Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Bijwoorden

Herkenning bijwoorden : POOT

Plaats (er, daar, hier, ergens, etc.)
Onzekerheid (misschien, vast wel etc.)
Ontkenning
Tijd (gisteren, morgen, straks, etc)

Door Fiene

Het verschil tussen formateurs en informateurs

Het verschil tussen informateurs en formateurs in de kabinetsformatie is te onthouden door te bedenken

Informateurs –> zoeken Informatie over politieke coalities
Formateurs –> Vormen het kabinet

Door Nina

Regeringstaken

Deze kun je onthouden aan RUW

R echtsprekend
U itvoerend
W etgevend

Door Grietje

Harde en zachte klanken

De harde ‘ch’ gebruik je bij de klinkers van AUtO.

De zachte ‘ch’ gebruik je bij de klinkers van EI.

Een auto is harder dan een ei.

Door Jacco

Gelderland – Arnhem

Gelderland, met als hoofdstad Arnhem

Omdat in de provincie Gelderland geld zit, is de hoofdstad arm

Door Hedwig

Grootheden

Om het verschil te onthouden tussen de grootheden van getallen; van laag naar hoog, kun je denken aan
Mijn Bil Trilt (2x)

Miljoen = 1.000.000

Miljard = 1.000.000.000

Biljoen = 1.000.000.000.000

Biljard = 1.000.000.000.000.000

Triljoen = 1.000.000.000.000.000.000
Triljard = 1.000.000.000.000.000.000.000

Door Martijn

Het verschil tussen convergent en divergent

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan CON = CON en DI = DI

Convergent = samenkomen
Denk aan CONcert (bij een concert komen mensen bij elkaar)

Divergent = uit elkaar
Denk aan DIers (bij een divergerende lichtbundel gaan de stralen diverse kanten uit)

Door Elise

Mesa

Mesa = tafel
(In het Spaans)

De meeste mensen hebben een rommel tafel (ik wel)
Dus bij mesa kun je aan het Engelse woord mess denken (troep/rommel)

Door Anoniem

Nevenschikkende voegwoorden

Om de nevenschikkende voegwoorden te onthouden, kun je denken aan WANDMODE

W ant
A lsmede
N och
D och
M aar
O f
D us
E n

Door Pauline

Begrippen om een stuk te beschrijven

Rode Tulpen Met Hele Dikke Kelk Bladeren

Ritme, Tempo, Melodie, Harmonie, Dynamiek, Klankkleur, Bezetting.

Door Jip

Zelt

Das Zelt = de tent

Zelt lijkt op zeil en voor een tent heb je een zeil nodig.

Door Moniek

Het metrum

De onderdelen van het metrum kun je onthouden met de zin

Jij Activeert Toch Die Andere Software

J ambe. v_

A napest. _v

T rochee. vv_

D actylus. _vv

A mfibrachus. _ _

S pondee. v_v 

Door Evy

Slechtoplosbare zouten

Deze kun je onthouden door het ABC, op alfabetische volgorde

A gCl

B aSO4

C aCO3

Door Estevan

Cuisine

Om te onthouden dat je cuisine met ‘ui’ schrijft, kun je denken aan

In de keuken snijdt je een ui

Door mandy

Toonladders met kruizen

Om de toonladders met de hoeveelheid kruizen te onthouden, kun je denken aan de zin Geef De Armen Een Bord Fis Cis (die laatste twee staan dan voor ‘visjes’).
G 1#
D 2#
A 3#
E 4#
B 5#
Fis 6#
Cis 7#

Door Anthony

Tenere

Tenere = vasthouden

Houd je teen vast

Door Annebesse

Het verschil tussen een spar en een den

Om het verschil tussen sparren en dennen te onthouden, kun je denken aan S = S en D = D

Spar = Solo (1 naald)
Den = Duo (2 naalden)

Door Maxime

Klimaat systeem van Köppen

Een geheugensteuntje bij het Klimaatsysteem van Köppen

Alleen voor A-C-D klimaat:
s- sommertrocken: droge periode valt in de Sommer.
w- wintertrocken: droge periode valt in de Winter.
f- felht: er is geen droge periode. De droge periode is Foetsie.  

Alleen voor B klimaat:
BW-klimaat: B Woestijnklimaat.
BS-klimaat: B Steppeklimaat.

Alleen bij E klimaat:
EF-klimaat: sneeuwklimaat zonder 
begroeiing. De begroeiing is Foetsie.
EH-klimaat: Hooggebergte klimaat. Zelfde als EF-klimaat, maar dan op grote Hoogte.
ET-klimaat: Toendra klimaat.

Door Bijntje

hélicoptère

Een helikopter moet eerst opstijgen é (streepje omhoog) en dan dalen è (streepje omlaag)

Door Camille

Hydrofoob of hydrofiel

Hydrofiel = waterlievend
Hydrofoob = watervrezend

Je kunt dit goed onthouden als je “fiel” van hydrofiel omdraait. Je krijgt dan “lief”.

Hydrofoob is dit ongeveer ook zo maar is iets lastiger maar foob betekend angst.

Door Tim

Draaien

Wanneer je iets open/los of dicht/vast moet draaien.
DROL:
D: Dicht
R: Rechts
O:Open
L: Links

Door Sanne

substitutie of complementaire goederen

Denk bij substitutie goederen aan substitute teacher, een invallende docent, een vervangende docent. Substitutie goederen kun je met elkaar vervangen. Bij complementaire goederen moet je denken aan complete, volledig.
Complementaire goederen gebruik je samen, om ze volledig te kunnen gebruiken.

Door Bo

12 paar hersenzenuwen

Op N. Olfactorius
Ons N. Opticus
Oude N. Occulomotorius
Tuin N. Trohlearis
Terras N. Trigeminus
At N. Abducens
Frits N. Facialis
Verse N. Vestibulo-cochlearis
Groente N Glosso-pharyngeus
Van N Vagus
Albert N Accessorius
Heijn N Hypoglossus

Door Laura

Lagen van de opperhuid

Deze kun je onthouden met de zin
Bas Steekt Kor Door Hoofd

B asaalcellenlaag
S tekelcellenlaag
K orrellaag
D oorschijnende laag
H oornlaag

Door Lise

Tanden en bijbehorende structuren

Deze kun je onthouden aan de zin
Geurende Taart Trekt Celebrity’s Tevens Wilde Klanten Zenuwachtige Bakker

G lazuur

T andholte

T andvlees

C ement

T andbeen

W ortelbeen

K aakbeen

Z enuw

B loedvat

Door Iris

GOUDBEF 4e naamval

Gegen – tegen
Ohne – zonder
Um – om
Durch – door
Bis – tot
Entlang – langs
Für – voor

Door Michelle

Videre, audere en vocare

Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan

video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem

Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen

Door davey
Home
Alle items
Uploaden