Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

ἐθέλω

ἐθέλω = willen / bereid zijn

Ik ben bereid om voor jou door iets heets te gaan.

Door Olivier

De rivier Po

Om de rivier de Po te vinden op te kaart, ga je op zoek naar de Laars. Wanneer je op de Po zit, laat je je broek zakken tot aan je laars

Door Meran

Mesa

Mesa = tafel
(In het Spaans)

De meeste mensen hebben een rommel tafel (ik wel)
Dus bij mesa kun je aan het Engelse woord mess denken (troep/rommel)

Door Anoniem

νεκρος

het woord νεκρος lijkt op het woord necroot, uit Harry Potter. Necroten zijn eigenlijk lijken van dode mensen die in het bezit zijn van iemand anders. νεκρος betekent dus lijk of dode.

Door Renske

Bracchium = arm

Ik ben zo brac dat kan ik niet betalen

Door Anoniem

Ambulare

Ambulare = wandelen

Vroeger werd de brancard van de AMBULANCE al WANDELEND gedragen

Door Isa

Poscere

Poscere = eisen

De postbodes eisen hogere loon

Door Hannelore

Sedentair

De eerste mensen werden sedentair, ze bleven op één plek wonen. Sedentair lijkt op sanitair. Sanitair heeft te maken met badkamers en wc’s. Op een wc moet je ook “even op één plek blijven”.

Door Geert

Variabelen

Om het verschil tussen onafhankelijke, afhankelijke en interveniërende variabelen te onthouden, kun je denken aan O = O en IN = IN

Onafhankelijke variabele = Oorzakelijke variabele
Afhankelijke variabele = variabele die je kunt beïnvloeden
INterveniërende variabele = de variabele tussen de onafhankelijke en de afhankelijke variabele in

Door Nina

Het verschil tussen theta, phi en psi

Om het verschil tussen deze drie te onthouden, kun je denken aan 

De psi is een drietand van Poseidoen
De phi dat is een rondje met de I erin 
Degene met een liggend streepje is dan de theta

Door Anoniem

Volksverzekeringen en werknemersverzekeringen

Werkgevers betalen werknemersverzekeringen en werknemers betalen volksverzekeringen. Een partij betaalt dus voor een andere partij

Door Ruth

Present en Past Perfect

De voorzetsels die met de Present Perfect gaan, kun je onthouden door te denken aan
FYNE JAS

F or
Y et
N ever
E ver

J ust
A lready
S ince

De voorzetsels die met de Past Simple gaan, kun je onthouden door te denken aan
LADY

L ast
A go
D atum
Y esterday

Door joelle

To pretend

To pretend = doen alsof

Je doet alsof je pret hebt

Door Moo

Wiskundige verbanden

Om de verschillende wiskundige verbanden te onthouden, kun je denken aan WELKOM

W ortelverbanden
E xponentiële verbanden
L ineaire verbanden
K wadratische verbanden
O mgekeerd evenredige verbanden
M achtsverbanden

Door Joyce

Some Say Money Matters

Some Say Money Matters But My Brother Said Big Boobs Matter More

Woord beginnend met S = sensorisch; woord beginnend met M = motorisch; Woord beginnend met B = Beide (Hersenzenuwen: sensorisch of motorisch).
De 12 hersenzenuwen:

n. Olfactorius – Sensorisch
n. Opticus – Sensorisch
n. Oculomotorius – Motorisch
n. Trochlearis – Motorisch
n. Trigeminus – Beide
n. Abducens – Motorisch
n. Facialis – Beide
n. Vestibulocochlearis – Sensorisch
n. Glossopharyngeus – Beide
n. Vagus – Beide
n. Accessorius – Motorisch
n. Hypoglossus – Motorisch

Door Karen

Jurk of rok?

De letters omdraaien
een Rok = une Jupe
een Jurk = une Robe

Door Barbara

Het verschil tussen kwalitatief en kwantitafief

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan 
L=L en N=N

KwaLitatief –> met letters 
KwaNtitatief –> met nummers

Door Anoniem

Grote tertsen en kleine tertsen

Deze kun je onthouden aan de hand van Tante SI-DO-MI-Fa (De zus van Tante Sidonia)

Een grote terts = 2 tonen
Een kleine terts = 1 .5 tonen

De kleine terts zit alleen tussen mi-fa en si-do

Door Karen

Tijd en plaats achterin de zin

Om de volgorde te onthouden van de plaats en de tijd achterin een zin, kun je denken aan het alfabet. De P komt voor de T, dus komt plaats ook voor tijd 

Achterin een zin komt plaats VOOR tijd. p voor t

Door Kim

Het verschil tussen objectief en subjectief

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
O = O en S = S

Objectief = Ongevoelig (feiten)
Subjectief = Sentiment (eigen mening)

Door Agnes

De onderdelen van een bloemplant

Om deze te onthouden, kun je denken aan KeKroMeSt

Ke lkbladeren
Kro onbladeren
Me eeldraden
St amper

Door Nette

Mulier

Mulier = vrouw

De vrouw speelt MUziek op de LIER

Door Sam

complere = vullen

Complere lijkt op compleet

Letterlijk is COMPLERE dus compleet maken, VULLEN

Door Jootje

Verschillende landschapstypes

Bij Wie Gaan Belgen Lopen In Toeristische Steden
Boslandschap
Woestijnlandschap
Graslandschap
Berglandschap
Landbouwlandschap
Industrielandschap
Toeristisch landschap
Stedelijk landschap

Door Mie

De reine intervallen

Om de reine intervallen te onthouden, kun je denken aan POKK

P rime
O ctaaf
K wart
K wint

Door Petra

waiter =ober

-Wait betekent wacht. En meestal moet je lang wachten voor ze iets komen brengen van eten of drinken dus waiter betekent ober
– je kan ook denken aan water waiter als de ober water komt brengen

Door Alexi

Pv zoeken

Waar beginnen we mee? Met de Pv en die komt met de TGV(Tijdproef, Getalproef, Vraagproef), ja of nee? (vraagproef met een ja/nee-vraag!!).

Door Twan
Home
Alle items
Uploaden