Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Punire

Punire = straffen

Denk aan to punish

Door Femke

Legei

Legei = hij zegt/sprekt

In Nederland is het legaal om te zeggen wat je wilt

Door Anoniem

Visualisatie

Om de moleculen die horen bij respectievelijk vast, vloeibaar en gas te onthouden, kun je denken aan een legoblokje, knikkers en stuiterballen

Door J.

De geleedpotigen

De geleedpotigen zijn de onthouden met het acroniem KIDS

K reeftachtigen 
I nsecten
D uizendpoten

S pinachtigen

Door Aya

Tendere

Tendere = uitstrekken

Als je op een tandem zit, moet je je benen uitstrekken

Door Fenna

Tenere

Tenere = vasthouden

Houd je teen vast

Door Annebesse

Stofeigenschappen

Om de verschillende stofeigenschappen te onthouden, kun je denken aan de zin
Frits Gerard Koster Opent Een KeurSlager

F ase
G eur
K leur
O plosbaarheid
E lektrische geleidbaarheid
K ookpunt
S meltpunt

Door Kim

Toneladas

Een Ton laden

Door Rob

Convenit

Convenit = het past

Confetti past bij Carnaval

Door Alice

Oost-Europa

Enkele Oost-Europese landen kunnen onthouden worden met de zin
Slaan Om Te Slaan Heel Raar

S lovenië
O ostenrijk
T sjechië
S lowakije
H ongarije
R oemenië

Door joep

Videre, audere en vocare

Om deze werkwoorden te onthouden, kun je denken aan

video –> ik zie een video
audio –> ik luister naar audio
voice –> ik roep met mijn stem

Videre = kijken, zien
Audere = horen, luisteren
Vocare = roepen

Door davey

De steden van Japan

Om de steden van Japan, van boven naar beneden, te onthouden, kun je denken aan

ToYoNagOsHiNa

To kyo
Yo kohama
Nag oya
Os aka
Hi roshima
Na gasaki

Door

De woordvolgorde van een Nederlandse zin

Om deze volgorde te onthouden, kun je gebruik maken van
Onze Goede Mina Leert Bakken Pannenkoeken Taart

O nderwerp
G ezegde
M eewerkend voorwerp
L ijdend voorwerp
B ijvoeglijke bepalingen
P laatsbepaling
T ijdsbepaling

Door Arjanne

Nevenschikkende voegwoorden

Om de nevenschikkende voegwoorden te onthouden, kun je denken aan WANDMODE

W ant
A lsmede
N och
D och
M aar
O f
D us
E n

Door Pauline

Ezelsbruggetje voor “to nod”

Bijna iedereen weet wel wat “to nod” betekent, maar toch wilde ik dit ezelsbruggetje vertellen. Twijfel je soms nog bij de betekenis van “knikken”? Dan is hier eenhandig ezelsbruggetje!

Als je net als ik in de jaren 2000 (of iets eerder of iets later) bent geboren, ben je vast wel bekend met de kinderserie noddy. Als het je nu niks zegt, zoek het even op bij google afbeeldingen. Ik weet zeker dat je “to nod” nu nooit meer zult vergeten!

Door Anoniem

De drie vormen van water

De drie vormen van water kun je onthouden door GaVaVlo

GA svormig
VA st 
VLO eibaar 

Door Laura

Terrere

Terrere = bang maken

Terreur maakt je bang

Door Lotte

Bytes

Kabouters Met Grote Tenen

(kabouters) Kilo byte
(met) Mega byte
(grote) Giga byte
(tenen) Tera byte

Door jonathan

Het verschil tussen AM en PM (Latijn)

Anti Meridiem (voor de noen) –> AM –> Vóór 12 uur ’s middags
Post Meridiem (na de noen) –> PM –> Ná 12 uur ’s middags

Door Risa

Visere

Visere = bezoeken

Visite komt op bezoek

Door Susanne

Barometer

Om te onthouden wat de wijzers op een ronde Barometer betekenen, kun je denken aan L=L

L inks = L age luchtdruk

Door Jacques

Eisen

Eis = naar binnen

Ik EIS dat ik naar binnen mag

Door Julie

Piscine

Piscine betekent zwembad

Kleine kinderen willen soms nog wel eens in het zwembad plassen

Door roos

Nederlandse Antillen

Om de Nederlandse Antillen te onthouden, kun je denken aan
ABC – SSS

A ruba
B onaire
C uracao

S ab
S int-Eustasius
S int-Maarten

Door Renske

Rijbewijs

Als je niet weet wanneer een tram stop gebruik ik altijd
Een tram is bang voor dieren
Een tram stopt alleen voor zebrapaden en haaientanden

Door Lisa

Loef en lijzijde

Loef bestaat uit 4 letters –> meer letters –> meer regen.
Lij bestaat uit 4 letters –> minder letters –> minder regen.

Door Doeke

Werkwoorden Frans

Avoir= ils, elles ont= o van avoir.
Faire= ils, elles font= f van faire

Door Delphine
Home
Alle items
Uploaden