
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Risicogroepen
Om de vier risicogroepen voor o.a. de griepprik te onthouden, kun je denken aan YOPI
Y oung
O ld
P regnant
I ll
De eigenschappen van transformaties
Deze eigenschappen kun je onthouden met het acroniem AHOE
A anpassen
H oekgrootte
O mega
E enheid
Muziekbegrippen
Deze kun je onthouden aan de hand van MoSTeRDVaK
M elodie
S amenklank
T empo
R itme
D ynamiek
V orm
K lankkleur
Omzetberekening
Om te onthouden wat de berekening voor omzet is, kun je denken aan OPA
O mzet =
P rijs x
A fzet
Groter dan(<) en kleiner dan(>)
< heb je een grote opening en dat is groter dan > heb je een puntje dan is het kleiner dan
Rapido
Rapido=Snel.
Dit weet je door het voorste woord rap, Want een rap gaat snel en nu weet je het antwoord.
Meest voorkomende elementen in de aardkorst
Deze kun je onthouden met de zin
Al Feestend Sinaasappels Opeten
Al uminium
Fe IJzer
Si licium
O Zuurstof
Scheidingsmethodes
Bas en Anne Eten Friet In Amsterdam
Bezinken en Afgieten.
Extraheren.
Filtreren.
Indampen.
Afschenken.
Oude Griekenland
De vier huidige buurlanden van Griekenland, maakten vroeger deel uit van Griekenland. Deze kun je onthouden door te denken aan BATMan
B ulgarije
A lbanië
T urkije
M acedonië
De EU-landen die geen Euro gebruiken
De landen die de euro niet gebruiken kan je onthouden met ZZOND!
Z weden
Z witserland
O ost Europa (dan moet je de landen wel kennen)
N oorwegen
D enemarken
Het verschil tussen specificiteit en sensitiviteit
Om dit verschil te onthouden kun je denken aan SPinSNuit
S pecificiteit –> I nsluiten
S ensitiviteit –> U itsluiten
De ligging van Paraguay en Uruguay
Om dit te onthouden kun je denken aan
Paraguay –> lijkt op park –> ligt in het midden van Z-Amerika
Uruguay –> ligt aan de zijkant van Z-Amerika
Oorzaken van jeuk
De oorzaken van jeuk, zonder zichtbare huidafwijkingen, kun je onthouden door te denken aan HUIDPASTA
H odgkin
U remie
I cterus
D iabetes
P sychogeen
A nemie
S enilitas
T oxidermie
A nkylostomiasis
Variabelen
Onafhankelijke variabele: Oorzakelijke variabele (beide beginnen met de O)
Afhankelijke variabele: variabele die je kan beïnvloeden.
INterveniërende variabele: zit tussen de onafhankelijke en de afhankelijke variabelen IN
Ascenseur en escallier
Ascenseur betekent lift
Escallier betekent trap
Een ascenseur heeft een deur, een escallier heeft een tree. Een lift heeft een deur en een trap heeft een tree.
Keerkringen
Om het verschil tussen de twee keerkringen te onthouden, kun je denken aan de zin
De kreeft zit op de steenbok
De kreeftskeerkring staat boven de evenaar, de steenbokskeerkrings staat onder de evenaar
De verzekeringen zonder assurantiebelasting
De verzekeringen waar geen assurantiebelasting op mag worden geheven, kun je onthouden met de zin
LAO ZIT Heerlijk
L evensverzekeringen
O ngevallenverzekeringen
A rbeidsongeschiktheidsverzekering
Z iekte- en zorgverzekering
I nvaliditeitsverzekering
T ransportverzekering
H erverzekeringen
BrINClHOF
BrINClHOF, de atomen die niet in hun eentje gaan.
– Broom
– Iodium
– Natrium
– Chloor
– Hydrogenium(waterstof)
– Oxygenium (zuurstof
– Fluor
Rennen bij softbal
Om te onthouden wanneer je mag gaan rennen bij softbal, denk dan aan
Bal los, jij los!
Wanneer de bal los is uit de hand van de pitcher, dan mag jij ook beginnen met rennen naar het volgende honk. Je hoeft niet te wachten totdat de slagman de bal geslagen heeft.
De actiepunten bij EHBO
De tien geboden voor de eerste hulpverlening, kun je onthouden met de zin
Goh, Gisteren Scheelde Het Maar Anderhalve Actiepunt Bij de C&R
G evaar?
G etuigen?
S lachtoffer aanspreken
H ulp zoeken/roepen
M ond bekijken
A demhaling controleren
A larm slaan
B eadem tweemaal
C irculatie controleren
R eanimeren
Planeten in de juiste volgorde
Mijlenver Van Aarde Mag Je Soms Urenlang Niet Plassen
– Mercurius
– Venus
– Aarde
– Mars
– Jupiter
– Saturnus
– Uranus
– Neptunus
– Pluto
Soorten argumenten
Om de zeven verschillende soorten argumenten te onthouden, kun je denken aan de zin
Veel Fietsen En Andere Voertuigen Ergeren Mensen
V oorbeeld
F eit
E motie
A utoriteit
V ergelijking
E mpirisch
M oreel
Kenmerken concurrentiekracht
Om de vijf kenmerken die bij concurrentiekracht horen te onthouden, kun je denken aan POMOT
P roductiefactoren
O ndernemersgeest
M arktorganisatie
O verheid
T oevalsfactoren
Het verschil tussen this en that
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan I = I en A = A
ThIs = dIchtbij
ThAt = verAf
