Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Tekstverbanden

ChOpTeTo & VoReOoCo

Ch = chronologisch verband
Op = opsommend verband
Te = tegenstellend verband
To = toelichtend verband
Vo = voorwaardelijk verband
Re = redengevend verband
Oo = oorzakelijk verband
Co = concluderend verband

Door Mees

Hoofdstad van Bulgarije

Een bul van een vent met een mooi meisje. De naam van dit Meisje is Sofia, dus de hoofdstad van Bulgarije is Sofia.

Door Pieter

Organen

De verschillende organen kun je onthouden met de zin
Hoe Maken De Leeuwen De Lange Neus

H art
M aag
D ikke darm
L ongen
D unne darm
L ever
N ieren

Door minke

Het verschil tussen stalagmieten en stalagtieten

Om het verschil tussen stalagtieten en stalagmieten te onthouden, kun je denken aan

Tieten hangen, mieten staan

Door

Mulier

Mulier = vrouw

De vrouw speelt MUziek op de LIER

Door Sam

De kenmerken van non-verbale communicatie

Deze kun je onthouden met de zin
Als Emma Frietjes Heeft Rookt Robin Te Veel

A ccentuerende functie
E motionele functie
F eedbackfunctie
H erhalingsfunctie
R egulerende functie
R elationele functie

T egenstrijdige functie
V ervangingsfunctie

Door Willem

Suffer by

Suffer by = te lijden hebben van

Als je suf bent heb je hier veel van te lijden

Door Mirjam

Vestigingsfactoren

Om de verschillende vestigingsfactoren te onthouden, kun je denken aan WANGT

W erknemers
A fzetmarkt
N utsvoorzieningen
G rondstoffen
T ransport

Door sarah

addere

addere = toevoegen

addere lijkt op het engelse woord “add”, dat toevoegen betekent.

Door Boaz

Het verschil tussen supinatie en pronantie

Supinatie –> de beweging die je maakt als je soep van een lepel eet
Pronantie –> de beweging die je maakt als je een slok neemt, proost!

Door Annemieke

Warmtetransport

Voorbeelden nodig van de 3 vormen van warmtetransport? Denk aan de 3 vormen waar in een stof kan voor komen (fases)
Geleiding = door een vaste stof heen (metaal)
Stroming = vloeibare stof, zoals stromend water (douche)
Straling = gas: je ziet het niet, maar je voelt het wel.

Door Mr.koekman

Soorten kaarten

Om de verschillende soorten kaarten te onthouden, kun je denken aan TON

T hematische
O verzichts
N avigatie kaarten

Door B.C.

Soorten humor

Om de verschillende soorten humor te onthouden, kun je denken aan de zin
Sarah Is Plots Content Met Andere Zwarte Snoepjes

S arcasme
I ronie
P arodie
C ynisme
M ilde humor
A bsurde humor
Z warte humor
S atire

Door Yasmin

Werkwoorden bij de derde naamval

De werkwoorden die met de derde naamval gaan, kun je onthouden met de zin
Gelieve Geen Grote Kado’s Geven Hartelijk Dank

G lauben

G ehören

G ratulieren

H elfen

D anken 

Door Mary

Leestrategieën

Kleine Vriend Zei Niet Stelen.
K: kritisch lezen
V: verkennend lezen
Z: zoekend lezen
N: nauwkeurig lezen
S: studerend lezen

Door Myrthe

Nescire

Nescire = niet weten

Wanneer je Nescafé voor het eerst ziet, weet je niet wat erin zit

Door Saskia

bijv. naamwoorden vóór zn

Als (autre)
Ben (bon)
Jou (joli)
Niet (nouveau)
Leuk (long)
Vindt (vieux)
Gaat (gros)
Het (haute)
Met (mauvais)
Ben (beau)
Gewoon (grand)
Prima (petit)

En dan de rangtelwoorden natuurlijk!

Door Julia

Consistere

Consistere = blijven staan

Wil jij constant blijven staan?

Door Jootje

Eenheid van versnelling

versnelling a in m/s^2

“een a-tje met een kwadraatje”.

tijd dus in het kwadraat.

Door Digi

Das Angebot

das Angebot = de aanbieding

Denk maar aan het aanbod

Door Kelsayney

Terrere

Terrere = bang maken

Terreur maakt je bang

Door Lotte

Diatomische elementen

Deze kun je gemakkelijk onthouden met de zin
I Have No BRight Or CLever Friends

I odine

H ydrogen

N itrogen

Br omine

O xygen

C hlorine

F luorine

Door Elise

Lagen van de retina

Om de lagen te onthouden, kun je denken aan de zin
Zondags Graag Niet Fietsen Rond Centrum 

Z enuwlaag 
G anglionlaag 
N eurale laag 
F otoreceptorlaag 
R etinaal pigment epitheel 
C horoidea

Door Anoniem

Koppelwerkwoorden

Zwobbels

Z ijn
W orden
B lijken
B lijven
L ijken
S chijnen

Door Renée

Soorten reliëf

Om te onthouden wat voor soorten reliëf er zijn, kun je denken aan het woord
LaHeMiHo

La agland
He uvelland
Mi ddelgebergte
Ho oggebergte

Door Eva

Status krijgen

Om te onthouden waardoor je status krijgt, kun je denken aan BOMAAW

B eroep

O pleiding

M acht

A anzien

A fkomst

W oonomgeving

Door Babs

Ontleden van een zin

Voor het ontleden van zinnen:

Piet Gaat Zeilen Op Lange Malle Boot.

Piet = persoonsvorm (eerste werkwoord)

Gaat = gezegde (alle werkwoorden in de zin)

Zeilen = zinsdelen

Op = onderwerp (wie/wat + persoonsvorm = onderwerp)

Lange = lijdend voorwerp (wat/wie + persoonsvorm + onderwerp = lijdend voorwerp)

Malle = meewerkend voorwerp (aan wie/voor wie + persoonsvorm + onderwerp + lijdend voorwerp = meewerkend voorwerp)

Boot = niks ;p gewoon om makkelijk te onthouden!

Door Marit
Home
Alle items
Uploaden