Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Lagen van een berg

Om de bedekkingslagen van een berg te onthouden, kun je denken aan ERANL

E euwige sneeuw
R otsgordel
A lpeweiden
N aaldboomgordel
L oofboomgordel

Door Denise

Volgorde bytes

Om de volgorde te onthouden kan je denken aan het zinnetje “Bruine Kangoeroes maken geen troep”

Bruine = byte
Kangoeroes = Kilobyte
Maken = megabyte
geen =gigabyte
troep= Terrabyte

Door Charlotte

Verbranding bij de mens en de kaars

Om de verbranding bij de mens te onthouden, kun je denken aan de zin
Goed, Zei Winston Koning Eergisteren

G lucose
Z uurstof
W ater
K oolstofdioxide
E nergie

Om de verbranding bij een kaars te onthouden, kun je denken aan de zin
Kopen! Zei Winston Koning Eergisteren

K aarsvet
Z uurstof
W ater
K oolstofdioxide
E nergie

Door Sanne

Oxidator en reductor

Oxidator- elektronen Opnemen
Reductor- elektronen Afstaan
Oxidator en opnemen beginnen beide met de O.

Door joelle

De Beurs

Om het verschil tussen de Bull-market en de Bear-market te onthouden, kun je denken aan de zin
De stier gooit je in de lucht en de beer trekt je naar beneden

Op de beurs gaan bij een Bull-market de koersen omhoog. Bij een Bear-market gaan ze naar beneden.

Door

Vetare

Vetare = verbieden

Wanneer je vetarme dingen eet, verbied je jezelf om vet te eten

Door Anoniem

Uiteenzetting

Om te onthouden wat een uiteenzetting is, kun je denken aan UIT = UIT

UITeenzetting = UITleg

Door Kim

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

Stare

Stare = staan

Sta niet zo te staren

Door Selina

Uitgangen van Duitse werkwoorden (tegenwoordige tijd)

De uitgangen van Duitse regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd vormen samen het woord (fe)esttenten:

(ich) wohn e

(du) wohn st

(er) wohn t   
(wir) wohn en

(ihr) wohn t 
(sie) wohn en

Door Max

Das Märchen

das Märchen = het sprookje

Das Märchen lijkt op das Mädchen (het meisje).  In (bijna) elk sprookje komt wel een meisje/vrouw voor.

Door Myrthe

Het verschil tussen zuur en basisch

Bij de lakmoesproef kan je zien welke kleur staat voor zuur en welke voor basisch door te denken aan 
R = R en B = B
Rood is zuuR
Blauw is Basisch

Door Hadufa

nihil = niets

Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’

Dus:

Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.

Door Jootje

Ambulare

Ambulare = wandelen

Als mensen tijdens het wandelen vallen, moet er een ambulance komen

Door Amee

Het verschil tussen Adesse en Abesse

Abesse = afwezig zijn

Adesse = aanwezig zijn 

Absent betekent afwezig. Zo kun je het verschil onthouden.

Door Baukje

Prope = bijna

De propper kreeg ons bijna binnen

Door Anoniem

Romeinse cijfers

Een gemakkelijk ezelsbruggetje om de volgorde van Romeinse cijfers te onthouden:

Ik verving Xaviers lekkere citroenen door meloenen:

I = 1
V = 5
X = 10
L = 50
C = 100
D = 500
M = 1000

Door Thomas

Bracchium = arm

Ik ben zo brac dat kan ik niet betalen

Door Anoniem

Keerkringen

Om het verschil tussen de twee keerkringen te onthouden, kun je denken aan de zin
De kreeft zit op de steenbok

De kreeftskeerkring staat boven de evenaar, de steenbokskeerkrings staat onder de evenaar

Door Anita

Perodiek Systeem

In het periodieke systeem zijn de periodes de rijen (horizontaal) en de groepen de kolommen (verticaal), om dit verschil te onthouden, kun je denken aan de woorden die ze representeren. Periode is een langer woord dan groep, periodes zijn dus langer dan de groepen.

Door Lieke

Oorzaken Eerste Wereldoorlog

Oorzaken eerste Wereldoorlog

IMBONAWAMI

IM = imperialisme
BO = Bondgenootschappen
NA = Nationalisme
WA = Wapenwedloop
MI = Militarisme

Door Jip

Ventus

Ventus = wind

Een ventilator zorgt voor koude wind

Door Anoniem

Omrekenen

Om te onthouden dat 1 kilo = 2 pond = 10 ons, kun je het volgende doen

Breng je handen samen (1 kilo), maak nu twee vuisten (2 pond), laat al jouw vingers zien (10 ons)

Door Mathilda

Graan soorten

Deze kun je onthouden met de zin
Hans Gaat Truusje Roepen

H aver
G erst
T arwe
R ogge

Door Zoë

To pretend

To pretend = doen alsof

Je doet alsof je pret hebt

Door Moo

Indirecte invloed op een bedrijf

Factoren die een indirecte invloed op een bedrijf hebben, kun je onthouden aan de hand van NETSoP

N atuur
E conomie
T echniek
S ociale invloed
P olitiek

Door Robert

Qui?

Qui? = Wie?
kiwi
Je hebt qui (ki) en wie (wi).

Door Nora
Home
Alle items
Uploaden