
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Een aap die graag bananen eet
Een aap die graag bananen eet. Iedere eerste letter is de snaar van een gitaar.
Loef en lijzijde
Loef bestaat uit 4 letters –> meer letters –> meer regen.
Lij bestaat uit 4 letters –> minder letters –> minder regen.
Ambulare
Ambulare = wandelen
Als mensen tijdens het wandelen vallen, moet er een ambulance komen
De soorten gewrichten
Om de drie soorten gewrichten in het lichaam te onthouden, kun je denken aan
Kippen en Schapen Rapen
K ogelgewricht
S charniergewricht
R olgewricht
X en Y as
Y–> is lang (verticaal)
X–> is breed (horizontaal)
zo kan je onthouden welke lijn wat is in het assenstelsel
Lagen van het epidermis
Voor het onthouden van de lagen van het epidermis kun je gebruik maken van de zin
Californians Like Girls in String Bikinis!
stratum
C orneum
stratum
L ucidum
stratum
G ranulosum
stratum
S pinosum
stratum
B asalis
Warmtetransport
Voorbeelden nodig van de 3 vormen van warmtetransport? Denk aan de 3 vormen waar in een stof kan voor komen (fases)
Geleiding = door een vaste stof heen (metaal)
Stroming = vloeibare stof, zoals stromend water (douche)
Straling = gas: je ziet het niet, maar je voelt het wel.
De Geallieerden
Om de Geallieerden in WO I te onthouden, kun je denken aan FRASGRIEP
F rankrijk
R usland
A lbanië
S ervië
G riekenland
R oemenië
I talië
E ngeland
P ortugal
Craniale zenuwen
Met deze ezelsbrug weet je of de 12 craniale zenuwen motorisch, sensorisch of gemixt zijn (beide)
–> M (motorisch), S (sensorisch), B (both)
Some Say Many Money, But My Brother Says Big Boobs Matter More
Craniale zenuw 1: Sensorisch
2: Sensorisch
3: motorisch …
Leizie
LeiCie.
Bij de spoel (L) komt de stroom (I) na de spanning (E).
Bij de compensator (C) komt de stroom (I) voor de spanning (E).
Het verschil tussen suspensie en emulsie
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan S = S en L = L
Suspensie = vloeistof + vaste stof –> Solid
EmuLsie = vloeistof + vloistof –> Liquid
Exogene en endogene krachten
EXogene veranderen de aardkorst van BUITENaf
Je houd je EX (vaak) liever BUITEN de deur
Chemische voorvoegsels
Om de chemische voorvoegsels te onthouden, kun je gebruik maken van
DTT is een PECHHOND
D i (2)
T ri (3)
T etra (4)
P enta (5)
H exa (6)
H epta (7)
O cta (8)
N ona (9)
D eca (10)
Alkanen
Mam En Pap Bakken Pizza Hawaii Helaas Onsmakelijk
(Methaan, Ethaan, Propaan, Butaan, Pentaan, Hexaan, Heptaan, Octaan)
Het verschil tussen kwalitatief en kwantitafief
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
L=L en N=N
KwaLitatief –> met letters
KwaNtitatief –> met nummers
Overijssel
Bij topografie vragen ze naar drie steden in de provincie Overijssel. Dat zijn Almelo Hengelo en Enschede om deze volgorde te onthouden moet je dit onthouden: AHE
A : Almelo
H : Hengelo
E : Enschede
Als je dit vaak herhaald onthoud je het.
Het verschil tussen bakboord en stuurboord
Het verschil tussen bakboord en stuurboord kun je onthouden door R =R
StuuRboord = Rechts
Bakboord = Links
