
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Hersenvliezen
Om de hersenvliezen van binnen naar buiten te onthouden, kun je denken aan PAD
P ia mater
A rachnoidea mater
D ura mater
Assimiliatie en Dissimiliatie
A = A
D = D
Assimiliatie = Aanbouw –> De opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen
Dissimiliatie = Destructie –> De afbraak van organische moleculen tot kleinere moleculen
Taken in het klooster
Om te onthouden wat de taken in een klooster waren, kun je denken aan LOVE
L andarbeid
O verschrijven van boeken
V erplegen zieken
E n bidden
Lagen in de Romeinse Samenleving
Om de lagen in de Romeinse Samenleving te onthouden, kun je denken aan PSP
P lebejers
S laven
P atriciërs
Technisch tekenen
Om de verschillende vormen van technisch tekenen te onthouden, kun je denken aan VESP
V erklarende tekeningen
E xploded view tekeningen
S triptekeningen
P rojecttekeningen
Nieren
Om te onthouden wat nieren allemaal uit je bloed halen, kun je denken aan de zin
Onder Andere Troep
O verbodige stoffen
A fvalstoffen/afbraakproducten
T eveel aan stoffen
Vaarregels (bpr)
Bij zeilen heb je vaarregels (bpr) die onthoud je zo:
Gekke Stoere Kees Moet Surfen Leren
Gekke: goed zeemanschap
stoere: stuurboord wal houden
kees: klein wijkt voor groot
moet: motor wijkt voor spier en voor zeil
surfen: stuurboord wijkt voor bakboord
leren: loef wijkt voor lij
De onderste regel van het toetsenbord
De letters op de onderste regel van het toetsenbord kan je onthouden met de zin:
Zoek X Cent Verloren Bij Nieuwe Maan
tekstverbanden
SCOORT U?
S amenvattend
C oncluderend
O orzaak-gevolg
O psommend
R edengevend
T egenstellend
U itleggend/voorbeeldgevend
Conflictgedrag
Bij overspronggedrag, spring je wat totaal niet bij de situatie past.
Bij amBIvalent gedrag, om de beurt 1 van de 2 (BI is 2)
Bij omgericht gedrag, richt je je ineens op iets anders (agressie is duidelijk te herkennen maar gericht op iets anders)
De carpale botten
Om de acht carpale botten te onthouden, kun je denken aan
Sam Likes To Push The Toy Car Hard
Proximaal van duim naar pink
S caphoid
L unate
T riquetrum
P isiforme
Distaal van duim naar pink
T rapezium
T rapezoid
C apitate
H amat
De route van ademhalen
Niet
Met
Kleine
Saaie
Luiaards
Biologie
Leren
N eusholte
M ondholte |
K eelholte
S trottenhoofd
L uchtpijp
B ronchiën
L ongblaasjes
Nederlandse Antillen
Om de Nederlandse Antillen te onthouden, kun je denken aan
ABC – SSS
A ruba
B onaire
C uracao
S ab
S int-Eustasius
S int-Maarten
Het verschil tussen midi en minuit
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
D = D en N = N
MiDi = Dag
MiNuit = Nacht
Graan soorten
Deze kun je onthouden met de zin
Hans Gaat Truusje Roepen
H aver
G erst
T arwe
R ogge
Stromingen tijdens de verlichting
Om de verschillende stromingen tijdens de Verlichting te onthouden, kun je denken aan VERlichting
V erlichting
E mpirisme
R ationalisme
Het verschil tussen xyleem en floëem
Om te onthouden hoe water wordt getransporteerd door de vaten van een plant, kun je denken aan K-klank = K en F = F-klank
Xyleem (de houtvaten) = water door deze vaten moet omhoog Klimmen
Floëem (de bastvaten) = water Vloeit door deze vaten heen
2-atomige moleculen
Claartje fietst nooit in haar onderbroek, Pietje soms.
Claartje= Cl2 = Chloor.
Fietst = F2 = Fluor.
Nooit = N2 = Stikstof.
In = I2 = Jood.
Haar = H2 = Waterstof.
Onder= O2 = Zuurstof.
Broek = BR2 = Broom.
Pietje = P4 = Fosfor.
Soms = S8 = Zwavel.
Grote steden van Oostenrijk
De vijf grote steden van Oostenrijk kun je onthouden met de zin
In Salzburg Lijkt Water Grijs
I nnsbruck
S alzburg
L inz
W enen
G raz
Autotroof – Heterotroof
Autotroof –> A van Anorganisch. Halen dus energie uit Anorganische stoffen en zonlicht
Heterotroof –> Hetero’s zijn verliefd op organismen van het andere geslacht. Halen dus energie uit organische stoffen (andere organismen).
Geologisch tijdperken
Petra’s Coole Oma Snoept Donkere Chocolade Pepernoten Terwijl Jan Kazige Tosti’s Kaant
P = Precambrium
C = Cambrium
O = Ordovicium
S =Siluur
D =Devoon
C = Carboon
P =Perm
T =Trias
J =Jura
K = Krijt
T = Tertiar
K = Kwartair
De Unie van Utrecht
Om de provincies die in de Unie van Utrecht zaten, te onthouden, kun je denken aan de zin
HUGO de GROot Zat Vast
H olland
U trecht
G elderland
O verijssel
GRO ningen
V riesland (!)
Oorzaken secondary nephrotic syndrome
Om de oorzaken voor secondary nephrotic syndrome (nierschade door eiwittekort) te onthouden, kun je gebruik maken van het acroniem DAVID:
D iabetes mellitus
A myloidosis
V asculitis
I nfections
D rugs
De magen van een koe
De volgorde van de magen van een koe zijn te onthouden met PeNiBeL
P ens
N etmaag
B oekmaag
L ebmaag.
