Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Antea

Antea = vroeger

AN dronk vroeger tea (thee).

Door Nikky

Necare

Necare = doden, want nek (nec) er gaat er af.

Door lydia

Philip de Schone en Philip de Goede

Om te onthouden wie dit waren en waar ze vandaan kwamen, kun je denken aan

O = O en OE = OE

Philip de Schone kwam uit het Oostenrijke Huis 
Philip de Goede kwam uit het Bourgondische Huis

Door Marie

Ventus

Ventus = wind

Een ventilator zorgt voor koude wind

Door Anoniem

Variabelen

Onafhankelijke variabele: Oorzakelijke variabele (beide beginnen met de O)
Afhankelijke variabele: variabele die je kan beïnvloeden.
INterveniërende variabele: zit tussen de onafhankelijke en de afhankelijke variabelen IN

Door Nina

ARMA welke is X_t of Z_t

Nou kijk, als je hem omschrijft naar operator form, staat X_t links van de = en Z_t rechts, dus AR = X_t en MA = Z_t.

Door Hans

De Schepping (volgens de Bijbel)

De schepping in 7 dagen kun je onthouden met de zin

Haar Wanten Lagen Zo Voor Mijn Raam

H emel en Aarde (dag 1)
W ater boven en water onder (dag 2)
L and scheiden van water (dag 3)
Z on, maan en sterren (dag 4)
V ogels en vissen (dag 5)
M ensen en landdieren (dag 6)
R ustdag (dag 7)

Door fanny

Ianua

Ianua = deur

Janua lijkt op Januari, Januari is de ‘deur’ van het jaar

Door yelh

Cupido

Cupido = begeren

Cupido wil dat mensen elkaar begeren!

Door Anoniem

de Dativ voorzetsels

ZAAGMENS BV

Z = zu
A = aus
A = außer
G = gegenüber
M = mit
E = entgegen
N = nach
S = seit

B = bei
V = von

Door Daniël

Formule voor vermogen en weerstand

De formule voor vermogen is 
P = U*I –> R = U/I

Dit kun je onthouden met PUIst RUIkt

P = Vermogen
U = Spanning
I = Stroomsterkte
R = Weerstand

Door Sophie

Het verschil tussen zuur en basisch

Bij de lakmoesproef kan je zien welke kleur staat voor zuur en welke voor basisch door te denken aan 
R = R en B = B
Rood is zuuR
Blauw is Basisch

Door Hadufa

Thursday

Thursday = donderdag

Om dit te onthouden, kun je denken aan Thor’s day –> de Dondergod –> Donderdag

Door Wietse

Werkwoorden met avoir

Om te onthouden welke werkwoorden met avoir vervoegd worden, kun je denken aan de zin
Een Charmante Cassière Rekende Frustrerend

Être
Changer
Commencer
Réussir
Finir

Door Anoniem

Reductor of oxidator?

In reductor zit het Engelse woord “reduce”=verminderen en de reductor stoot dus elektronen af
Dan neemt de oxidator de elektronen op

Door Rianne

Prope = bijna

De propper kreeg ons bijna binnen

Door Anoniem

desinere of sinere?

Desinere = ophouden
Sinere = toestaan

De kan je zien als een negatief voorzetel, desinere is dus ophouden.

Sinere is dan dus toestaan.

Dus:

Moet ik desinere?
Nee, ik sinere.

Deze zin klopt natuurlijk niet, maar mischien helpt het om ze te onderscheiden.

Door Jootje

Legei

Legei = hij zegt/sprekt

In Nederland is het legaal om te zeggen wat je wilt

Door Anoniem

Dativ

Aus bei mit nach, aus bei mit nach
Seit von zu, seit von zu
AuBer gegenüber, auBer gegenüber
Im dativ

-> op de toon van Vader Jakob

Door Jennifer

Het verschil tussen convex en concaaf

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan het Franse ‘la cave’, wat kelder betekent. Een kelder is hol

Concaaf = hol
Convex = bol

Door Dries

Vestigingsfactoren

Om de verschillende vestigingsfactoren te onthouden, kun je denken aan WANGT

W erknemers
A fzetmarkt
N utsvoorzieningen
G rondstoffen
T ransport

Door sarah

Lagen van de opperhuid

Deze kun je onthouden met de zin
Bas Steekt Kor Door Hoofd

B asaalcellenlaag
S tekelcellenlaag
K orrellaag
D oorschijnende laag
H oornlaag

Door Lise

Ambulare

Ambulare = wandelen

Vroeger werd de brancard van de AMBULANCE al WANDELEND gedragen

Door Isa

Ballo

Ballo = gooien

Ik gooi een bal

Door Suuz

Factoren van 5 vermenigvuldigen

Om 25×25 gemakkelijk te berekenen, kun je dit trucje gebruiken.
20×30 = 600 + 5×5= 25, dus 25×25 = 625
Dit werkt bij alle factoren van 5

Bijvoorbeeld;
75×75 = 5625 –>  70×80= 5600 + 5×5=25 –> 5625

Door Anne Heleen

Slowakije & Bratislava

Slome keien?
Braad eens lava.

Door job

Wanneer mag je rechts inhalen?

FRUIT

F = File
R = Rotonde
U = Uitvoegen
I = Invoegen
T = Tram

Door Sophie
Home
Alle items
Uploaden