Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Vorvahren

Vorvahren= voorouders

Diegenen die voor je waren zijn je voorouders

Door Daniil

Het verschil tussen verticaal en horizontaal

Om het verschil tussen verticaal en horizontaal te onthouden, kun je denken aan V = V

Verticaal = vallen, van boven naar beneden
Horizontaal = van links naar rechts

Daarbij kun je ook bedenken dat de horizontaal zo plat is als de horizon.

 

Door Martin

De inhoud van een chromosoom

Om te onthouden hoe een chromosoom is opgebouwd, kun je het vergelijken met een boek

Het boek –> de chromosoom
De bladzijdes –> het DNA
De informatie –> Het gen met het bijbehorende genotype

Door Esther

Innovatief

Innovatief = vernieuwend. Een VAATwasser = vernieuwend. In innovatief zit het woord VAAT en in vaatwasser ook.

Door VA

Bereik en domein

Het bereik –> de hemel, omhoog, de y-as
Het domein –> de vlakte, in de lengte, de x-as

Door Dima

Demander

Demander betekent vragen

De man der vragen!

Door Anoniem

pull en pushfactoren

Pullfactor: de betekenis van pull is trekken. Dus je trekt mensen aan dus er komen meer mensen naar je land.
Pushfactoren: de betekenis van push is duwen. Dus je duwt mensen uit je land

Door Emma

Natation

(Faire de la) natation betekent zwemmen

Van zwemmen wordt je nat

Door Wouter

Wiskundesom

Om een wiskundesom goed te beantwoorden, kun je denken aan FIBA

F ormule opschrijven
I nvullen wat je weet
B erekening opschrijven
A ntwoord geven

Door Lenneke

Kwik

Kwik = Hg

Hg — > Heel Giftig

Door Seb

Une glace

Une glace betekent een ijsje

IJs eet je uit een glas

Door Beau

Denuo

Denuo = opnieuw

De nieuwe mocht opnieuw de sushi betalen

Door Anoniem

Romeinse cijfers

Een gemakkelijk ezelsbruggetje om de volgorde van Romeinse cijfers te onthouden:

Ik verving Xaviers lekkere citroenen door meloenen:

I = 1
V = 5
X = 10
L = 50
C = 100
D = 500
M = 1000

Door Thomas

Voorzetsels in het Latijn

Proef appelsienen in de soepkom, ezelsbruggetje voor de voorzetsels van de ablativus
Pro e(x) a(b) sine in de subcum

Door Mohamed

Het verschil tussen saneren en renoveren

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan S = S en VER = VER

Saneren = Slopen
RenoVERen = VERbouwen

Door storm

Jolie

Jolie = knap

Angelina Jolie is erg knap

Door Tessa

De onderdelen van het oog

De onderdelen van het oog kunnen onthouden worden met de zin

Bep Heeft Veel Inhoud ALS Greet Niet Veel Op Heeft

B eschermend vlies
H oornvlies
V oorste oogkamer
I ris
A chterste oogkamer
L ens(bandjes)
S traallichaam
G lasachtig lichaam
N etvlies
V aatvlies
O ogzenuw
H arde oogvlies

Door Anoniem

Ouvert

Ouvert = open

Denk aan O = O

Door Nikki

Alle letters van het alfabet

The quick brown fox jumps over de lazy dog.

Door Tom

Slovenië – Ljubljana

Om het land Slovenië met de hoofd stad Ljubljana te onthouden, kun je denken aan

Sloof je uit voor (koningin) Juliana

Door Sija

Graan soorten

Deze kun je onthouden met de zin
Hans Gaat Truusje Roepen

H aver
G erst
T arwe
R ogge

Door Zoë

Assenstelsel

Wanneer je vergeten bent of je eerst de verticale of eerst de horizontale lijn moet bekijken, kun je hieraan denken.

Eerst lopen en dan met de lift. Je bekijkt eerst de horizontale lijn en daarna de verticale lijn.

Door Anoniem

Volgorde steentechnieken bij de prehistorische mens

Om deze volgorde te onthouden, kun je denken aan de zin
Oude Apen Moeten Altijd Goede Soep Maken

O ldowan

A cheuliaan

M ousteriaan

A urignacien

G ravettien

S olutreaan

M agdalenian 

Door Kelly

substitutie of complementaire goederen

Denk bij substitutie goederen aan substitute teacher, een invallende docent, een vervangende docent. Substitutie goederen kun je met elkaar vervangen. Bij complementaire goederen moet je denken aan complete, volledig.
Complementaire goederen gebruik je samen, om ze volledig te kunnen gebruiken.

Door Bo

Woorden in de passé composé

Om de woorden die in de passé composé met être gaan, te onthouden, kun je gebruik maken van het acroniem DAMPERSVAT

D escendre
A ller
M onter
P artir
E ntrer
R ester
S ortir
V enir
R etourner
A rriver

Door Charlotte

Come Sit

Covalenties van atoomsoorten, dit is covalentie 4: C, Si

Door Sofie

Voorzetsels ablativus

Om te onthouden welke voorzetsels met de Ablativus gaan, kun je denken aan deze zin
Aan Een Sinaasappel Plakt De Citroen.

A b
E x
S ine
P ro
D e
C um

Door Iertje
Home
Alle items
Uploaden