
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Kleuren in het Engels
Hanne Tintelt Tot S’morgens
H=hue
T=tint
T=tones
S=shadow
Hue is the pure kleur
Tint is hue plus wit
Tones is hue plus grijs
Shadow is hue plus zwart
Voorzetsels in het Latijn
Proef appelsienen in de soepkom, ezelsbruggetje voor de voorzetsels van de ablativus
Pro e(x) a(b) sine in de subcum
Aantal dagen in de maand
De knokkels van je hand helpen! De hoge knokkels staan voor 31 dagen, de lage voor 30 dagen (en in februari 28 of 29). Begin links op je hand bij de hoge knokkel (Januari), en ga zo maar door.
Circumspicere
Circumspicere = rondkijken
Circum = rondje, circumspicere is kijken in een rondje –> rondkijken
Het verschil tussen bakboord en stuurboord
Het verschil tussen bakboord en stuurboord kun je onthouden door R =R
StuuRboord = Rechts
Bakboord = Links
De bijwoordelijke bepalingen
De verschillende bijwoordelijke bepalingen kun je onthouden aan de hand van het woord
POTMaR
P laats
O orzaak
T ijd
Ma nier
R eden
De inhoud van een chromosoom
Om te onthouden hoe een chromosoom is opgebouwd, kun je het vergelijken met een boek
Het boek –> de chromosoom
De bladzijdes –> het DNA
De informatie –> Het gen met het bijbehorende genotype
Vestigingsfactoren
Om de verschillende vestigingsfactoren te onthouden, kun je denken aan WANGT
W erknemers
A fzetmarkt
N utsvoorzieningen
G rondstoffen
T ransport
Spannningsreeks van de metalen
Kleine Naftaline Can en Mg Alleen op Zn en Feestdagen Snoepen en Probeert het Cussen Hoog Achter in de PostAuto.
K Kalium Na Natrium Ca Calcium Mg Magnesium
Al Aluminium Zn Zink Fe IJzer Sn Tin Pb Lood Cu Koper Hg Kwik PT Platina Au Goud
Het verschil tussen two en too
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan OO = OO en TW = TW
tOO = OOk
TWo = TWee
indelen van groepen
je hoeft allen het zinnetje te onthouden
De Rijkste Stammen Komen Ook Fietsend
Geld Strooien
D omeinen
R ijken
S tammen
K lassen
O rden
F amilies
G eslachten
S oorten
Oplosbaarheid in water
Hydrofoob lijkt op fobie; deze stof heeft dus angst voor water en zal niet tot slecht oplossen.
Hydrofiel lijkt op pedofiel; deze stof houdt dus van water en zal dus goed oplossen.
Prijselasticiteit
De prijselasticiteit van een product is de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid / procentuele verandering prijs.
Prijselasticiteit = ΔQ / ΔP
Dit ku nje onthouden door te denken aan een QuarterPounder
De randstad
De steden van de randstad kun je onthouden met RAUD
R otterdam
A msterdam
U trecht
D en Haag
Plombier em pompier
Plombier betekent loodgieter
Pompier betekent brandweerman
Om deze uit elkaar te houden, kun je denken aan
De brandweer pompt water op vuur –> pompier
De loodgieter werkt met buizen (plumbing) –> plombier
Containerpolitiek
Zie het communisme als een container. de container mag niet groter worden dan dat t al is
Functies van zinnen
Om de functies van een zin te onthouden, kun je denken aan de zin
Maar Vader Bakt Uijen
M ededelende zin
V ragende zin
B evelende zin
U itroepende zin
Offerre
Offerre = aanbieden
Offerre lijkt op offeren. Als je iets offert aan de goden, dan bied je het aan
Het verschil tussen stalagmieten en stalagtieten
Om het verschil tussen stalagtieten en stalagmieten te onthouden, kun je denken aan
Tieten hangen, mieten staan
Reductor en oxidator (redox)
Oxidator neemt elektron op. Denk aan oxygen (zuurstof) dat nemen wij ook op. Of denk aan het wood “redox” en zet een pijl in midden van het woord.
RED->OX
RED staat voor REDuctor
Pijl staat voor elektron doorgeven.
OX staat voor OXidator
Dus REDuctor geeft elektron aan OXidator
Kwartaal
Een kwartaal is 1/4 van een jaar. Om het makkelijk te onthouden kun je aan een klok denken. Eén kwartier is één kwartaal.
Uiteenzetting
Om te onthouden wat een uiteenzetting is, kun je denken aan UIT = UIT
UITeenzetting = UITleg
v=s*t of v=s/t ?
Bij veel formules kun je de eenheid gebruiken. Bij v=s/t ook, want v = snelheid en de eenheid is km/h (of m/s). Km en m zijn eenheden van s (= afstand). H en s zijn eenheden van t (=tijd).
Het is km/h en m/s, niet km*h en m*s, dus is ook de formule v=s/t en niet v=s*t.
(Met veel formules geldt dit).
