaar’ onthouden
