
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
De 7 levensverschijnselen
VUBV WAG
Voeden
Uitscheiden
Bewegen
Voortplanten
Waarnemen
Ademhalen
Groeien
Muzieknoten
Op deze manier kun je onthouden dat de noten maar tot G gaan!
A t/m G en de rest doet niet mee!
Het verschil tussen peux en veux
Om het verschil hiertussen te onthouden, kun je denken aan
Peux = kunnen –> PK –> Paardenkracht
Veux = willen –> VW –> Volkswagen
Misceo
Misceo = mengen
Als je de s en c verwisselt krijg je micseo -> mix(eo) -> mengen. Misceo betekent mengen
Factoren van 5 vermenigvuldigen
Om 25×25 gemakkelijk te berekenen, kun je dit trucje gebruiken.
20×30 = 600 + 5×5= 25, dus 25×25 = 625
Dit werkt bij alle factoren van 5
Bijvoorbeeld;
75×75 = 5625 –> 70×80= 5600 + 5×5=25 –> 5625
De dimensies van de Geneeskunde
De zeven dimensies van de Geneeskunde kun je onthouden door de zin
Levend Keert Koning Terug, Christus Feest Begint
L okalisatie
K waliteit
K wantiteit
T ijd
C ontext
F actoren
B egeleidende verschijnselen
Abonnement
Om de juiste spelling van het woord ‘abonnement’ te onthouden, kun je denken aan de zin
In de bus zaten twee nonnen met een abonnement
Bus = b
Nonnen = nn
Kwintencirkel
Kruizen:
Geef Die Aap Een Bak Fis Cis
Mollen:
Friese Boeren Eten Alle Dagen Gele Citroenen
Een grote beer die fietst op de lijnen
Een Grote Beer Die Fietst
E-en
G-rote
B-eer
D-ie
F-ietst
Let op! het is op de lijnen en het is vanaf onder
Het verschil tussen maguis en garrigue
Maquis = zandgrond
Garrigue = kalkgrond
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
Mag = Zak
Some Say Money Matters
Some Say Money Matters But My Brother Said Big Boobs Matter More
Woord beginnend met S = sensorisch; woord beginnend met M = motorisch; Woord beginnend met B = Beide (Hersenzenuwen: sensorisch of motorisch).
De 12 hersenzenuwen:
n. Olfactorius – Sensorisch
n. Opticus – Sensorisch
n. Oculomotorius – Motorisch
n. Trochlearis – Motorisch
n. Trigeminus – Beide
n. Abducens – Motorisch
n. Facialis – Beide
n. Vestibulocochlearis – Sensorisch
n. Glossopharyngeus – Beide
n. Vagus – Beide
n. Accessorius – Motorisch
n. Hypoglossus – Motorisch
Kustgemeenten West Vlaanderen
Dave en Kaatje ook niet. Maar Wim, Els ,Maarten,Osas en Barbara doen het wel. BRABANDER zei Hakem Karim
De rivieren
Om te onthouden waar de rivieren de AA en de EE liggen, kun je denken aan
A=A en E=E
BrAbant = A
FriEsland = E
Formule bedrag berekenen
Om te berekenen wat je na x jaar op je rekening hebt staan (met rente), kun je deze formule gebruiken.
Deze kun je onthouden aan de hand van BERT
B eginbedrag
E indbedrag
R ente
T ijdseenheid
E = B x (1+R/100)^t
Belgische vlag
Om de kleuren van de Belgische vlag te onthouden, van links naar rechts, kun je denken aan
ZWAGER
ZWA rt
GE el
R ood
Alkanen
Ma En Pa Blowen Perfecte Hasj, Hou Op, Niet Doen:
Methaan, Ethaan, Propaan, Butaan, Pentaan, Hexaan, Heptaan, Octaan, Nonaan, Decaan
νεκρος
het woord νεκρος lijkt op het woord necroot, uit Harry Potter. Necroten zijn eigenlijk lijken van dode mensen die in het bezit zijn van iemand anders. νεκρος betekent dus lijk of dode.
hélicoptère
Een helikopter moet eerst opstijgen é (streepje omhoog) en dan dalen è (streepje omlaag)
Naamvallen aanvallen
Alle uitgangen in de Der-groep:
1: RESE
3: MRMN
4: NESE
Man/Vrouw/Onz./Meerv.
Dus je zegt gewoon: rese, mirmin, nese, en de tweede naamval is SRSR maar die gebruik je niet zo vaak.
Bij de ein-groep haal je alleen 1e MO weg en 4e O (Mannenlijk/Onzijdig krijgen geen uitgang)
Kruisbanden
Om de kruisbanden te onthouden, kun je denken aan LAMP
Voorste kruisband
L ateraal naar
A nterior
Achterste kruisband
M ediaal naar
P osterior
Reductor of oxidator?
In reductor zit het Engelse woord “reduce”=verminderen en de reductor stoot dus elektronen af
Dan neemt de oxidator de elektronen op
Dare betekent geven
Dare betekent geven.
Hierbij kan je denken aan het Engelse dare betekent durven.
Do you -dare- om het te geven?
Durf je het te geven?
substitutie of complementaire goederen
Denk bij substitutie goederen aan substitute teacher, een invallende docent, een vervangende docent. Substitutie goederen kun je met elkaar vervangen. Bij complementaire goederen moet je denken aan complete, volledig.
Complementaire goederen gebruik je samen, om ze volledig te kunnen gebruiken.
