
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Het verschil tussen xyleem en floëem
Om te onthouden hoe water wordt getransporteerd door de vaten van een plant, kun je denken aan K-klank = K en F = F-klank
Xyleem (de houtvaten) = water door deze vaten moet omhoog Klimmen
Floëem (de bastvaten) = water Vloeit door deze vaten heen
Rekenkundige bewerkingen
Hoe Moeten We Van Die Onvoldoendes Afkomen?
H= Haakjes
M= Machtsverheffen
W= Worteltrekken
V= Vermenigvuldigen
D= Delen
O= Optellen
A= Aftrekken
Appropriate
Appropriate = passend/gepast
Als je dit woord niet kan onthouden, denk dan aan appel – piraat (appropriate), een appel past wel in een piraat, maar een piraat niet in een appel. Passend dus.
verschil endotherm en exotherm
Bij het verschil tussen endotherm en exotherm onthoud ik het op de volgende manier:
exotherm > ex , van je ex wil je af dus er komt energie vrij
Als je alleen dat onthoud weet je dat je bij endotherm energie nodig hebt.
7 uitzonderingen atoomsoorten
CLaire Fietst Naar Haar Oma In Breda
Cl2 (g) – chloor
F2 (g) – fluor
N2 (g) – stikstof
H2 (g) – waterstof
O2 (g) – zuurstof
I2 (s) – jood
Br2 (l) – broom
bovenstaande 2tjes moeten in het subscript!
Het experiment
Om de onderdelen van een experiment te onthouden, kun je denken aan de zin
Papa Hoort Eekhoorns, Bakt Reusachtige Cupcakes
P robleemstelling
H ypothese
E xperiment
B enodigdheden
R esultaten
C onclusie
De ontwikkelingsstadia van een embryo
De volgorde van de drie ontwikkelingstadia van een embryo, gevolgd door de drie kiemlagen, zijn te onthouden aan de hand van MoBGaDEME
Mo rurla
B lastula
G astrula
E ctroderm
M esoderm
E ndoderm
PANQ (bij ontkenning)
Temps composé: (de ontkenning)
PANQ=
ne Personne
ne Aucun
ne Nulle part
ne Que
Regel bij PANQ ->
onderwerp+ ne +hulpwerkwoord+voltooid deelwoord + ‘personne’
Omrekenen
Om te onthouden dat 1 kilo = 2 pond = 10 ons, kun je het volgende doen
Breng je handen samen (1 kilo), maak nu twee vuisten (2 pond), laat al jouw vingers zien (10 ons)
Formule voor prevalentie
Om de formule voor prevalentie te onthouden, kun je denken aan PID
P revalentie =
I ncidentie *
D uur
Vulkaanuitbarsting
Om te onthouden wat er tijdens een vulkaanuitbarsting allemaal naar boven komt, kun je denken aan LAStiG
L ava
A s
S tenen
G assen
Zweden – Stockholm
Om het land Zweden met de hoofdstad Stockholm te onthouden, kun je denken aan
Van Stokhollen ga je zweten
Gevaccineerde ziektes
Om de gevaccineerde ziektes te onthouden, kun je denken aan het acroniem DKTP;BMR
D ifterie
K inkhoest
T etanus
P olio
B of
M azelen
R ode Hond
Het verschil tussen links en rechts
Als je links en rechts niet uit elkaar kunt houden, gebruik dan je handen. Doe je wijsvinger omhoog en steek je duim uit. Kijk dan bij welke hand de vingers een L aangeeft, die kant is LINKS. De andere is rechts.
De Plié
Om te onthouden of de plié naar beneden of omhoog gaat, kun je denken aan de zin
De Plié gaat naar benée
Bindingen stikstofbasen in DNA
In DNA maken heb je A, C, G en T.
Om te onthouden welke stikstofbase met welke verbonden is gebruik je:
AppelTaart (A-T)
CitroenGebak (C-G)
Het verschil tussen specificiteit en sensitiviteit
Om dit verschil te onthouden kun je denken aan SPinSNuit
S pecificiteit –> I nsluiten
S ensitiviteit –> U itsluiten
Astma cardiale therapie
Om te onthouden wat er moet gebeuren bij astma cardiale therapie, kun je denken aan ROLMAT
R echtop zetten
O 2 (zuurstof)
L asix
M orfine
A derlaten
T heofyline
De grote steden van Duitsland
Deze kun je onthouden met de zin
Als Beren Kunnen Duikelen, Dan Eet Dave Mijn Oogbal
A ken
B onn
K eulen
D usseldorf
D uisburg
E ssen
D ortmun
M unster
O snaburk
Metriek stelsel
Krijgt Hij Dan Maar Drie Cakejes Mee?
K=Kilometer
H=Hectometer
D=Decameter
M=Meter
D=Decimeter
C=Centimeter
M=Millimeter
naast meter werkt het ook voor bijvoorbeeld liters
Wanneer ‘die’ als voorzetsel
Woorden die eindigen op ‘skiehut’ hebben het lidwoord ‘die’ voor het zelfstandig naamwoord:
S chaft
K eit
I on
E i
H eit
U ng
T ät
Het verschil tussen AM en PM (Latijn)
Anti Meridiem (voor de noen) –> AM –> Vóór 12 uur ’s middags
Post Meridiem (na de noen) –> PM –> Ná 12 uur ’s middags
