
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Lichamelijke letsels
Om lichamelijke letsels te onthouden, kun je denken aan het acroniem RUM
R adialis uitval (Dropping hand)
U lnaris uitval (Klauwhand)
M edianus uitval (Predikershand)
Wiskundige vergelijking (x,y)
Als je tussen haakjes werkt, komt eerst de x en dan de y. De x staat ook eerder in het alfabet.
Het verschil tussen modus en mediaan
Om het verschil tussen modus en mediaan te onthouden, kun je denken aan ‘mode’ wat terugkomt in modus. Mode behelst de kleren die op dat moment het meest worden gedragen.
Modus = Het waarnemingsgetal dat het meest voorkomt
Mediaan = het middelste waarnemingsgetal
Het verschil tussen suspensie en emulsie
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan S = S en L = L
Suspensie = vloeistof + vaste stof –> Solid
EmuLsie = vloeistof + vloistof –> Liquid
Een brief schrijven
Om te onthouden waar je aan moet denken bij het schrijven van een brief, kun je denken aan
HoLeKlaSaWIJN
Ho ofdletters?
Le estekens?
Kla korte/lange klinkers?
Sa menstellingen?
W erkwoordspelling juist?
IJ of ei? ou of au? v of f? s of z?
N of zonder -n?
Het verschil tussen ei en ij
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
EI = EI en IJ= IJ
De ge-kipte EI = het EI van een kip
De ge-stipte IJ = met 2 stipjes IJ
signaalwoorden present perfect
FYNE BRULJAS
For
Yet
Never
Ever
Before
Recently
Unless
Lately
Just
Already
Sice
+ so far
Tautologie
Om te onthouden wat een tautologie is, kun je denken aan T = T
Tautologie = Twee keer dezelfde betekenis
De verzekeringen zonder assurantiebelasting
De verzekeringen waar geen assurantiebelasting op mag worden geheven, kun je onthouden met de zin
LAO ZIT Heerlijk
L evensverzekeringen
O ngevallenverzekeringen
A rbeidsongeschiktheidsverzekering
Z iekte- en zorgverzekering
I nvaliditeitsverzekering
T ransportverzekering
H erverzekeringen
Letters van het alfabet
Het woord ‘medeklinkers’ heeft meer letters dan het woord ‘klinkers’. Zo kan je goed onthouden wat de medeklinkers zijn en wat de klinkers.
Professor
Om te onthouden hoe je professor schrijft, kun je denken aan
De professor heeft 1 fiets en 2 sokken
1 fiets = f
2 sokken = ss
Onmiddellijk
Het woord ‘onmiddellijk’ juist schrijven kan je doen door te denken aan “Ik ga onmiDDeLLijk slapen”. Dit doe je met twee dekens en twee lakens.
GOUDBEF 4e naamval
Gegen – tegen
Ohne – zonder
Um – om
Durch – door
Bis – tot
Entlang – langs
Für – voor
Stikstof
Om te onthouden dat bij stikstof het symbool N hoort, kun je denken aan
Wanneer je stikt, roep je ‘Nee!’
Vetus
Vetus = oud
Denk bijvoorbeeld aan een oorlogsveteraan. Dat is vaak een oud persoon.
Werkwoorden Frans
Avoir= ils, elles ont= o van avoir.
Faire= ils, elles font= f van faire
De snaren van een gitaar
Een gitaar heeft 6 snaren, deze kun je onthouden met de zin
Een Aap Die Geen Bananen Eet
E en
A ap
D ie
G een
B ananen
E et
X en Y as
Y–> is lang (verticaal)
X–> is breed (horizontaal)
zo kan je onthouden welke lijn wat is in het assenstelsel
Tangere
Tangere = aanraken, treffen
Bij de tango sta je dicht bij elkaar en raak je elkaar aan
Noten herkennen
Op de lijntjes zijn de noten van beneden naar boven e-g-b-d-f dat kun je onthouden door de zin: Een Goede Boer Die Fietst
Ook zijn de noten tussen de lijntjes van beneden naar boven: f-a-c-e. Dat kun je onthouden door het Engelse woord “face”
plekken in friesland
HaLeDo Des HeLS
HArlingen
LEeuwarden
Dokkum
Drachten
Heereveen
Lemmer
Sneek
Diverse Griekse woordjes
Dendron = boom > dendrologie
Petra = rots > Petra (stad in Jordanië)
Proton = eerst > prototype
Aei = altijd > altijd fonetisch = ˈɑltɛit, oftewel ˈ A lt E I t
Bios = leven > biologie
Thèrion = dier > thèr lijkt op dier
Nun = nu > dat is nun zonder n
Dolos = bedorg > een doolhof is bedrog
Thronos = troon > thron is troon zonder o
Oun (spreek uit: oen) = dus > ik weet hem niet DUS ben ik een oen
Doru = lans > een lans gaat DOOR je heen
Mètèr = moeder > mètèr lijkt op moeder
Monon = alleen (maar) > Engels: monotonous = eentonig ALLEEN MAAR dingen van één soort
Pragma = gebeurtenis > een SPRAAKMAkende gebeurtenis
Pur = vuur > lijkt op vuur
Phòs = licht > genetivus = phòtos een vroeger was er bij een foto belichting nodig
