
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Baltische staten en hoofdsteden
De Baltische staten zijn van boven naar beneden
EsLeLi (of: eslelie)
Es tland
Le tland
Li touwen
Zo zijn de hoofdsteden:
TaRiVi
Ta linn
Ri ga
Vi lnius
eisti is zijn
eisti is zijn, omdat je in is en bestaan de ij-klank niet hoort, alleen in zijn en in eisti hoor je ook de ij-klank dus is het zijn
ημεις en υμεις
ημεις betekent wij, we
υμεις betekent jullie
‘η’ spreek je hetzelfde uit als de ‘e’ in we (2e letter)
‘Ï…’ spreek je hetzelfde uit als de ‘u’ in jullie (2e letter)
Goniometrie
Cosinus –> Cas : aanliggend / schuin
Sinus –> Sos: overstaand/ schuin
Tangens –> Toa: overstaand/aanliggend
Het verschil tussen endehors en endedans
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
Endehors –> horse, paardrijden doe je buiten
Endedans –> dans, dansen doe je binnen
Indeling dierenrijk
Ergens in September Hoort Willie Wortel Gekke, Slimme Grappen.
E = eencelligen
S = sponzen
H = holtedierne
W = wormen
W = weekdieren
G = geleedpotigen
S = stekelhuidigen
G = gewervelden
Soorten reliëf
Om te onthouden wat voor soorten reliëf er zijn, kun je denken aan het woord
LaHeMiHo
La agland
He uvelland
Mi ddelgebergte
Ho oggebergte
2-atomige moleculen
Claartje fietst nooit in haar onderbroek, Pietje soms.
Claartje= Cl2 = Chloor.
Fietst = F2 = Fluor.
Nooit = N2 = Stikstof.
In = I2 = Jood.
Haar = H2 = Waterstof.
Onder= O2 = Zuurstof.
Broek = BR2 = Broom.
Pietje = P4 = Fosfor.
Soms = S8 = Zwavel.
Driehoeken
Het snijpunt van de Middenloodlijnen in een driehoek is het middenpunt van een Omgeschreven cirkel. Het snijpunt van de Bissectrices in een driehoek is het middenpunt van een Ingeschreven cirkel.
Samen wordt dat MOBI
Formule voor prevalentie
Om de formule voor prevalentie te onthouden, kun je denken aan PID
P revalentie =
I ncidentie *
D uur
Coniunctivus
Om te onthouden op welke manieren je een coniunctivus praesens kunt vertalen, kun je denken aan
WAT Voor Modus
W ens
A ansporing
T wijfel
V erbod
M ogelijkheid
KNAP
Je kan de lading van een anode of kathode onthouden door te denken aan het woord KNAP.
Kathode = Negatief. KN
Anode = Positief. AP
Dit maakt KNAP.
Een kathode is dus negatief geladen en een anode positief.
Fase overgangen water
Er zijn 6 fase overgangen en die leer je zo uit je hoofd!
Cor rijmt veel, ben smakt veel
Pak van alle de eerste twee letters van de woorden en je kom al verder ook staan ze in volgorde
Condenseren
Rijpen
Verdampen
Bevriezen
Smelten
Vervluchtigen
Necessary
Om de correcte spelling van het woord ‘necessary’ te onthouden, kun je gebruik maken van deze zin
Never Eat Cake Eat Salmon Sandwiches And Remain Young
Het verschil tussen biceps & triceps
Het verschil tussen biceps en triceps kun je onthouden door
B=B en TR=TR
Bicep = Buigspier
TRicep = TRekspier
7 levenskenmerken
Vroeger ———– Voeden
Aten ————– Ademhalen
Witte ————– Waarnemen
Uilen ————– Uitscheiden
Bijna ————– Bewegen
Geen ————– Groeien
Volkorenbrood —– Voortplanten
Eilanden van Zeeland
De eilanden van Zeeland kun je onthouden met de zin
Geen STaat Neemt Water Zo Zerieus
G oerree Overvlakkee
S chouwe Duiveland
T holen
N oord-Beverland
W alcheren
Z uid-Beverland
Z eeuws-Vlaanderen
De lagen van de biologie
Om alle lagen van levende systemen waar de biologie zich mee bezighoudt, van hoog naar laag, te onthouden, kun je denken aan
Becpoot.com
B iosphere
E cosphere
C ommunity
P opulation
O rganism
O rgan
T issue
C ell
O rganelle
M olecule
Kwintencirkel
Kruizen:
Geef Die Aap Een Bak Fis Cis
Mollen:
Friese Boeren Eten Alle Dagen Gele Citroenen
Nihil
de betekenis is niks
ik denk aan
A begint met een N van niks
B ik denk aan ni veel.
