
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
De beginsels van kunststoffen
Deze kun je onthouden met de volgende zin
Met Een Paraplu Blijft Pino Heel Hoog Ook Nog Droog
M eth
E th
P rop
B ut
P ent
H ex
H ept
O ct
N on
D ec
Ordening biologie
Rijke (1) Spanjaarden (2) Krijgen (3) Op (4) Familiefeesten (5) Grote (6) Stukken (7) Rosbief (8)
1. Rijken
2. Stammen
3.Klassen
4. Orde
5. Familie
6. Geslacht
7. Soort
8. Ras
leerjaar 1 – biologie voor jou VWO
Tekstverbanden
Om de tekstverbanden te onthouden kun je gebruik maken van het acroniem CCORVOT
C oncluderend
C hronologisch
O psommend
R edengevend
V ergelijkend
O orzakelijk
T egenstellend
Klimaat systeem van Köppen
Een geheugensteuntje bij het Klimaatsysteem van Köppen
Alleen voor A-C-D klimaat:
s- sommertrocken: droge periode valt in de Sommer.
w- wintertrocken: droge periode valt in de Winter.
f- felht: er is geen droge periode. De droge periode is Foetsie.
Alleen voor B klimaat:
BW-klimaat: B Woestijnklimaat.
BS-klimaat: B Steppeklimaat.
Alleen bij E klimaat:
EF-klimaat: sneeuwklimaat zonder begroeiing. De begroeiing is Foetsie.
EH-klimaat: Hooggebergte klimaat. Zelfde als EF-klimaat, maar dan op grote Hoogte.
ET-klimaat: Toendra klimaat.
Eilanden van nederland
je kan alle eilanden van Nederland onthouden door het volgende ezelsbruggetje: TVTAS
T: Texel
V: Vlieland
T: Terschelling
A: Ameland
S: Schiermonnikoog
Door het gebruik van dit ezelsbruggetje staan ze direct allemaal in de goede volgorde
Huidlagen: buiten –> binnen
Can Good Skin Be My Defense?
C = Corneum
G = Stratum granulosum
S = Stratum spinosus
B = Stratum basale
M = Basaal membraan
D = Dermis
Être en avoir
om Être en avoir niet door elkaar te halen kan je dit gebruiken: bij avoir begint alles met een a (behalve ils sont) en avoir begint ook met een a 🙂
jou of jouw?
Als je niet weet of je ‘jou’ of ‘jouw’ moet gebruiken in een zin, maak er dan in je hoofd ‘u’ of ‘uw’ van. Dan weet je of er wel of of niet een ‘w’ achter ‘jou’ moet.
Functies van zinnen
Om de functies van een zin te onthouden, kun je denken aan de zin
Maar Vader Bakt Uijen
M ededelende zin
V ragende zin
B evelende zin
U itroepende zin
Permeabel membraan
Om te onthouden wat een permeabel membraan is, kun je denken aan
Per = per
Permeabel membraan = permissive membrane –> doorlaatbaar membraan
De zuilen
De drie verschillende bouwstijlen van de zuilen kun je onthouden met DIK
D orintch
I onisch
K orintisch
Het verschil tussen xyleem en floëem
Om te onthouden hoe water wordt getransporteerd door de vaten van een plant, kun je denken aan K-klank = K en F = F-klank
Xyleem (de houtvaten) = water door deze vaten moet omhoog Klimmen
Floëem (de bastvaten) = water Vloeit door deze vaten heen
Alfabet
ABC, daar begint het mee.
In deftig zit DEFG
In hij vind je HI en J
De KLM vliegt over de zee
Een NOP zit onder een voetbalschoen
Met de Q kun je maar weinig doen
RSTU zit in verstuurd
Laatst had ik VW gehuurd
Daar reed ik mee naar XYZ
Het einde van het alfabet
Het experiment
Om de onderdelen van een experiment te onthouden, kun je denken aan de zin
Papa Hoort Eekhoorns, Bakt Reusachtige Cupcakes
P robleemstelling
H ypothese
E xperiment
B enodigdheden
R esultaten
C onclusie
Toedieningsvormen
De verschillende toedieningsvormen kun je onthouden met SPROLTS
S ystematisch
P arentaal
R ectaal
O raal
L okaal
T ransdermaal
S ublinguaal
De Beurs
Om het verschil tussen de Bull-market en de Bear-market te onthouden, kun je denken aan de zin
De stier gooit je in de lucht en de beer trekt je naar beneden
Op de beurs gaan bij een Bull-market de koersen omhoog. Bij een Bear-market gaan ze naar beneden.
Het verschil tussen midi en minuit
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
D = D en N = N
MiDi = Dag
MiNuit = Nacht
Het nationale spaarsaldo
Om de formule van het nationale spaarsaldo te onthouden, kun je denken aan
SIEBOEI
(SI)+(BO)=(E-I)
S paarsaldo
I nvesteringen
B elasting
O verheidsbesteding
E xport
I mport
Het verschil tussen supinatie en pronantie
Supinatie –> de beweging die je maakt als je soep van een lepel eet
Pronantie –> de beweging die je maakt als je een slok neemt, proost!
