
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Het verschil tussen kwalitatief en kwantitafief
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
L=L en N=N
KwaLitatief –> met letters
KwaNtitatief –> met nummers
Grootheden in de Informatica
Deze kun je onthouden aan de hand van MUggeNPlaag
M –> Milli, 10 tot de macht -3
U –> Micro, 10 tot de macht -6
N –> Nano, 10 tot de macht -9
P –> Pico, 10 tot de macht -12
De economische doelstellingen
De economische doelstellingen kun je onthouden met BERG AS
B etalingsbalans
E conomische groei
R echtvaardige inkomensverdeling
G ezond leefmilieu
A rbeidsmarkt
S tabiel prijsniveau
De gaswet
Om de gaswet te onthouden, kun je denken aan
Patrick Voskamp is een NeRT (!)
p*V = n*R*T
p = Druk
V = Volume
n = aantal
R = T = temperatuur
Variabelen
Onafhankelijke variabele: Oorzakelijke variabele (beide beginnen met de O)
Afhankelijke variabele: variabele die je kan beïnvloeden.
INterveniërende variabele: zit tussen de onafhankelijke en de afhankelijke variabelen IN
Vitamines die in vet oplosbaar zijn
Deze vitamines kun je onthouden aan de hand van AFDEK
vitamines A/F/D/E/K
Het verschil tussen mensjewieken en bolsjewieken
Om het verschil tussen de Russische sociaal-democraten te onthouden, kun je denken aan
Mensjewieken –> menselijk (humaan)
Bolsjewieken –> Staan bol van het geweld
Alfabet
Moet je je Griekse alfabet uit je hoofd leren? Probeer het te zingen op vader Jacob.
Vader Jacob, vader jacob. Slaapt gij nog? Slaapt gij nog? Wordt dan -> alpha bèta gamma delta epsilon, epsilon. Etc.
De verteringsvolgorde
Deze volgorde kun je onthouden door de zin
Koolmezen Eisen Vetbollen
K oolhydraten (in de mond)
E iwitten (in de maag)
V etten (in de 12vingerige darm)
Het verschil tussen voilà en voici
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan A = A en I = I
Voilà = dAAR
VoicI = hIer
Strategos
Ho strategos = legeraanvoerder
Denk aan stratego, een spel waarbij je dingen moet veroveren
Occasion
Om de spelling van het woord ‘occasion’ te onthouden, kun je denken aan de zin
I learned to see it as an occasion to spell it right
To see = 2 c
As an = S 1
Tacere
Tacere = zwijgen
Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit
De levensstadia van een koolwitje
Om de levensstadia te onthouden, kun je denken aan de zin
Evert Rijdt Plots Verkeerd
E i
R ups
P op
V linder
Tekstverbanden
Om de tekstverbanden te onthouden kun je gebruik maken van het acroniem CCORVOT
C oncluderend
C hronologisch
O psommend
R edengevend
V ergelijkend
O orzakelijk
T egenstellend
De rivieren
Om te onthouden waar de rivieren de AA en de EE liggen, kun je denken aan
A=A en E=E
BrAbant = A
FriEsland = E
Vetare
Vetare = verbieden
Wanneer je vetarme dingen eet, verbied je jezelf om vet te eten
Organische elementen
Om alle belangrijke elementen te onthouden die er in de organische elementen zitten, kun je denken aan SPONCH
S zwavel
P fosfor
O zuurstof
N stikstof
Hoofdelementen
C koolstof
H waterstof
Together
Om de juiste spelling van het woord ’together’ te onthouden, kun je gebruik maken van deze zin
To be together, first he has to get her
