Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

de Dativ voorzetsels

ZAAGMENS BV

Z = zu
A = aus
A = außer
G = gegenüber
M = mit
E = entgegen
N = nach
S = seit

B = bei
V = von

Door Daniël

Via

Via = weg, straat

Via die weg of die straat kom je thuis

Door Anoniem

Hongarije – Boedapest

Om het land Hongarije met de hoofdstad Boedepest te onthouden, kun je deze zin gebruiken
Boeda heeft de Pest aan Honger

Door Ellen

Argumenten

Inductie
Deductie
Autoriteit
Analogie
Voorbeeld
Statistieken
Oorzak
Gedrags
Pragmatish

Door Matty

Mulier

Mulier = vrouw

De vrouw speelt MUziek op de LIER

Door Sam

Denuo

Denuo = opnieuw

De nieuwe mocht opnieuw de sushi betalen

Door Anoniem

videre audire

je moet denken aan je ziet een video, videre (zien). je hoort een audio, audire (horen).

Door Anoniem

Nieren

Om te onthouden wat nieren allemaal uit je bloed halen, kun je denken aan de zin
Onder Andere Troep

O verbodige stoffen
A fvalstoffen/afbraakproducten
T eveel aan stoffen

Door Emmy

nosotros en vosotros

Van NOSotros kan je Ons maken en ons is van wij.

Door rahma

Lac

Lac = melk

In melk zit lactose

Door Sam

ATP-moleculen

A = atoomgroep (molecuul)
T = ter bewaring (opgeslagen)
P = power (energie)

De beschikbare gekomen energie wordt tijdelijk opgeslagen in ATP-moleculen

Door George

Hoofdstad van Bulgarije

Een bul van een vent met een mooi meisje. De naam van dit Meisje is Sofia, dus de hoofdstad van Bulgarije is Sofia.

Door Pieter

Functie van olie in een motor

De functie van olie in een motor kun je onthouden door
KOEGRAS 

K oeling
G eluidsmindering
R einiging 
A fdichten
S mering

Door Jos

De zonen van Noach

Om de drie zonen van Noach te onthouden, kun je denken aan
Jam, Ham en Braadvet

Sem
Cham
Jafeth

Door Jaap

De bijwoordelijke bepalingen

De verschillende bijwoordelijke bepalingen kun je onthouden aan de hand van het woord
POTMaR

P laats
O orzaak
T ijd
Ma nier
R eden

Door Sara

Marry and bury

Om te onthouden met hoeveel r’en de woorden ‘marry’ en ‘bury’ gespeld worden, kun je denken aan
Trouwens (marry) doe je met zijn tweeën, begraven worden doe je alleen.

Door Walter

Tura

Tura = deur

Ik tuur naar de deur

Door Rianne

Rijbaan paardrijden

Alle
Rijken
Boeren
Met
Geld
Hebben
Een
Koe

Alle eerste letters van het woorden zijn de letters van de rijbaan met paardrijden!

Door Cheryl

De voorzetsels bij Der

De voorzetsels die met Der samengaan, kun je onthouden door het acroniem DJ WAMS

D ies –> deze
J ed –> iedere, menig
W elch –> welke
A ll –> alle(s), iedereen
M anch –> sommige, menig
S olch –> zulke

Door Beau

Nihil

de betekenis is niks
ik denk aan
A begint met een N van niks
B ik denk aan ni veel.

Door nynke

bijv. naamwoorden vóór zn

Als (autre)
Ben (bon)
Jou (joli)
Niet (nouveau)
Leuk (long)
Vindt (vieux)
Gaat (gros)
Het (haute)
Met (mauvais)
Ben (beau)
Gewoon (grand)
Prima (petit)

En dan de rangtelwoorden natuurlijk!

Door Julia

Tijdvakken

Jan gaat met Simon op reis per bus:

J agers en boeren
G rieken en romeinen
M onniken en ridders
O ontdekkers en hervormers
R egenten en vorsyen
P ruiken en revoluties
B urgers en stoommachines

Door Sanne

FACE

De noten op de lijnen dan van beneden naar boven F, A, C, E. handig ezelsbruggetje

Door Marin

Het verschil tussen verticaal en horizontaal

Om het verschil tussen verticaal en horizontaal te onthouden, kun je denken aan V = V

Verticaal = vallen, van boven naar beneden
Horizontaal = van links naar rechts

Daarbij kun je ook bedenken dat de horizontaal zo plat is als de horizon.

 

Door Martin

De IJstijden

Om de volgorde van de ijstijden te onthouden, kun je denken aan het acroniem WESHP

W eichselien –> Geen ijstijd
E emien –> IJstijd
S aalien –> Geen ijStijd
H olosteinien –> IJstijd
H oloceen –> Geen ijstijd
P leistoceen –> IJstijd

Door E

Cupido

Cupido = begeren

Cupido wil dat mensen elkaar begeren!

Door Anoniem

maaltafel 9

9×1=9
9×2=18
9×3=27
9×4=36
9×5=45
9×6=54
9×7=63
9×8=72
9×9=81
9×10=90

Dus als je goed kijkt komen er telkens bij de tientallen een bij, en bij de eenheden gaat er telkens een af.

Door Nore
Home
Alle items
Uploaden