
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Van Noord naar Zuid
Ootmarsum, Rhenen, Oldenzaal, Dordrecht en Noordwolde liggen allemaal in Nederland, maar soms kun je best even vergeten waar. Deze plaatsen liggen van noord naar zuid. Dit kun je, als je het eventjes niet meer weet, onthouden met het handige ezelsbruggetje Noord. Dit zijn namelijk opeenvolgende de eerste letters van deze plaatsen.
Noordwolde
Ootmarsum
Oldenzaal
Rhenen
Dordrecht
De standensamenleving
De standensamenleving kun je onthouden door te denken aan GAB
G eestelijke
A del
B urgerij
Risicogroepen
Om de vier risicogroepen voor o.a. de griepprik te onthouden, kun je denken aan YOPI
Y oung
O ld
P regnant
I ll
Teller en Noemer
Als je moeite hebt met de quotientfunctie en dan welke ook alweer de noemer was en welke de teller:
de teller t(x) staat bovenaan, de Top dus t(x) Top
en zo volgt dat de noemer n(x) de onderste is.
Prijselasticiteit
De prijselasticiteit van een product is de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid / procentuele verandering prijs.
Prijselasticiteit = ΔQ / ΔP
Dit ku nje onthouden door te denken aan een QuarterPounder
Zweden – Stockholm
Om het land Zweden met de hoofdstad Stockholm te onthouden, kun je denken aan
Van Stokhollen ga je zweten
Organismen
Om de organismen van groot naar klein te onthouden, kun je denken aan
O, o, o, wc
O rganisme
O rgaanstelsel
O rgaan
W eefsel
C el
Sterke werkwoordsvervoegingen
Engelse sterke werkwoorden worden meestal vervoegd via de Miauw-regel
IAU
Voorbeeld: To drink, drank, drunk
Wanneer mag je rechts inhalen?
FRUIT
F = File
R = Rotonde
U = Uitvoegen
I = Invoegen
T = Tram
Naamvallen aanvallen
Alle uitgangen in de Der-groep:
1: RESE
3: MRMN
4: NESE
Man/Vrouw/Onz./Meerv.
Dus je zegt gewoon: rese, mirmin, nese, en de tweede naamval is SRSR maar die gebruik je niet zo vaak.
Bij de ein-groep haal je alleen 1e MO weg en 4e O (Mannenlijk/Onzijdig krijgen geen uitgang)
Het verschil tussen onverzadigd en verzadigd vet
Om te onthouden welke van de twee goed of slecht zijn, kun je denken aan
O = O
Onverzadigd vet = Oké, deze verkleinen de kans op hart- en vaatziekten
Verzadigd vet = Niet oké
Omzetberekening
Om te onthouden wat de berekening voor omzet is, kun je denken aan OPA
O mzet =
P rijs x
A fzet
Het verschil tussen convex en concaaf
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan het Franse ‘la cave’, wat kelder betekent. Een kelder is hol
Concaaf = hol
Convex = bol
Het verschil tussen Adesse en Abesse
Abesse = afwezig zijn
Adesse = aanwezig zijn
Absent betekent afwezig. Zo kun je het verschil onthouden.
Basis voor kaartgebruik
Om de basis voor het gebruik van kaarten te onthouden, kun je denken aan
POLS
P erspectief
O riëntatie
L egende
S chaal
Gradenhoeken
Een klok is rond en is 360 graden.
Ieder cijfer X 30 is het aantal graden dat hiermee correspondeert.
Voorbeeld: 3X90=45 graden
De Plié
Om te onthouden of de plié naar beneden of omhoog gaat, kun je denken aan de zin
De Plié gaat naar benée
Properare
Properare = zich haasten
Als een poetsvrouw het huis proper maakt, doet ze dat haastig
Plombier em pompier
Plombier betekent loodgieter
Pompier betekent brandweerman
Om deze uit elkaar te houden, kun je denken aan
De brandweer pompt water op vuur –> pompier
De loodgieter werkt met buizen (plumbing) –> plombier
Het verschil tussen spoel en capaciteit
Om het verschil tussen de spoel en de capaciteit te onthouden, kun je denken aan het acroniem
LEI CIE
L Spoel
E Spanning eerst dan
I Stroom
C apaciteiet
I Stroom eerst dan
E Spanning
4e naamval voorzetsels
Om de voorzetsels uit de 4e naamval te onthouden kun je zeggen:
Bier Uit Een Flesje Dood Geen Oudjes
Bis
Um
Entlang
Durch
Gegen
Ohne
Waddeneilanden
De Waddeneilanden kun je onthouden door
TV TAS
T erschelling
V lieland
T exel
A meland
S chiermonnikoog
