Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Bijvoeglijke naamwoorden vóór het zelfstandig naamwoord

De bijvoeglijke naamwoorden die vóór het zelfstandig naamwoord moeten, passen precies in de melodie van Jingle Bells. Zo kan je ze onthouden.

Grand petit,
Beau jolie,
Jeune hoort erbij.
Vi-eux gros,
Bon noveau,
Ja dat is de rij!

Door Femke

Het verschil tussen oud en jong gebergte

Hierbij kun je denken aan O = O 

Oud gebergte = rOnde toppen
Jong gebergte heeft spitse toppen, net als de J

Door Veronique

Functies in zenuwstelsel

Deze kun je onthouden met RO CV EU 

R eceptoren –> O ntvangen
C onductoren –> V oortgeleiden
E ffectoren –> U itvoeren

Door Miran

Dare betekent geven

Dare betekent geven.

Hierbij kan je denken aan het Engelse dare betekent durven.

Do you -dare- om het te geven?
Durf je het te geven?

Door Noah

Hersenstructuren

De hersenstructuren kun je onthouden met de zin
Tel Deze Messen Met Mij

T elencephalon
D yencephalon
M esencephalon
M etencephalon
M yencephalon

Door Merel

De rivier Po

Om de rivier de Po te vinden op te kaart, ga je op zoek naar de Laars. Wanneer je op de Po zit, laat je je broek zakken tot aan je laars

Door Meran

Rijbewijs

Als je niet weet wanneer een tram stop gebruik ik altijd
Een tram is bang voor dieren
Een tram stopt alleen voor zebrapaden en haaientanden

Door Lisa

Causa

Causa = reden/oorzaak

Causa lijkt op because en in het Engels komt daarna een reden of een oorzaak

Door Cornelia

Tekstdoelen

Alle Ossen In Opa’s Akker

Amuseren
Overtuigen
Informeren
Opiniëren
Activeren

Door Fransie

Taxonomie van Bloom

Ook Boef Trekt Aan Een Cheque

Onthouden, begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren, creëren.

Door Lennie

Kleurcoderingen in electrotechniek en electronica

De kleurcoderingen in electrotechniek en electronica kun je onthouden met de zin
Zij Bracht Rozen Op Gerrits Graf Bij Vies Grauw Weer.

Z wart, waarde = 0 
B ruin, waarde = 1
R ood, waarde = 2
O ranje, waarde = 3 
G eel, waarde = 4 
G roen, waarde = 5 
B lauw, waarde = 6 
V iolet, waarde = 7 
G rijs, waarde = 8 
W it, waarde = 9

Door Niek

Drole

Drole betekent grappig/leuk
Denk aan dat je ergens van moet lachen

Door Thijs

De eilanden

De eilanden onthoud je met het woord TV-TAS

T Texel
V Vlieland

T terschellingen
A Ameland
S Schiermonnikoog

Door Beyza

substitutie of complementaire goederen

Denk bij substitutie goederen aan substitute teacher, een invallende docent, een vervangende docent. Substitutie goederen kun je met elkaar vervangen. Bij complementaire goederen moet je denken aan complete, volledig.
Complementaire goederen gebruik je samen, om ze volledig te kunnen gebruiken.

Door Bo

Tijd en plaats achterin de zin

Om de volgorde te onthouden van de plaats en de tijd achterin een zin, kun je denken aan het alfabet. De P komt voor de T, dus komt plaats ook voor tijd 

Achterin een zin komt plaats VOOR tijd. p voor t

Door Kim

Oudeis

Oudeis = niemand

Niemand eet oud ijs

Door Marlin

Satelliet

Om de spelling van het woord ‘satelliet’ te onthouden, kun je denken aan
In saté zitten altijd twee stokjes

Door Kim

De botten in de schedel

De botten vanaf de zijkant gezien kun je onthouden door NEL SPOT F

N asale
E tmoïdale
L acrimale
S phenoïdale
P ariëtale
O ccipitale
T emporale
F rontale

Door Chantal

Het verschil tussen zuur en basisch

Bij de lakmoesproef kan je zien welke kleur staat voor zuur en welke voor basisch door te denken aan 
R = R en B = B
Rood is zuuR
Blauw is Basisch

Door Hadufa

Prudent

Prudent = voorzichtig

Met het tandpastamerk ‘Prodent’ poets je voorzichtig je tanden

Door Josine

trap = escallier

escallier betekent trap
via de trap kan je weg en kan je ‘ontsnappen’

ontsnappen betekent escapen in het engels

dus bij escallier moet je denken aan het escapen via de trap

Door Martijn

Kenmerken concurrentiekracht

Om de vijf kenmerken die bij concurrentiekracht horen te onthouden, kun je denken aan POMOT

P roductiefactoren
O ndernemersgeest
M arktorganisatie
O verheid
T oevalsfactoren

Door Erwin

Het verschil tussen een optimist en een pessimist

Om dit verschil te onthouden, kun je eraan denken wat ze zouden zeggen bij heftige mistval

Optimist –> Op die mist! (postief)
Pessimist –> Wat een pest, die mist (negatief)

Door Chantal

Motorrijbewijs

Om te onthouden welke controlepunten je aan je examinator dient op te noemen, kun je denken aan BROVAK

B anden en brandstof
R emmen
O lie
V ering en verlichting
A ccu
K etting en koeling

Door Annemarie

Zelfstandig naamwoorden zijn namen voor….

Gemedipladi:
GeMeDiPlaDi
Gevoelens (woede, onrust etc.)
Mensen (broer, Truus)
Dieren (paling, otter)
Planten (roos, eikenboom)
Dingen (tafel, handdoeken)

Door Annemarie

Romeinse cijfers

Een gemakkelijk ezelsbruggetje om de volgorde van Romeinse cijfers te onthouden:

Ik verving Xaviers lekkere citroenen door meloenen:

I = 1
V = 5
X = 10
L = 50
C = 100
D = 500
M = 1000

Door Thomas

Formule molariteit

Om de formule voor molariteit te onthouden, kun je denken aan
Tinus is het gemiddelde van Moeder en Vader Mol

Molariteit –> t = m/VM

t = molariteit
m = mol opgelost
VM = volume (oplossing)

Door E.J.E.
Home
Alle items
Uploaden