Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Genus Latijn

Het woord genus betekent afkomst, geslacht. Denk daarbij aan genen, die bepalen je geslacht en krijg je van je afkomst.

Door ella

Het verschil tussen een kameel en een dromedaris

Om dit verschil te onthouden, kun je naar de lettergrepen kijken

Kameel (2) –> 2 bulten
Dromedaris (4) –> 1 bult

Door Merle

Voorzetsels met de 3e naamval

Op deuntje van vader Jacob

aus bei mit nach
aus bei mit nach
Seit von zu
Seit von zu
Auber genüber
Auber genüber
Ent-ge-gen
Ent-ge-gen

Door Anoniem

Functies in zenuwstelsel

Deze kun je onthouden met RO CV EU 

R eceptoren –> O ntvangen
C onductoren –> V oortgeleiden
E ffectoren –> U itvoeren

Door Miran

De OPEC-landen

Om de OPEC-landen te onthouden, kun je denken aan de zin
IQ VAN LIKVIS

I ndonesië
Q uatar
V enezuela
A lgerije
N igeria
L ibië
I rak
K oeweit
V erenigde Arabische Emiraten
I ran
S aoedi-Arabië

Door Evalien

De Nederlandse tijdperken

Om de Nederlandse tijdperken te onthouden, kun je denken aan de zin
Sam Koopt Brood In De Bakker

S teentijd
K opertijd
B ronstijd
IJ zertijd

Door Uchke

Uitgangen praeses

Om de uitgangen o-s-t-mus-tis-nt niet meer uit je hoofd te krijgen zoek je op youtube op latijn is stampen.

(https://www.youtube.com/watch?v=Fh_BqcXEfMs)

Door anna

Cela en eci

Cela eindigt op een A en dus dAt

Ceci eindigt op een i en dus dIt!

Door naromy

Some Say Money Matters

Some Say Money Matters But My Brother Said Big Boobs Matter More

Woord beginnend met S = sensorisch; woord beginnend met M = motorisch; Woord beginnend met B = Beide (Hersenzenuwen: sensorisch of motorisch).
De 12 hersenzenuwen:

n. Olfactorius – Sensorisch
n. Opticus – Sensorisch
n. Oculomotorius – Motorisch
n. Trochlearis – Motorisch
n. Trigeminus – Beide
n. Abducens – Motorisch
n. Facialis – Beide
n. Vestibulocochlearis – Sensorisch
n. Glossopharyngeus – Beide
n. Vagus – Beide
n. Accessorius – Motorisch
n. Hypoglossus – Motorisch

Door Karen

Omrekenen

Om te onthouden dat 1 kilo = 2 pond = 10 ons, kun je het volgende doen

Breng je handen samen (1 kilo), maak nu twee vuisten (2 pond), laat al jouw vingers zien (10 ons)

Door Mathilda

Plumbum

Plumbum = Pb = Lood

Denk aan het Engelse loodgieter

Door Anne-Marie

Etiquette

Om te onthouden waar je bestek volgens de etiquette moet liggen, kun je denken aan
E+E=E en K=K

mEs + lEpel = rEchts
vorK = linKs

Door Rosa

Het verschil tussen cohesie en adhesie

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan

A=A

Adhesie = aantrekkingskracht tot een Andere molecuul

Cohesie = aantrekkingskracht tot een dezelfde molecuul

Door Klaas

Wanneer mag je rechts inhalen?

FRUIT

F = File
R = Rotonde
U = Uitvoegen
I = Invoegen
T = Tram

Door Sophie

Mississippi

Om de spelling van het woord ‘Mississippi’ te onthouden, kun je het op zijn Engels spellen
Fonetisch ziet dat er zo uit: Em AI Esses Ai Esses Ai Pipi Ai

Door Annemarie

La randonnée

La randonnée = trektoch

Tijdens een trektocht loop je langs een ravijn en val je over de rand, O NEE!

Door Marjolein

Stammen in het dierenrijk

Om de 7 stammen van het dierenrijk te onthouden, kun je deze zin gebruiken

Stoere Gerrit Gaf Willem Wortel Nooit Snoep

S ponzen
G ewervelden
W eekdieren
W ormen
N eteldieren
S tekelhuidigen

Door Anoniem

Landen van de Sovjet-Unie

Om de landen van de Sovjet-Unie te onthouden, kun je denken aan het acroniem
WEG KRAK LOTTO MAL

W it-Rusland
E stland
K irgizië
R usland
A rmenië
K azachstan
L itouwen
O ezbekistan
T adzjikistan
T urmenistan
O ekraïne
M oldavië
A zerbeidzjan
L etland

Door Laura

Uitgangen van Duitse werkwoorden (tegenwoordige tijd)

De uitgangen van Duitse regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd vormen samen het woord (fe)esttenten:

(ich) wohn e

(du) wohn st

(er) wohn t   
(wir) wohn en

(ihr) wohn t 
(sie) wohn en

Door Max

Het verschil tussen de boomklever en de boomkruiper

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan

L=L en R=R

De kLever = bLauw

De kRuiper = bRuin

Door H.

Het verschil tussen this en that

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan I = I en A = A

ThIs = dIchtbij
ThAt = verAf

Door R.

covalenties

covalentie 1:
H(elp)
F(enna)
Cl(ub)
Br(ommer)
I(n)

covalentie 2:
O(f)
S(anne)

covalentie 3:
N(o)
P(roblem)

covalentie 4:
C(heese)

je moet er een verhaaltje van maken

Door Fenna

Uiteenzetting

Om te onthouden wat een uiteenzetting is, kun je denken aan UIT = UIT

UITeenzetting = UITleg

Door Kim

Lijdend voorwerp

Stel de volgende vraag:
Wat kan ik (pv +wwg)? = LV

Voorbeeld:
Mijn vader wast de auto
Wat kan ik wassen? De auto = lv

De bakker weegt de koekjes af.
Wat kan ik afwegen? De koekjes = lv

Door Gretsken

Formule voor energie

De formule kun je onthouden door te denken aan PET

p = E/T

p = Vermogen
E = Energie
T = Tijd

Door Anoniem

Buddycheck

Om de volgorde van de buddycheck voor het duiken te onthouden, kun je denken aan
Vlugge Leeuwen Schieten Lekker Op

V est
L ood
S luitingen
L ucht
O k

Door Anoniem

gewichten en maten

Kilometer kan
Hectometer het
Decameter dametje
Meter met
decimeter de
Centimeter centimeter
Millimeter meten

Door Rania
Home
Alle items
Uploaden