
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Tekstsoorten en tekstdoelen
Deze kun je onthouden met het acroniem DIEP
D iverterende teksten –> ontspannen of amuseren
I nformatieve teksten –> informeren
E motieve teksten –> raken
P ersuasieve teksten –> overtuigen
REI-regel
Vóór de uitgang van vrouwelijke woorden staat een RHO, EPSILON, of IOTA?
Dan kan er NOOIT een ÉTA achteraan komen. In plaats daarvan komt er altijd een ALFA.
De hooggebergtes van Amerika
Deze kun je onthouden aan de hand van GAS RoC
G rote Bekken
A ppalachen
S ierra nevada
R ocky mountains
C ascade gebergte
Voorzetsels Gerund
De voorzetsels van de Gerund kun je onthouden met het acroniem WAFFOTO
W ithout
A bout
F rom
F or
O n
T o
O f
De volgorde van netwerknamen
De volgorde waarin netwerknamen worden vertaald naar IP-adressen kun je onthouden met de zin
Cute White Babies Love Hairy Dogs
C ache
W INS
B roadcast
L Mhosts
H osts
D NS
Het verschil tussen accent circonflexe, grave en aigu
Om het verschil tussen de accenten te onthouden, kun je denken aan het rijmpje
Accent circonflexe -> het hoedje van de heks!
Accent grave -> komt van u af!
Accent aigu-> komt naar u toe!
Het verschil tussen specificiteit en sensitiviteit
Om dit verschil te onthouden kun je denken aan SPinSNuit
S pecificiteit –> I nsluiten
S ensitiviteit –> U itsluiten
Het verschil tussen < en >
Om het verschil tussen < en > te onthouden, kun je denken aan dit trucje
Als je een K van het teken kan maken, dan betekent het kleiner dan.
Daarom: < betekent kleiner dan!
Het andere teken betekent groter dan, van > kan je geen K maken.
Daarom: > betekent groter dan!
De spieren van de Rotatorenmanchet
Deze spieren kun je onthouden met SITS
S upraspinatus muscle
I nfraspinatus muscle
T eres minor muscle
S ubscapularis muscle
Stammen in het dierenrijk
Om de 7 stammen van het dierenrijk te onthouden, kun je deze zin gebruiken
Stoere Gerrit Gaf Willem Wortel Nooit Snoep
S ponzen
G ewervelden
W eekdieren
W ormen
N eteldieren
S tekelhuidigen
De evangelisten
De vier evangelisten uit het Nieuwe Testament kun je onthouden door te denken aan
Mijn Moeder Lust Jam
M attheus
M arcus
L ucas
J ohannes
Het TCP-model
De onderdelen van het TCP-model kun je onthouden met de zin
Anna Trapt Naar de Prins
A pplicatie
T ransport
N etwerk
D ata physical
Het verschil tussen Accusativus en Dativus
ACC = LV, DAT = MV
A lle: L euke V rienden
D oen: M ee V andaag
Kleuren in het Engels
Hanne Tintelt Tot S’morgens
H=hue
T=tint
T=tones
S=shadow
Hue is the pure kleur
Tint is hue plus wit
Tones is hue plus grijs
Shadow is hue plus zwart
Ontwerpcyclus
Om de onderdelen van de ontwerpcyclus te onthouden, kun je gebruik maken van de zin
Anna Probeert Uw Feestjes Ruw Te Eindigen
A nalyseren/beschrijven
P rogramma van eisen opstellen
U itwerkingen bedenken
F ormuleren uitwerkingen
R ealiseren uitwerkingen
T esten
E valueren
Suffer by
Suffer by = te lijden hebben van
Als je suf bent heb je hier veel van te lijden
Organische stoffen
Deze kun je onthouden met het acroniem KaPSaLoN
K oolstofverbindingen
S achariden
L ipiden
P roteïnen
N ucleïnezuren
Present en Past Perfect
De voorzetsels die met de Present Perfect gaan, kun je onthouden door te denken aan
FYNE JAS
F or
Y et
N ever
E ver
J ust
A lready
S ince
De voorzetsels die met de Past Simple gaan, kun je onthouden door te denken aan
LADY
L ast
A go
D atum
Y esterday
Grootheden
Om het verschil te onthouden tussen de grootheden van getallen; van laag naar hoog, kun je denken aan
Mijn Bil Trilt (2x)
Miljoen = 1.000.000
Miljard = 1.000.000.000
Biljoen = 1.000.000.000.000
Biljard = 1.000.000.000.000.000
Triljoen = 1.000.000.000.000.000.000
Triljard = 1.000.000.000.000.000.000.000
Abonnement
Om de juiste spelling van het woord ‘abonnement’ te onthouden, kun je denken aan de zin
In de bus zaten twee nonnen met een abonnement
Bus = b
Nonnen = nn
Het verschil tussen cela en ceci
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
A=A en I=I
CelA = dAt
CecI = dIt
De Latijnse uitgangen
Om de Latijnse uitgangen te onthouden, kun je denken aan
OSTMUSTISNT
-o
-s
-t
-mus
-tis
-nt
