Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

ARMA welke is X_t of Z_t

Nou kijk, als je hem omschrijft naar operator form, staat X_t links van de = en Z_t rechts, dus AR = X_t en MA = Z_t.

Door Hans

Een brief schrijven

Om te onthouden waar je aan moet denken bij het schrijven van een brief, kun je denken aan
HoLeKlaSaWIJN

Ho ofdletters?
Le estekens?
Kla korte/lange klinkers?
Sa menstellingen?
W erkwoordspelling juist?
IJ of ei? ou of au? v of f? s of z?
N of zonder -n?

Door Debora

L’entree

L’entree betekent voorgerecht.

Als je in een restaurant bent loop je binnen in de entree het begin en voorgerecht is ook altijd begin.

Door Philri

Sceane

Sceane = toneel

Een toneelstuk heeft verschillende scenes

Door Floortje

De uitgang EAU

Om de uitgang -eau te onthouden, kun je het zien als een acroniem. EAU

E en
A kelige
U itgang

Door Gerda

De Zuidpool en de Noordpool

Om te onthouden waar de pinguins en de ijsberen leven, kun je denken aan
U = U en R = R

zUidpool = pingUins
nooRdpool = ijsbeeR

Door Janneke

7 levenskenmerken

Vroeger ———– Voeden
Aten ————– Ademhalen
Witte ————– Waarnemen
Uilen ————– Uitscheiden
Bijna ————– Bewegen
Geen ————– Groeien
Volkorenbrood —– Voortplanten

Door Marina

Prope = bijna

De propper kreeg ons bijna binnen

Door Anoniem

Pensioenstelsels

Omslagstelsel = je maakt een omslag van de werkenden naar de pensioengerechtigden.
Kapitaaldekkingsstelsel = met eigen kapitaal zorg je voor je eigen pensioen.

Door Floor

Risicogroepen

Om de vier risicogroepen voor o.a. de griepprik te onthouden, kun je denken aan YOPI

Y oung 
O ld
P regnant
I ll

Door Addie

Ordening dieren (organisatieniveau)

Die (domein)
Rijke (rijk)
Stinkerds (stam)
Kunnen (klasse)
Overal (orde)
Fijne (familie)
Gebakjes (geslacht)
Stoppen (soort)

Door Sterre

De woordvolgorde van een Nederlandse zin

Om deze volgorde te onthouden, kun je gebruik maken van
Onze Goede Mina Leert Bakken Pannenkoeken Taart

O nderwerp
G ezegde
M eewerkend voorwerp
L ijdend voorwerp
B ijvoeglijke bepalingen
P laatsbepaling
T ijdsbepaling

Door Arjanne

Recipere

Recipere = ontvangen

Denk aan een receptionist

Door Meike

ADie (AltijdDie)

Als je bij Duits het meervoud gebruikt, dan is het lidwoord “die”

Door Anne

Kalupto

Kalupto = bedekken

Als je kaal bent, wil je je hoofd bedekken

Door Ingrid

Het verschil tussen if en when

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
Als als “indien” is, dan is als “if”

als = if of when?

Vervang ‘als door ‘indien’; blijft de zin daardoor onveranderd, gebruik dan ‘if’!

Door H.

De werkwoorden met der, die & das

Er zijn 8 bijvoeglijke naamwoorden die net zo vervoegd worden als der, die & das. Deze kun je onthouden met de zin
Deze Week Maakt Sanne Alle Jongens Jaloes

D ieser
W elcher

M ancher

S olcher

A ller

J ener

J eder

Door Anoniem

Ta kaka

Ta kaka = ellende, rampen, ongeluk

Het is ellende als je moet kakken

Door Sterre

Landschappen

Om de landschappen te onthouden, kun je deze zin gebruiken
Zonder Landschappen Zal De Rest Vergaan

Z andlandschap
L össlandschap
Z eekleilandschap
R ivierkleilandschap
V eenlandschap

Door Julia

PANQ (bij ontkenning)

Temps composé: (de ontkenning)

PANQ=
ne Personne
ne Aucun
ne Nulle part
ne Que

Regel bij PANQ ->
onderwerp+ ne +hulpwerkwoord+voltooid deelwoord + ‘personne’

Door Anoniem

De snaren van een ukulele

Om de snaren van een ukulele te onthouden, kun je denken aan
Gekke Cavia’s Eten Aardappelen

G – C – E – A

Door Lotte

Vraag- en aanbodlijn

De vraaglijn loopt altijd naar beneden, net als het eerste streepje van de V. Het wordt dus zo’n lijn: .
De aanbodlijn loopt juist naar boven, net als het eerste streepje van de A. De lijn ziet er dus zo uit: /.

Door Serdar

Vestis

Vestis = kledingstuk

Een vest is een kledingstuk

Door Ellefien

De Plié

Om te onthouden of de plié naar beneden of omhoog gaat, kun je denken aan de zin

De Plié gaat naar benée

Door Charlotte

Tekstsoorten en tekstdoelen

Deze kun je onthouden met het acroniem DIEP

D iverterende teksten –> ontspannen of amuseren
I nformatieve teksten –> informeren
E motieve teksten –> raken
P ersuasieve teksten –> overtuigen

Door Anoniem

Het verschil tussen genotype en fenotype

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan

Genotype –> verandert niet, het zijn je genen
Fenotype –> verandert wel, het is je uiterlijk

Door Marijke

Letter-bordjes Paardrijden

De juiste volgorde is ABMCHEK, te onthouden aan:
Alle Boeren Met Centen Hebben Een Koe

Door Eva
Home
Alle items
Uploaden