Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Het verschil tussen Anaërobe en Aërobe Dissimilatie

Het verschil tussen anaërobe en aërobe dissimilatie kun je onthouden door deze zin

Ana (van Anaëroob) houdt van wijn, wijn moet gisten.  Anaëroob –> gisten.
Aëroob moet niet gisten. Aëroob –> verbranding.

Door Jilly en Renee

Devaluatie valuta

De Cognac En Bier Wil(ik)

Devaluatie eigen valuta
↓
Concurrentiepositie verbetert
↓
Export neemt toe, import daalt
↓
Binnenlandse productie neemt toe
↓
Werkgelegenheid neemt toe.

De koersdaling van een munt kan dus de werkgelegenheid bevorderen in een land.

Door sara

To pretend

To pretend = doen alsof

Je doet alsof je pret hebt

Door Moo

Het verschil tussen hoge en lage luchtdruk

Om te onthouden hoe de wind draait bij een hoge of lage luchtdruk, kun je denken aan
H=H

Hoge luchtdruk = Horloge, met de klok mee
Lage luchtdruk = Tegen de klok in

Door Ivan

De leesstrategieën

De verschillende leesstrategieën kun je onthouden door de zin
Kom, Ik Ga Zo Op School

K ritisch
I ntensief
G lobaal
Z oekend
O riënterend
S tuderend

Door Anne

De schalen

Om de verschillende schalen op een kaart te onthouden, kun je denken aan de zin
Loop Recht Naar C Man

L okale schaal
R egionale schaal
N ationale schaal
C ontinentale schaal
M ondiale schaal

Door Anoniem

Volgorde tijden geschiedenis t/m pruiken en revoluties

Jagende Griek met speer of rode peper
J= jagers en boeren
G= Grieken en Romeinen
M= monniken en ridders
S= steden en Staten
O= ontdekkers en hervormers
R= regenten en vorsten
P= pruiken en revoluties

Door Bailey

Ammoniak, Ammonia, Ammonium

Ammoniak = NH3 (G)
Ammonia = NH3 (AQ) – eindigt op een A en de toestand AQ begint ook met een A.
Ammonium = NH4+ (AQ) – heeft geen 2e A en is daarom ‘bijzonder’

Door Daphne

Grieks uitgangen

Voor de uitgangen van groep3 heb ik (nou eigenlijk mijn leraar) een ezelsbruggetje bedacht:

de OS die I-A zegt, is een ESel die OOk Nog SIN-AS drinkt.

(os, i, a, es, wv, sin, as)

Door Sophie

Rijbewijs

Als je niet weet wanneer een tram stop gebruik ik altijd
Een tram is bang voor dieren
Een tram stopt alleen voor zebrapaden en haaientanden

Door Lisa

Timere

Timere = vrezen, bang zijn voor

Tim is bang voor iets

Door Sarah

De evangelisten

De vier evangelisten uit het Nieuwe Testament kun je onthouden door te denken aan
Mijn Moeder Lust Jam

M attheus
M arcus
L ucas
J ohannes

Door Marie

fortasse- misschien

misschien koop ik een tas, misschien niet

Door myrthe

Tijdvakken

Jan gaat met Simon op reis per bus:

J agers en boeren
G rieken en romeinen
M onniken en ridders
O ontdekkers en hervormers
R egenten en vorsyen
P ruiken en revoluties
B urgers en stoommachines

Door Sanne

Signaalwoorden voor een redengevend verband

Deze signaalwoorden kun je onthouden aan de hand van de zin
Op Woensdag Draag Ik Nooit Handschoenen Zonder Veters

O mdat
W ant
D aarom
I mmers
N amelijk
H ierdoor
Z odoende
V anwege

Door Joey

Subito

Subito = Plotseling

Subito is een kraslot. En dan win je plotseling geld

Door Sarah

Tijd en plaats achterin de zin

Om de volgorde te onthouden van de plaats en de tijd achterin een zin, kun je denken aan het alfabet. De P komt voor de T, dus komt plaats ook voor tijd 

Achterin een zin komt plaats VOOR tijd. p voor t

Door Kim

Soorten reliëf

Om te onthouden wat voor soorten reliëf er zijn, kun je denken aan het woord
LaHeMiHo

La agland
He uvelland
Mi ddelgebergte
Ho oggebergte

Door Eva

Het verschil tussen Bruto en Netto

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan

BRUTO –> de belasting e.d. gaat op BRUTE wijze van je loon af
NETTO –> je houdt nog NET wat over

Door Mariska

Tafel dekken

De vork moet links omdat omdat er een “R” in zit.

Door Redmar

Uitgangen van Duitse werkwoorden (tegenwoordige tijd)

De uitgangen van Duitse regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd vormen samen het woord (fe)esttenten:

(ich) wohn e

(du) wohn st

(er) wohn t   
(wir) wohn en

(ihr) wohn t 
(sie) wohn en

Door Max

Het verschil tussen theta, phi en psi

Om het verschil tussen deze drie te onthouden, kun je denken aan 

De psi is een drietand van Poseidoen
De phi dat is een rondje met de I erin 
Degene met een liggend streepje is dan de theta

Door Anoniem

De ontwikkelingsstadia van een embryo

De volgorde van de drie ontwikkelingstadia van een embryo, gevolgd door de drie kiemlagen, zijn te onthouden aan de hand van MoBGaDEME

Mo rurla
B lastula
G astrula

E ctroderm
M esoderm
E ndoderm

Door Norbert

Thursday

Thursday = donderdag

Om dit te onthouden, kun je denken aan Thor’s day –> de Dondergod –> Donderdag

Door Wietse

hogedrukgebied

denk bij hogedrukgebied aan bosbranden bij bosbranden geen regen dus bij hogedrukgebied ook geen regen
dus onthoud hb (hogedrukgebied bosbranden)

Door Jeroen

Magisme

Magisme betekent winkel
Denk hierbij aan een magazijn, wat heeft een winkel een magazijn.

Door xapie

Km² Km³

Bij km² dan moet er 2 nullen bij en bij km³ 3 nullen.

Door Anoniem
Home
Alle items
Uploaden