Aardrijkskunde Archives - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Het verschil tussen loefzijde en lijzijde

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan

De lijzijde –> is blij (veel zon)
De loefzijde –> is droef (veel regen)

Door Claudia

Het verschil tussen stalagmieten en stalagtieten

Om het verschil tussen stalagtieten en stalagmieten te onthouden, kun je denken aan

Tieten hangen, mieten staan

Door

Tsjechië – Praag

In Tsjechië kom ik graag, de hoofdstad is Praag.

Door Lydwien

De dammen van Nederland

De dammen en stuwdammen van Nederland, kun je onthouden met de zin
Super Veel Grietjes Vinden Het Boertje Ongelofelijk

S tormvloedklering Hollandse IJssel
V eersegatdam en zandkreekdam
G revelingendam
V olkerdakdam
H arinvlietdam
B rouwersdam
O osterschelde (stormvloedkering, oesterdam en philipsdam)

Door Emmy

Apeldoorn, Arnhem en Nijmegen

AAN, op alfabetische volgorde

Van boven naar beneden op de kaart;
A peldoorn
A rnhem
N ijmegen

Door J.

Waddeneilanden

De Waddeneilanden kun je onthouden door
TV TAS
 
T erschelling

V lieland

T exel

A meland

S chiermonnikoog 

Door lina

plekken in friesland

HaLeDo Des HeLS

HArlingen
LEeuwarden
Dokkum
Drachten
Heereveen
Lemmer
Sneek

Door Tyshairo

Midden-Amerika

De landen van Midden-Amerika, van boven naar beneden:
Mijn goudvis Bas eet haast nooit chocolade pudding

Mexico – Guatemala – Belize – Equador – Honduras – Nicaragua – Costa Rica – Panama

Door René

hogedrukgebied

denk bij hogedrukgebied aan bosbranden bij bosbranden geen regen dus bij hogedrukgebied ook geen regen
dus onthoud hb (hogedrukgebied bosbranden)

Door Jeroen

Rivieren in midden-Nederland

De drie rivieren in het midden van het land, kun je van boven naar beneden onthouden met
LuiWamMes

L ek
W aal
M aas

Door Lisanne

Lagen van een berg

Om de bedekkingslagen van een berg te onthouden, kun je denken aan ERANL

E euwige sneeuw
R otsgordel
A lpeweiden
N aaldboomgordel
L oofboomgordel

Door Denise

De provincies

De 12 provincies van Nederland kan je onthouden met de volgende zin:
Niemand Uit NederLand Geeft Grote Feesten Omdat Dat Flauwekul Zou Zijn

N oord-Holland
U trecht
N oord-Brabant
L imburg
G roningen
G elderland
F riesland
O verijssel
D renthe
F levoland
Z uid-Holland
Z eeland

Door Solange

De OPEC-landen

Om de OPEC-landen te onthouden, kun je denken aan de zin
IQ VAN LIKVIS

I ndonesië
Q uatar
V enezuela
A lgerije
N igeria
L ibië
I rak
K oeweit
V erenigde Arabische Emiraten
I ran
S aoedi-Arabië

Door Evalien

Grote rivieren in Nederland

De grote rivieren van Nederland, van boven naar beneden, kunnen onthouden worden met de zin
Rare Weelderige Mannen

R ijn
W aal
M aas

Door Kim

Push- en pullfactoren

Push is in het Engels duwen dus mensen vertrekken uit dat land, denk aan mensen weg duwen. Pull is in het Engels trekken, denk aan je trekt mensen aan. Bij pullfactoren willen mensen een reden om naar dat land verhuizen.

Door Emma

IJsland – Reykjavik

Om het land IJsland met hoofdstad Reykjavik te onthouden, kun je denken aan de zin
Rij jij of rij ik?

Door Anoniem

De grote steden van Duitsland

Deze kun je onthouden met de zin
Als Beren Kunnen Duikelen, Dan Eet Dave Mijn Oogbal

A ken
B onn
K eulen
D usseldorf
D uisburg
E ssen
D ortmun
M unster
O snaburk

Door Leonie

Schaalvergroting rekenen

2 formules, en je weet alles:

Toename:
(nieuw : oud x 100%)-100

Afname:
100-(nieuw : oud x 100%)

Bijvoorbeeld: Een bedrijf had eerst 200 euro, later 300. Dan doe je: (300 : 200 x 100%)-100 = 50% gestegen

Door Anoniem

Hogedrukgebied en lagedrukgebied

Om het verschil te onthouden denk aan een strand in bijvoorbeeld Spanje

🌤 Hogedrukgebied = hoog aantal toeristen
want veel zon, is weinig bewolking, is weinig neerslag

🌧 Lagedrukgebied = laag aantal toeristen
want weinig zon, is veel bewolking, is veel neerslag

Er zijn weinig mensen om het strand bij slecht weer.

Daarbij kun je denken aan het rijmpje
“Hoog is droog en laag is vaag”

Hoog drukgebied is droog weer, laag drukgebied is regen

Door Quinty

Blauwe en Witte Nijl

Het verschil tussen de witte en de blauwe Nijl kun je uit elkaar houden door de L in blauw

Dit is ook de L van Links

Door Elise

Het verschil tussen maguis en garrigue

Maquis = zandgrond
Garrigue = kalkgrond

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan 
Mag = Zak

Door Patrick

ITCZ – hoge en lage luchtdruk

Hoog is droog.
In het hogedrukgebied is het droog en valt er weinig neerslag. In het lagedrukgebied valt er veel neerslag.

Tip: het ezelsbruggetje is om te onthouden. Schrijf op je toets niet: In het hogedrukgebied is het droog. Maar leg het proces uit!!

Door Annelien

Grote steden Canada

Als je het moeilijk vindt om de ligging van de 3 grootste steden van Canada te onthouden, denk dan aan MTV

Van Oost naar West

M ontréal

T oronto

V ancouver

Door Moniek

Windroos

Niet
Ontbijten
Zonder
Wafels

Door Hannah

Loef en lijzijde

Loef bestaat uit 4 letters –> meer letters –> meer regen.
Lij bestaat uit 4 letters –> minder letters –> minder regen.

Door Doeke

Klimaat systeem van Köppen

Een geheugensteuntje bij het Klimaatsysteem van Köppen

Alleen voor A-C-D klimaat:
s- sommertrocken: droge periode valt in de Sommer.
w- wintertrocken: droge periode valt in de Winter.
f- felht: er is geen droge periode. De droge periode is Foetsie.  

Alleen voor B klimaat:
BW-klimaat: B Woestijnklimaat.
BS-klimaat: B Steppeklimaat.

Alleen bij E klimaat:
EF-klimaat: sneeuwklimaat zonder 
begroeiing. De begroeiing is Foetsie.
EH-klimaat: Hooggebergte klimaat. Zelfde als EF-klimaat, maar dan op grote Hoogte.
ET-klimaat: Toendra klimaat.

Door Bijntje

Keerkringen

Om het verschil tussen de twee keerkringen te onthouden, kun je denken aan de zin
De kreeft zit op de steenbok

De kreeftskeerkring staat boven de evenaar, de steenbokskeerkrings staat onder de evenaar

Door Anita

De randstad

De steden van de randstad kun je onthouden met RAUD

R otterdam
A msterdam
U trecht
D en Haag

Door maaike
Home
Alle items
Uploaden