Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Grote rivieren in Nederland

De grote rivieren van Nederland, van boven naar beneden, kunnen onthouden worden met de zin
Rare Weelderige Mannen

R ijn
W aal
M aas

Door Kim

De wet van Ohm

Deze kun je onthouden aan Oom RUDI

Ohm –> R = U/I

R = weerstand
U = spanning
I = stroomsterkte

Door Thomas

Het verschil tussen bakboord en stuurboord

Het verschil tussen bakboord en stuurboord kun je onthouden door R =R

StuuRboord = Rechts
Bakboord = Links

Door Miriam

DNA wenteltrap

A Tegenover T (van Tegenover)

G Contra C ( van Contra)

Door Pien

Het verschil tussen links en rechts

Als je links en rechts niet uit elkaar kunt houden, gebruik dan je handen. Doe je wijsvinger omhoog en steek je duim uit. Kijk dan bij welke hand de vingers een L aangeeft, die kant is LINKS. De andere is rechts.

Door Simoontje

KNAP

Je kan de lading van een anode of kathode onthouden door te denken aan het woord KNAP.
Kathode = Negatief. KN
Anode = Positief. AP
Dit maakt KNAP.

Een kathode is dus negatief geladen en een anode positief.

Door Jesse

De vijf zuilen van de Islam

Deze kun je onthouden met de zin
Geloof Geen Lieve Vastende Bedelaars

G eloofsbelijdenis
G ebed
L iefdadigheid
V asten
B edevaart

Door Floor

covalenties

Claire Fietst Naar Haar Oma In Breda
(Cl, F, N, H, O, I, Br)

Door silke

Ordening dieren (organisatieniveau)

Die (domein)
Rijke (rijk)
Stinkerds (stam)
Kunnen (klasse)
Overal (orde)
Fijne (familie)
Gebakjes (geslacht)
Stoppen (soort)

Door Sterre

Status krijgen

Om te onthouden waardoor je status krijgt, kun je denken aan BOMAAW

B eroep

O pleiding

M acht

A anzien

A fkomst

W oonomgeving

Door Babs

Het verschil tussen formateurs en informateurs

Het verschil tussen informateurs en formateurs in de kabinetsformatie is te onthouden door te bedenken

Informateurs –> zoeken Informatie over politieke coalities
Formateurs –> Vormen het kabinet

Door Nina

Das Märchen

das Märchen = het sprookje

Das Märchen lijkt op das Mädchen (het meisje).  In (bijna) elk sprookje komt wel een meisje/vrouw voor.

Door Myrthe

De Eurolanden

Om de Eurolanden te onthouden, kun je deze zin gebruiken
SMS FF BONDIGE CLIPS

S lovenië
M alta
S lowakije

F rankrijk
F inland

B elgië
O ostenrijk
N ederland
D uitsland
I erland
G riekenland
E stland

C yprus
L uxemburg
I talië
P ortugal
S panje

Door Sien

Mutualisme of commensalisme?

Bij mutualisme hebben zowel de gastheer als de gast voordeel, het voordeel is dus wederzijds. Het Engelse woord mutual betekent wederzijds, mutualisme is hiervan afgeleid.
mutual = wederzijds
mutualisme = allebei voordeel
Bij commensalisme heeft alleen de gast voordeel, de gastheer is neutraal.

Door Suus

Pinein

Pinein = Drinken

Een pintje drinken

Door Cynthia

Alle letters van het toetsenbord

Bas wil zelf gympjes kopen van de extra cheque

Door Marita

De levensloop van een product

Om de levensloop van een product te onthouden, kun je denken aan de zin
Op Prachtig Texel Vindt Gijs Allerlei Rozen

O ntwerpen
P roduceren
T ransporteren
V erhandelen
G ebruiken
A fdanken
R ecyclen

Door Kelsey

Formule bedrag berekenen

Om te berekenen wat je na x jaar op je rekening hebt staan (met rente), kun je deze formule gebruiken.
Deze kun je onthouden aan de hand van BERT

B eginbedrag
E indbedrag
R ente
T ijdseenheid

E = B x (1+R/100)^t

Door Elena

Uitgangen van Duitse werkwoorden (tegenwoordige tijd)

De uitgangen van Duitse regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd vormen samen het woord (fe)esttenten:

(ich) wohn e

(du) wohn st

(er) wohn t   
(wir) wohn en

(ihr) wohn t 
(sie) wohn en

Door Max

Factoren van 5 vermenigvuldigen

Om 25×25 gemakkelijk te berekenen, kun je dit trucje gebruiken.
20×30 = 600 + 5×5= 25, dus 25×25 = 625
Dit werkt bij alle factoren van 5

Bijvoorbeeld;
75×75 = 5625 –>  70×80= 5600 + 5×5=25 –> 5625

Door Anne Heleen

Voedingstoffen biologie

“Vader en moeder willen veel kinderen staan” voor de 6 voedingstoffen:
Vetten
Eiwitten
Mineralen
Water
Vitaminen
Koolhydraten

Door christian

Soorten reliëf

Om te onthouden wat voor soorten reliëf er zijn, kun je denken aan het woord
LaHeMiHo

La agland
He uvelland
Mi ddelgebergte
Ho oggebergte

Door Eva

Thursday

Thursday = donderdag

Om dit te onthouden, kun je denken aan Thor’s day –> de Dondergod –> Donderdag

Door Wietse

Tanden en bijbehorende structuren

Deze kun je onthouden aan de zin
Geurende Taart Trekt Celebrity’s Tevens Wilde Klanten Zenuwachtige Bakker

G lazuur

T andholte

T andvlees

C ement

T andbeen

W ortelbeen

K aakbeen

Z enuw

B loedvat

Door Iris

Assimiliatie en Dissimiliatie

A = A
D = D

Assimiliatie = Aanbouw –> De opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen

Dissimiliatie = Destructie –> De afbraak van organische moleculen tot kleinere moleculen

Door Esther

Rester

Rester = blijven

De rest blijft over

Door Michaël

la viande

La viande betekent het vlees

La viande lijkt op viandel en dat is vlees

Door Aurora
Home
Alle items
Uploaden