
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Het verschil tussen many en much
Dit verschil kun je onthouden aan de hand van de zin
Many kisses and much love
Many –> kun je tellen
Much –> kun je niet tellen
Hongarije – Boedapest
Om het land Hongarije met de hoofdstad Boedepest te onthouden, kun je deze zin gebruiken
Boeda heeft de Pest aan Honger
Bruine Boon
De onderdelen van een bruine boon kun je onthouden met HaNaPoZa
Ha rtvormig bultje
Na vel
Po ortje
Za adhuid
Oorzaken van mobiliteit
De oorzaken van mobiliteit kan je onthouden met WIVES:
Welvaart
Individualisering
Vergrijzing
Emancipatie
Schaalvergroting
Continenten
Alle continenten van groot naar klein.
Alle Apen Naaien Zakdoekjes Aan Elkaar, Ongelofelijk!
A zië
A frika
N oord-Amerika
Z uid-Amerika
A ntarctica
E uropa
O ceanië
De geologische afzettingen
Om de afzettingen te onthouden, kun je denken aan de zin
Flessen Eten Geen Moorkop
F luviatiele afzetting (rivier)
E ologische afzetting (wind)
G laciale afzetting (ijs)
M aritieme afzetting (zee)
afgeleide van een breuk
als je de afgeleide van een breuk neemt gebruik dan:
NAT-TAN
————— (gedeelddoorstreep)
N²
NAT = Noemer x Afgeleide Teller
TAN = Teller x Afgeleide Noemer
N² = Noemer²
Some Say Money Matters
Some Say Money Matters But My Brother Said Big Boobs Matter More
Woord beginnend met S = sensorisch; woord beginnend met M = motorisch; Woord beginnend met B = Beide (Hersenzenuwen: sensorisch of motorisch).
De 12 hersenzenuwen:
n. Olfactorius – Sensorisch
n. Opticus – Sensorisch
n. Oculomotorius – Motorisch
n. Trochlearis – Motorisch
n. Trigeminus – Beide
n. Abducens – Motorisch
n. Facialis – Beide
n. Vestibulocochlearis – Sensorisch
n. Glossopharyngeus – Beide
n. Vagus – Beide
n. Accessorius – Motorisch
n. Hypoglossus – Motorisch
Het verschil tussen ubi en ibi
Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee
U bi = W aar
I bi = D aar
Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat
Ubi? Ibi!
klok tijden a.m. en p.m.
Als je wilt onthouden wat a.m en p.m is dan denk je aan het alfabet de a zit eerder dan de p in het alfabet dus is a in de ochtend want de ochtend is altijd eerder.
De wet van Ohm
Deze kun je onthouden aan Oom RUDI
Ohm –> R = U/I
R = weerstand
U = spanning
I = stroomsterkte
Non – Verbale communicatie
mijn Lief Gaf Mij een Gouden ring.
– Lichaamshouding
– Gebaren
– Mimiek
– Gelaatsuitdrukking
Alkanen
Ma En Pa Bouwen Perfecte Huizen (met de) HOND.
M ethaan
E thaan
P ropaan
H exaan
H eptaan
O ctaan
N onaan
D ecaan
Zeeuwse wateren
Om de Zeeuwse wateren te onthouden, gebruik ik altijd het volgende: Hartelijk Gefeliciteerd Oud Wijf
HGOW = Haringvliet Grevelingen Oosterschelde Westerschelde (van boven naar beneden op de kaart)
Het verschil tussen spoel en capaciteit
Om het verschil tussen de spoel en de capaciteit te onthouden, kun je denken aan het acroniem
LEI CIE
L Spoel
E Spanning eerst dan
I Stroom
C apaciteiet
I Stroom eerst dan
E Spanning
Waddeneilanden
De Waddeneilanden kun je onthouden door
TV TAS
T erschelling
V lieland
T exel
A meland
S chiermonnikoog
Tafel dekken
Wanneer je de uiteinden van je wijsvinger en duim naar elkaar toe brengt, ontstaat er bij je linkerhand een ‘b’ en bij je rechterhand een ‘d’. Zo kun je bij het tafeldekken onthouden aan welke kant van het bord het brood en aan welke kant de drank hoort te staan volgens de etiquette.
De beginsels van kunststoffen
Deze kun je onthouden met de volgende zin
Met Een Paraplu Blijft Pino Heel Hoog Ook Nog Droog
M eth
E th
P rop
B ut
P ent
H ex
H ept
O ct
N on
D ec
Het verschil tussen < en >
Om het verschil tussen < en > te onthouden, kun je denken aan dit trucje
Als je een K van het teken kan maken, dan betekent het kleiner dan.
Daarom: < betekent kleiner dan!
Het andere teken betekent groter dan, van > kan je geen K maken.
Daarom: > betekent groter dan!
