Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Accusatives/ nomunativus

De accusativus is ACtief dus er komt een “m” bij

Door Emma

Das Angebot

das Angebot = de aanbieding

Denk maar aan het aanbod

Door Kelsayney

Verschil AM en PM

Ik hou AM en PM uit elkaar door zelf een vertaling te geven.

AM -> After Midnight. Dat is dus na middernacht en dus ’s morgens (dus tot 12 uur is het ochtend en dat is ook precies wat AM aangeeft)

PM is dan dus ’s middag (en ’s avonds).

Door Anoniem

Ventus

Ventus = wind

Een ventilator zorgt voor koude wind

Door Anoniem

cogitare

cogitare = nadenken

als je een kogel door je hoofd krijgt kan je niet meer nadenken.

Door lotte

Plumbum

Plumbum = Pb = Lood

Denk aan het Engelse loodgieter

Door Anne-Marie

Werking transistor

De transistor heeft drie contactpunten:
Basis
Collector
Emitter

Als dit onderdeel in een schakeling zit, hoe loopt de stroom dan? Alfabet!

Stroom komt eerst bij de B van Basis.
Vervolgens gaat de stroomrichting via de C van Collector alle stroom kom uit bij de E van Emitter.

Door Mr.koekman

Het verschil tussen ubi en ibi

Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee

U bi = W aar
I bi = D aar

Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat 
Ubi? Ibi!

Door Floor

Wanneer mag je rechts inhalen?

FRUIT

F = File
R = Rotonde
U = Uitvoegen
I = Invoegen
T = Tram

Door Sophie

De schalen

Om de verschillende schalen op een kaart te onthouden, kun je denken aan de zin
Loop Recht Naar C Man

L okale schaal
R egionale schaal
N ationale schaal
C ontinentale schaal
M ondiale schaal

Door Anoniem

Aantal wervels

Het aantal nekwervels van de mens zijn er net zoveel als de dagen van de week, dus zeven.
Het aantal borstwervels zijn er net zoveel als de maanden van het jaar, dus twaalf.
Het aantal lendewervels houd je over als je 12 – 7 doet, dus vijf.

Door Martijn

Malle

Als je iets liever wilt zeg je vaak MAAR… ik wil liever.
Volle = willen

Maar + volle =malle

Door Annalou

Present simple

De present simple komt voor bij gewoonte regelmatig en feit. Dit kun je onthouden door GiRaF en de signaal woorden kun je onthouden met SNORFEUS:

S ometimes
N ever
O ften
R egularly
E very

U sually
S eldom

Door Markus

Ducit

Ducit = leiden, brengen.

Als je iemand naar zijn plaats brengt zeg je in het Engels “Do sit” (Ga zitten)

Door Jesse

Organismen

Om de organismen van groot naar klein te onthouden, kun je denken aan
O, o, o, wc

O rganisme
O rgaanstelsel
O rgaan
W eefsel
C el

Door Evie

Het verschil tussen AM en PM

Het verschil tussen AM en PM, kun je onthouden door ze als acroniem te beschouwen

AM –> Akelige Morgen (dus in de ochtend)
PM –> Prettige Middag (dus in de middag)

Door Iris

Nutrix

Nutrix = voedster

Het merk nutricia is voor baby’s

Door Sam

De Unie van Utrecht

Om de provincies die in de Unie van Utrecht zaten, te onthouden, kun je denken aan de zin
HUGO de GROot Zat Vast

H olland
U trecht
G elderland
O verijssel
GRO ningen
V riesland (!)

Door Sven

Compter

Compter = tellen

De computer telt de U niet mee

Door andriy

Rijbaan paardrijden

Alle
Rijken
Boeren
Met
Geld
Hebben
Een
Koe

Alle eerste letters van het woorden zijn de letters van de rijbaan met paardrijden!

Door Cheryl

Quota’s

Voor de quota’s geldt altijd EI en UI

E xport / I mport
U itvoer / I nvoer

Door Astrid

Landen in Zuid-Amerika

Veel Collega’s En Beroemde Personen Chillen Altijd Boven de Paarden Uitgang, Graag Super Feestelijk:

Venezuela
Colombia
Ecuador
Brazilië
Peru
Chili
Argentinië
Bolivia
Paraguay
Uruguay
Guyana
Suriname
Frans Guyana

Door Teun Berkhout

Scire

Scire = weten

Science is wetenschap

Door Daniël

Ouvert

Ouvert = open

Denk aan O = O

Door Nikki

Franse zinsopbouw

Voor het opbouwen van een franse zin, kun je dit aanhouden
Bange Ogen Gaan Langer Mee B.

B ijwoordelijke
bepaling
O nderwerp
G ezegde
L ijdend voorwerp
M eewerkend voorwerp,
B ijwoordelijke bepaling

Door Robert-Paul

Lijdend voorwerp

Stel de volgende vraag:
Wat kan ik (pv +wwg)? = LV

Voorbeeld:
Mijn vader wast de auto
Wat kan ik wassen? De auto = lv

De bakker weegt de koekjes af.
Wat kan ik afwegen? De koekjes = lv

Door Gretsken

2*3=6

Als je bijvoorbeeld U = I * R ziet is het lastig om te bedenken wat nou de formule is voor I of juist R, bedenk dan:
6 = 2*3
dan is de stap naar
2 = 6/3 en 3 = 6/2,
en dus
I = U/R en R = U/I,
een stuk makkelijker.
Dit werkt met alle formules die je om moet schrijven!

Door David
Home
Alle items
Uploaden