
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Uiteenzetting
Om te onthouden wat een uiteenzetting is, kun je denken aan UIT = UIT
UITeenzetting = UITleg
Het verschil tussen de omtrek en de oppervlakte
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
OM = OM en OP = OP
Omtrek = omheen lopen
Oppervlakte = op lopen
nihil = niets
Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’
Dus:
Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.
Subjuntivo
Een goede webpagina met ezelsbruggetjes voor gebruik van subjuntivo in het Spaans https://www.spaans.gratis/2019/06/gebruik-subjuntivo.html
De landschapzones
Paarse Bloemen Groeien Samen Aan Tulpen
Polaire zone , Boreale zone , Gematigde zone , Subtropische zone , Aride zone , Tropisch zone
De standensamenleving
De standensamenleving kun je onthouden door te denken aan GAB
G eestelijke
A del
B urgerij
Tekstsoorten en tekstdoelen
Deze kun je onthouden met het acroniem DIEP
D iverterende teksten –> ontspannen of amuseren
I nformatieve teksten –> informeren
E motieve teksten –> raken
P ersuasieve teksten –> overtuigen
Genus Latijn
Het woord genus betekent afkomst, geslacht. Denk daarbij aan genen, die bepalen je geslacht en krijg je van je afkomst.
Some Say Money Matters
Some Say Money Matters But My Brother Said Big Boobs Matter More
Woord beginnend met S = sensorisch; woord beginnend met M = motorisch; Woord beginnend met B = Beide (Hersenzenuwen: sensorisch of motorisch).
De 12 hersenzenuwen:
n. Olfactorius – Sensorisch
n. Opticus – Sensorisch
n. Oculomotorius – Motorisch
n. Trochlearis – Motorisch
n. Trigeminus – Beide
n. Abducens – Motorisch
n. Facialis – Beide
n. Vestibulocochlearis – Sensorisch
n. Glossopharyngeus – Beide
n. Vagus – Beide
n. Accessorius – Motorisch
n. Hypoglossus – Motorisch
Baino
Baino betekent gaan en lijkt op het woord banaan
hierdoor is mijn ezelsbruggetje voor baino:
gaan met die banaan
Het verschil tussen peux en veux
Om het verschil hiertussen te onthouden, kun je denken aan
Peux = kunnen –> PK –> Paardenkracht
Veux = willen –> VW –> Volkswagen
Griekse filosofen
Om de chronologische volgorde van drie van de bekendste Griekse filosofen te onthouden, kun je denken aan SPA
S ocrates
P lato
A ristoteles
Keerkringen
Om het verschil tussen de twee keerkringen te onthouden, kun je denken aan de zin
De kreeft zit op de steenbok
De kreeftskeerkring staat boven de evenaar, de steenbokskeerkrings staat onder de evenaar
Azerbeidzjan – Bakoe
Azerbeidjan bakt een koe. Hiermee kun je onthouden dat Bakoe de hoofdstad van Azerbeidjan is!
Handwortelbeentjes
Some Lovers Try Positions That They Can’t Handle
Proximale rij:
Scaphoideum, lunatum, triquetrum, pisiforme
Distale Rij:
Trapezium, trapezoïdeum, Capitatum, Hamatum
Soorten kaarten
Om de verschillende soorten kaarten te onthouden, kun je denken aan TON
T hematische
O verzichts
N avigatie kaarten
Het gebruik van shall en will
Wanneer er (enige) zekerheid is dat iets wel zal gebeuren gebruik je shall of will
Vorm: shall / will + hele werkwoord
Gebruik: voorspellingen, feiten
Bijvoorbeeld: The sun will rise at 06:45 tomorrow
Je zegt dus niet: I shall/will be Batman (want die kans is erg onwaarschijnlijk)
De economische factoren van de secundaire factor
Deze kun je onthouden met het acroniem BOWIE
B ouw
O ntginning van delfstoffen
W aterwinning
I ndustrie
E nergie opwekken
Pensioenstelsels
Omslagstelsel = je maakt een omslag van de werkenden naar de pensioengerechtigden.
Kapitaaldekkingsstelsel = met eigen kapitaal zorg je voor je eigen pensioen.
Aantal dagen in de maand
De knokkels van je hand helpen! De hoge knokkels staan voor 31 dagen, de lage voor 30 dagen (en in februari 28 of 29). Begin links op je hand bij de hoge knokkel (Januari), en ga zo maar door.
Volgorde tijden geschiedenis t/m pruiken en revoluties
Jagende Griek met speer of rode peper
J= jagers en boeren
G= Grieken en Romeinen
M= monniken en ridders
S= steden en Staten
O= ontdekkers en hervormers
R= regenten en vorsten
P= pruiken en revoluties
Nieren
Om te onthouden wat nieren allemaal uit je bloed halen, kun je denken aan de zin
Onder Andere Troep
O verbodige stoffen
A fvalstoffen/afbraakproducten
T eveel aan stoffen
