
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
spijker in het brits
Meestal als je op een spijker gaat slaan met een hamer dan sla je op je nagel. Nagel betekent in het engels Nail, Spijker betekent ook nail
De Geallieerden
Om de Geallieerden in WO I te onthouden, kun je denken aan FRASGRIEP
F rankrijk
R usland
A lbanië
S ervië
G riekenland
R oemenië
I talië
E ngeland
P ortugal
Pensioenstelsels
Omslagstelsel = je maakt een omslag van de werkenden naar de pensioengerechtigden.
Kapitaaldekkingsstelsel = met eigen kapitaal zorg je voor je eigen pensioen.
Wiskundige verbanden
Om de verschillende wiskundige verbanden te onthouden, kun je denken aan WELKOM
W ortelverbanden
E xponentiële verbanden
L ineaire verbanden
K wadratische verbanden
O mgekeerd evenredige verbanden
M achtsverbanden
Het verschil tussen < en >
Om het verschil tussen < en > te onthouden, kun je denken aan dit trucje
Als je een K van het teken kan maken, dan betekent het kleiner dan.
Daarom: < betekent kleiner dan!
Het andere teken betekent groter dan, van > kan je geen K maken.
Daarom: > betekent groter dan!
Het leren van muzieknoten
Handige geheugensteuntjes bij het leren van noten
Voor de noten met een hulplijntje –> C&A
Voor de noten tussen de lijnen –> FACE
Voor de noten op de lijnen –> Eergister Bakte Dirk Frietjes –> EBDF
Voor de noten boven de lijnen –> DonkerGroen –> DG
KNAP
Je kan de lading van een anode of kathode onthouden door te denken aan het woord KNAP.
Kathode = Negatief. KN
Anode = Positief. AP
Dit maakt KNAP.
Een kathode is dus negatief geladen en een anode positief.
Hersenblaasjes
Om de vijf hersenblaasjes te onthouden, kun je denken aan de zin
Tel Die Messen Met Mij
T elencephalon
D iencephalon
M esencephalon
M etencephalon
M yelencephalon
Prudent
Prudent = voorzichtig
Met het tandpastamerk ‘Prodent’ poets je voorzichtig je tanden
Rekenvolgorde HMWVDOA
HMWVDOA = Hare Majesteit Wenst Vandaag De Open Auto
1. Haakjes
2. Machtsverheffen
3. Worteltrekken
4. Vermenigvuldigen
5. Delen
6. Optellen
7. Aftrekken
spijsvertering
mond=m
slokdarm=s
maag=ma
twaalfvlingerige=t
dunne darm=d
dikke darm=di
endeldarm=e
anus=a
De drie vormen van water
De drie vormen van water kun je onthouden door GaVaVlo
GA svormig
VA st
VLO eibaar
Nox
Nox betekent nacht
Een spreuk uit harry potter is nox, licht uit en in de nacht is het licht uit
Het verschil tussen où en ou
Oú = waar
Ou = of
Je kunt hierbij denken aan de vraag; waar is het streepje?
Als het streepje erop staat, is het óu –> waar
Onderzoeksopzet
Om de onderdelen van een onderzoeksopzet te onthouden, kun je denken aan de zin
Eva Danst Op Curaçao En Paaseiland
E xploreren
D efiniëren
O ntwerpen
C reëren
E valueren
P resenteren
Oorzaken secondary nephrotic syndrome
Om de oorzaken voor secondary nephrotic syndrome (nierschade door eiwittekort) te onthouden, kun je gebruik maken van het acroniem DAVID:
D iabetes mellitus
A myloidosis
V asculitis
I nfections
D rugs
Hogedrukgebied en lagedrukgebied
Om het verschil te onthouden denk aan een strand in bijvoorbeeld Spanje
🌤 Hogedrukgebied = hoog aantal toeristen
want veel zon, is weinig bewolking, is weinig neerslag
🌧 Lagedrukgebied = laag aantal toeristen
want weinig zon, is veel bewolking, is veel neerslag
Er zijn weinig mensen om het strand bij slecht weer.
Daarbij kun je denken aan het rijmpje
“Hoog is droog en laag is vaag”
Hoog drukgebied is droog weer, laag drukgebied is regen
Het verschil tussen if en when
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
Als als “indien” is, dan is als “if”
als = if of when?
Vervang ‘als door ‘indien’; blijft de zin daardoor onveranderd, gebruik dan ‘if’!
Lagen van de retina
Om de lagen te onthouden, kun je denken aan de zin
Zondags Graag Niet Fietsen Rond Centrum
Z enuwlaag
G anglionlaag
N eurale laag
F otoreceptorlaag
R etinaal pigment epitheel
C horoidea
Tangere
Tangere = aanraken, treffen
Bij de tango sta je dicht bij elkaar en raak je elkaar aan
Factoren van 5 vermenigvuldigen
Om 25×25 gemakkelijk te berekenen, kun je dit trucje gebruiken.
20×30 = 600 + 5×5= 25, dus 25×25 = 625
Dit werkt bij alle factoren van 5
Bijvoorbeeld;
75×75 = 5625 –> 70×80= 5600 + 5×5=25 –> 5625
