
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
De kruisbanden in de knie met insertie
Om de kruisbanden in de knie met hun insertie op de femurcondyl te onthouden, kun je denken aan
VLAM
V oorste
L ateraal
A chterste
M ediaal
Het verschil tussen homo-en heterozygoot
Om het verschil tussen homozygoot en heterozygoot, kun je denken aan homo- en heteroseksueel
Homozygoot = dezelfde allelen voor één eigenschap
Heterozygoot = twee verschillende allelen voor één eigenschap
BrINClHOF
Alle elementen die uit twee identieke atomen bestaan.
BrINClHOF =
Br : Broom
I : Jood
N : Stikstof
Cl : Chloor
H : Waterstof
O : Zuurstof
F : Fluor
De formules zijn: Br2 ; I2 ; N2 ; Cl2 ; H2 ; O2 ; F2 .
12 paar hersenzenuwen
Op N. Olfactorius
Ons N. Opticus
Oude N. Occulomotorius
Tuin N. Trohlearis
Terras N. Trigeminus
At N. Abducens
Frits N. Facialis
Verse N. Vestibulo-cochlearis
Groente N Glosso-pharyngeus
Van N Vagus
Albert N Accessorius
Heijn N Hypoglossus
Patient
Patiënt betekent geduldig.
Als een patient in de wachtkamer op de dokter zit te wachten moet hij heel geduldig zijn.
Etiquette
Om te onthouden waar je bestek volgens de etiquette moet liggen, kun je denken aan
E+E=E en K=K
mEs + lEpel = rEchts
vorK = linKs
Cijfers van pi
De precieze cijfers van pi kan je onthouden met de zin ‘Yes I want a pizza, yesterday we wanted pizza, yes pizza!
De hoeveelheid letters per woord staan voor een getal van pi. En het verhaal gaat nog over pizza ook!
Pi is dus: 3,1415926535
Beeldaspecten vormgeving
De beeldaspecten van vormgeving kun je onthouden aan de hand van
VLC KRO
V orm
L icht
C ompostie
K leur
R uimte
O rdening
Cuisine
Om te onthouden dat je cuisine met ‘ui’ schrijft, kun je denken aan
In de keuken snijdt je een ui
Steden in Drenthe
Om de steden in Drenthe te onthouden, kun je denken aan HEMA
H oogeveen
E mmen
M eppel
A ssen
Sedentair
De eerste mensen werden sedentair, ze bleven op één plek wonen. Sedentair lijkt op sanitair. Sanitair heeft te maken met badkamers en wc’s. Op een wc moet je ook “even op één plek blijven”.
Taxonomische indeling dierenrijk
Om de ordening van het dierenrijk in te delen, kun je denken aan de zin
Als Kleine Otters Fietsen Gaan Stelen
A fdeling
K lasse
O rde
F amilie
G eslacht
S oort
Uitgangen van Duitse werkwoorden (tegenwoordige tijd)
De uitgangen van Duitse regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd vormen samen het woord (fe)esttenten:
(ich) wohn e
(du) wohn st
(er) wohn t
(wir) wohn en
(ihr) wohn t
(sie) wohn en
IJstijd in Nederland
De lijn tot waar de ijstijd in Nederland kwam, kun je onthouden door te denken aan de
HUN-lijn
H aarlem
U trecht
N ijmegen
Stofeigenschappen
Om de verschillende stofeigenschappen te onthouden, kun je denken aan de zin
Frits Gerard Koster Opent Een KeurSlager
F ase
G eur
K leur
O plosbaarheid
E lektrische geleidbaarheid
K ookpunt
S meltpunt
Het verschil tussen omnivoor, carnivoor en herbivoor
Om dit te onthouden kun je denken aan het Latijn, waar het vandaan komt
Carne = vlees –> carnivoor = vleeseter
Herba = plant –> herbivoor = planteneten
Omni = alles –> omnivoor = alleseter
Blaasorkesten
De drie soorten blaasorkesten kun je onthouden door HaFaBra
Ha rmonie
Fa nfares
Bra ssband
De route van ademhalen
Niet
Met
Kleine
Saaie
Luiaards
Biologie
Leren
N eusholte
M ondholte |
K eelholte
S trottenhoofd
L uchtpijp
B ronchiën
L ongblaasjes
Azerbeidzjan – Bakoe
Azerbeidjan bakt een koe. Hiermee kun je onthouden dat Bakoe de hoofdstad van Azerbeidjan is!
Chemische voorvoegsels
Om de chemische voorvoegsels te onthouden, kun je gebruik maken van
DTT is een PECHHOND
D i (2)
T ri (3)
T etra (4)
P enta (5)
H exa (6)
H epta (7)
O cta (8)
N ona (9)
D eca (10)
Scrijf/ tekstdoelen
Isa (informeren)
Blijft (beschouwen)
Achteraf (activeren)
Ook (overtuigen)
Achter (amuseren)
in
Utrecht (uiteenzetten)
Ontleden van een zin
Voor het ontleden van zinnen:
Piet Gaat Zeilen Op Lange Malle Boot.
Piet = persoonsvorm (eerste werkwoord)
Gaat = gezegde (alle werkwoorden in de zin)
Zeilen = zinsdelen
Op = onderwerp (wie/wat + persoonsvorm = onderwerp)
Lange = lijdend voorwerp (wat/wie + persoonsvorm + onderwerp = lijdend voorwerp)
Malle = meewerkend voorwerp (aan wie/voor wie + persoonsvorm + onderwerp + lijdend voorwerp = meewerkend voorwerp)
Boot = niks ;p gewoon om makkelijk te onthouden!
