Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Bracchium = arm

Ik ben zo brac dat kan ik niet betalen

Door Anoniem

Videre, audere en vocare

Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan

video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem

Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen

Door davey

Canarische eilanden

Alle Canarische eilanden van west naar oost:
Hamsters plassen geel, tenzij gezonde cavia’s fluitend langslopen
Hamsters: El Hierro
Plassen: La Palma
Geel: La Gomera
Tenzij: Tenerife
Gezonde Cavia’s: Gran Canaria
Fluitend: Fuerteventura
Langslopen: Lanzarote

Door René

covalenties

Claire Fietst Naar Haar Oma In Breda
(Cl, F, N, H, O, I, Br)

Door silke

substitutie of complementaire goederen

Denk bij substitutie goederen aan substitute teacher, een invallende docent, een vervangende docent. Substitutie goederen kun je met elkaar vervangen. Bij complementaire goederen moet je denken aan complete, volledig.
Complementaire goederen gebruik je samen, om ze volledig te kunnen gebruiken.

Door Bo

Max Eet Pizza Bij PizzaHut

Methaan
Ethaan
Propaan
Butaan
Pentaan
Hexaan

Door Demi

Het verschil tussen neus en zolen

Neus = bovenaan de landkaart
Zolen = onderaan de landkaart

Je eigen neus zit ook bovenaan en je zolen onderaan

Door Lysanne

De vijf zuilen van de Islam

Deze kun je onthouden met de zin
Geloof Geen Lieve Vastende Bedelaars

G eloofsbelijdenis
G ebed
L iefdadigheid
V asten
B edevaart

Door Floor

Mensa

Mensa = tafel

Een inmense tafel

Door Anoniem

Spanning, Stroom en Weerstand

Om het onderscheid te onthouden tussen spanning, stroom en weerstand, kun je denken aan
USV ISA RO

U –> Spanning in Volt
I –> Stroom in Ampère
R –> Weerstand in Ohm

Door younes

Hoofdconcepten maw

Vorming, binding, verhouding, verandering.

de Vorming van Bindingen Veranderen naar Verhouding snel.

Door Luna

De Nederlandse tijdperken

Om de Nederlandse tijdperken te onthouden, kun je denken aan de zin
Sam Koopt Brood In De Bakker

S teentijd
K opertijd
B ronstijd
IJ zertijd

Door Uchke

Discedere

Discedere= alle kanten op gaan/uiteen

Denk aan discus werpen. De discus gaat alle kanten op

Door Fee

Lucere

Lucere = licht geven

Een lucifer geeft licht

Door Laurens

Voorafgaand aan EHBO

Om te onthouden wat er moet gebeuren, voordat EHBO wordt toegepast, kun je gebruik maken van ONWEL

O p gevaar letten
N agaan wat er gebeurd is
W elbevinden van het slachtoffer 
E xterne hulp waarschuwen
L aat het slachtoffer waar het is

Door Norbert

Wintertijd

Wintertijd = je wint-er-tijd-mee

Door Claudine

Clam

Clam = stiekem

Als je iets stiekem doet, krijg je klamme handen

Door Jootje

Het verschil tussen geocentrisch en heliocentrisch

Om het verschil tussen geocentrisch en heliocentrisch te onthouden, kun je denken aan het Oud-Grieks

Graphos = aarde
Helios = zon

Geocentrisch wereldbeeld = de aarde is het middelpunt van het heelal
Heliocentrisch = de zon als middelpunt van het heelal

Door Sandra

Nevenschikkende voegwoorden

Om de nevenschikkende voegwoorden te onthouden, kun je denken aan WANDMODE

W ant
A lsmede
N och
D och
M aar
O f
D us
E n

Door Pauline

fortasse- misschien

misschien koop ik een tas, misschien niet

Door myrthe

Het verschil tussen cela en ceci

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
A=A en I=I

CelA = dAt
CecI = dIt

Door Jan

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

België of Duitsland

België ligt onder Nederland, dus de strepen van de Belgische vlag staan verticaal 🇧🇪. Duitsland ligt naast Nederland, dus de strepen van de vlag staan horizontaal 🇩🇪.

Door Saff

Maw kernconcept cultuur

VOUW’N =
het geheel van
Voorstellingen
Opvattingen
Uitdrukkingsvormen
Waarden
Normen
die mensen als lid van een groep of samenleving hebben verworven

Door Lieke

BrINClHOF

Alle elementen die uit twee identieke atomen bestaan.

BrINClHOF =

Br : Broom
I : Jood
N : Stikstof
Cl : Chloor
H : Waterstof
O : Zuurstof
F : Fluor

De formules zijn: Br2 ; I2 ; N2 ; Cl2 ; H2 ; O2 ; F2 .

Door Hester

Accusatives/ nomunativus

De accusativus is ACtief dus er komt een “m” bij

Door Emma

Quota’s

Voor de quota’s geldt altijd EI en UI

E xport / I mport
U itvoer / I nvoer

Door Astrid
Home
Alle items
Uploaden