
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
cogitare
cogitare = nadenken
als je een kogel door je hoofd krijgt kan je niet meer nadenken.
Voorzetsels ablativus
Om te onthouden welke voorzetsels met de Ablativus gaan, kun je denken aan deze zin
Aan Een Sinaasappel Plakt De Citroen.
A b
E x
S ine
P ro
D e
C um
Nederlandse Antillen
Om de Nederlandse Antillen te onthouden, kun je denken aan
ABC – SSS
A ruba
B onaire
C uracao
S ab
S int-Eustasius
S int-Maarten
Eenheden van de gram
Om de eenheden van de gram te onthouden, kun je denken aan de zin
Tankt Kees Gewoon Mee
T on
K ilogram
G ram
M iligram
Fase overgangen water
Er zijn 6 fase overgangen en die leer je zo uit je hoofd!
Cor rijmt veel, ben smakt veel
Pak van alle de eerste twee letters van de woorden en je kom al verder ook staan ze in volgorde
Condenseren
Rijpen
Verdampen
Bevriezen
Smelten
Vervluchtigen
Hydrofobe vitamines
Om te onthouden welke vitamines hydrofoob zijn, kun je denken aan de zin
Hydrofobe vitamines blijven liever op de KADE
Vitamines K, A, D en E zijn niet wateroplosbaar (hydrofoob).
Hiermee houd je B en C over als wateroplosbare vitamines (hydrofiel).
Alfabet
Moet je je Griekse alfabet uit je hoofd leren? Probeer het te zingen op vader Jacob.
Vader Jacob, vader jacob. Slaapt gij nog? Slaapt gij nog? Wordt dan -> alpha bèta gamma delta epsilon, epsilon. Etc.
Fasering projectmanagement
Initiatief, Definitie, Ontwerp, Voorbereiding, Realisatie, Nazorg.
IDOVRN
Ik Deel Onze Verse Rookworst Niet
Theater
We hebben het over theater als er sprake is van:
SAP
Speelplek, Acteurs en Publiek
Het verschil tussen sytole en diastole
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan S = S en DI = DI
Sytole = Samentrekken
DIastole = DIvers, uit elkaar –> ontspannen
Kenmerken concurrentiekracht
Om de vijf kenmerken die bij concurrentiekracht horen te onthouden, kun je denken aan POMOT
P roductiefactoren
O ndernemersgeest
M arktorganisatie
O verheid
T oevalsfactoren
Craniale zenuwen
Met deze ezelsbrug weet je of de 12 craniale zenuwen motorisch, sensorisch of gemixt zijn (beide)
–> M (motorisch), S (sensorisch), B (both)
Some Say Many Money, But My Brother Says Big Boobs Matter More
Craniale zenuw 1: Sensorisch
2: Sensorisch
3: motorisch …
De niet-ontleedbare stoffen
BRam Organiseert NAchtfeesten In HEt CLubhuis
Br: Broom
O: Zuirstof
Na: Natrium
I: Jood
He: Helium
Cl: Chloor
Mutualisme of commensalisme?
Bij mutualisme hebben zowel de gastheer als de gast voordeel, het voordeel is dus wederzijds. Het Engelse woord mutual betekent wederzijds, mutualisme is hiervan afgeleid.
mutual = wederzijds
mutualisme = allebei voordeel
Bij commensalisme heeft alleen de gast voordeel, de gastheer is neutraal.
Meest voorkomende elementen in de aardkorst
Deze kun je onthouden met de zin
Al Feestend Sinaasappels Opeten
Al uminium
Fe IJzer
Si licium
O Zuurstof
Volksverzekeringen en werknemersverzekeringen
Werkgevers betalen werknemersverzekeringen en werknemers betalen volksverzekeringen. Een partij betaalt dus voor een andere partij
Piscine
Piscine betekent zwembad
Kleine kinderen willen soms nog wel eens in het zwembad plassen
Spoel en condensator
CIRCUS LUIPAARD
C I r c U s
Condensator: de stroom loopt voor op de spanning
L U I paard
Spoel: de spanning loopt voor op de stroom
Volgorde bijv. voornaamwoorden
De volgorde van 2 of meer bijvoegelijk naamwoorden zijn:
opinion – size – quality – age – shape – colour – origin – material – purpose
Alle eerste woorden vormen osqas comp, wat lijkt op Oscars compamy.
Het OSI-model
De officiële ezelsbrug voor het OSI-model (Reference Model for Open Systems Interconnection)
All People Seem To Need Data Processing
A pplication – Toepassing
P resentation – Presentatie
S ession – Sessie
T ranport – Transport
N etwork – Netwerk
D atalink – Datalink
P hysycal – Fysiek
Congres van Wenen
Om te onthouden welke landen het congres van Wenen vertegenwoordigen, kun je denken aan ROEP
R usland
O ostenrijk
E ngeland
P ruisen
productiefactoren
de 4 productiefactoren
KANO
K: kapitaal
A: arbeid
N: natuur
O: ondernemerschap
