
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Sterke werkwoordsvervoegingen
Engelse sterke werkwoorden worden meestal vervoegd via de Miauw-regel
IAU
Voorbeeld: To drink, drank, drunk
De kastenstelsels van India
De volgorde van de kastenstelsels van India kun je onthouden met de zin
Ben Kei Veel Snoep Winkels Doorgelopen
B rahmanen
K shatriaya’s
V aishya’s
S hudra’s
D alits
complere = vullen
Complere lijkt op compleet
Letterlijk is COMPLERE dus compleet maken, VULLEN
Volgorde tijden geschiedenis t/m pruiken en revoluties
Jagende Griek met speer of rode peper
J= jagers en boeren
G= Grieken en Romeinen
M= monniken en ridders
S= steden en Staten
O= ontdekkers en hervormers
R= regenten en vorsten
P= pruiken en revoluties
Cuisine
Om te onthouden dat je cuisine met ‘ui’ schrijft, kun je denken aan
In de keuken snijdt je een ui
De verdringingsreeks van de metalen
Deze kun je onthouden met deze lange zin
Lieve Koning BaCaNa MaG ALLeen op ZoNdagen, MaandaGen en ChRistelijke FEestdagen NIets SNoepen, BePaalt Het BInnenlands CUrriculum AanGaande PlaaTselijke AUtoriteiten
L ithium
K alium
Ba rium
Ca lcium
Na trium
Mg Magnesium
All uminium
Zn zink
Mn Mangaan
Cr Chroom
Fe rrum
Ni kkel
Sn stannum
Bp (pb) Plumbum
H ydrogrenium
BI smut
Cu prum
Ag argentum
Pt Platina
Au rum
Het verschil tussen homo-en heterozygoot
Om het verschil tussen homozygoot en heterozygoot, kun je denken aan homo- en heteroseksueel
Homozygoot = dezelfde allelen voor één eigenschap
Heterozygoot = twee verschillende allelen voor één eigenschap
Some Say Money Matters
Some Say Money Matters But My Brother Said Big Boobs Matter More
Woord beginnend met S = sensorisch; woord beginnend met M = motorisch; Woord beginnend met B = Beide (Hersenzenuwen: sensorisch of motorisch).
De 12 hersenzenuwen:
n. Olfactorius – Sensorisch
n. Opticus – Sensorisch
n. Oculomotorius – Motorisch
n. Trochlearis – Motorisch
n. Trigeminus – Beide
n. Abducens – Motorisch
n. Facialis – Beide
n. Vestibulocochlearis – Sensorisch
n. Glossopharyngeus – Beide
n. Vagus – Beide
n. Accessorius – Motorisch
n. Hypoglossus – Motorisch
Berg of dalparabool
Als er een – voor de x staat, is het negatief dus 🙁 berg
Als er een plus staat is het positief dus 🙂 dal
Cirkel: omtrek of oppervlakte?
De omtrek is 2 x pi x r
De oppervlakte is pi x r²
Als er 1 r in voor komt, is het dus in meters en dus lengte. Als er r² in voor komt, is het vierkante meters, dus oppervlakte!
Het verschil tussen additie- en substitutie
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan het Engels
To add = toevoegen
To substitute = vervangen
Additiereactie = iets toevoegen
Substitutiereactie = iets vervangen
spijsvertering
mond=m
slokdarm=s
maag=ma
twaalfvlingerige=t
dunne darm=d
dikke darm=di
endeldarm=e
anus=a
Mollen en Kruizen voor de Cello
Kruizen:
Finnen BESchouwen EStlanders AS DESkundige GESchiedschrijvers CESar
Mollen:
Geef De Armen Een Bord FIS CIS
Innovatief
Innovatief = vernieuwend. Een VAATwasser = vernieuwend. In innovatief zit het woord VAAT en in vaatwasser ook.
Gevaccineerde ziektes
Om de gevaccineerde ziektes te onthouden, kun je denken aan het acroniem DKTP;BMR
D ifterie
K inkhoest
T etanus
P olio
B of
M azelen
R ode Hond
Peu
Un peu betekent een beetje.
Een beetje is klein. Klein is een peuk en een peuk lijkt op peu.
Het verschil tussen kwalitatief en kwantitafief
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
L=L en N=N
KwaLitatief –> met letters
KwaNtitatief –> met nummers
IJstijd in Nederland
De lijn tot waar de ijstijd in Nederland kwam, kun je onthouden door te denken aan de
HUN-lijn
H aarlem
U trecht
N ijmegen
