Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Plumbum

Plumbum = Pb = Lood

Denk aan het Engelse loodgieter

Door Anne-Marie

Uitgangen

Kan je de uitgangen niet onthouden:
-O
-S
-T
-MUS
-TIS
-NT
Luister dan naar het liedje latijn is stampen 😉

Door Kim

Cijfers van pi

De precieze cijfers van pi kan je onthouden met de zin ‘Yes I want a pizza, yesterday we wanted pizza, yes pizza!
De hoeveelheid letters per woord staan voor een getal van pi. En het verhaal gaat nog over pizza ook!
Pi is dus: 3,1415926535

Door Henk

Postquam

Postquam = daarna

Daarna kwam de post

Door Colleen

Het lijdend voorwerp

Om te onthouden wat het lijdend voorwerp van een zin is, kun je denken aan de zin

Vader slaat moeder

Moeder lijdt hieronder en is het lijdend voorwerp

Door Marrit

Rekenkundige bewerkingen

Hoe Moeten We Van Die Onvoldoendes Afkomen?

H= Haakjes
M= Machtsverheffen
W= Worteltrekken
V= Vermenigvuldigen
D= Delen
O= Optellen
A= Aftrekken

Door Anoniem

Lichamelijke letsels

Om lichamelijke letsels te onthouden, kun je denken aan het acroniem RUM

R adialis uitval (Dropping hand)
U lnaris uitval (Klauwhand)
M edianus uitval (Predikershand)

Door Laura

Simulare

Simulare = doen alsof

In een simulatie doe je alsof

Door Anoniem

Het verschil tussen acheter en vendre

A=A, V=V

A cheter = A ankopen
V endre = V erkopen

Door Rein

Bytes

Tien Gemene Muizen Kunnen Bijten.

Terabyte
Gigabyte
Megabyte
Kilobyte
Byte

Door Henk

De eilanden

De eilanden onthoud je met het woord TV-TAS

T Texel
V Vlieland

T terschellingen
A Ameland
S Schiermonnikoog

Door Beyza

Het verschil tussen loefzijde en lijzijde

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan

De lijzijde –> is blij (veel zon)
De loefzijde –> is droef (veel regen)

Door Claudia

Sympa

Sympa betekent aardig

Denk aan iemand sympathiek vinden.

Door David

7 uitzonderingen atoomsoorten

CLaire Fietst Naar Haar Oma In Breda

Cl2 (g) – chloor
F2 (g) – fluor
N2 (g) – stikstof
H2 (g) – waterstof
O2 (g) – zuurstof
I2 (s) – jood
Br2 (l) – broom

bovenstaande 2tjes moeten in het subscript!

Door Renske

Grieks uitgangen

Voor de uitgangen van groep3 heb ik (nou eigenlijk mijn leraar) een ezelsbruggetje bedacht:

de OS die I-A zegt, is een ESel die OOk Nog SIN-AS drinkt.

(os, i, a, es, wv, sin, as)

Door Sophie

De woordvolgorde van een Nederlandse zin

Om deze volgorde te onthouden, kun je gebruik maken van
Onze Goede Mina Leert Bakken Pannenkoeken Taart

O nderwerp
G ezegde
M eewerkend voorwerp
L ijdend voorwerp
B ijvoeglijke bepalingen
P laatsbepaling
T ijdsbepaling

Door Arjanne

ripa

Als je verdrinkt (rip), kan je aanspoelen op een oever.
Ripa is dus oever!

Door Timo

Formule voor dichtheid

De formule voor dichtheid is
ρ = m*V

ρ = Dichtheid
m = Massa
V = Volume

De volgorde kun je onthouden door te denken aan het alfabet. De M komt voor de V in het alfabet en ook in de formule

Door Iris

Zuur bij water of water bij zuur?

Bij het maken van een oplossing moet je altijd goed oppassen met water en zuur. Om dit te onthouden, kun je denken aan het rijmpje
Zuur bij water en je slaat nooit een flater, water bij zuur betaal je duur

Door Didier

Rekenen maten

km hm dam m dm cm mm

Kan het dametje met de cm meten.

Door Amber

De stikstofbasen in een DNA-molecuul

AT is GeC (Ad is gek)

A denine
T hymine

G uanine
C ytosine

Door Sanne

De fasen van een cel

De fasen die een celcyclus doorloopt, kun je onthouden met de zin
In Parijs Poepen Mensen Altijd Telefonerend

I nterfase
P rofase
P rometafase
M etafase
A nafase
T elofase

Door Jaap

Present simple

De present simple komt voor bij gewoonte regelmatig en feit. Dit kun je onthouden door GiRaF en de signaal woorden kun je onthouden met SNORFEUS:

S ometimes
N ever
O ften
R egularly
E very

U sually
S eldom

Door Markus

Voorrang auto rijden

Kijk je hem op z’n bek of nek, dan blijf je op je plek. Kijk je hem op z’n oor dan rijd je door!

Door Bastiaan

LE PAS. COMP. AVEC ÊTRE

Om te weten welke werkwoorden met être worden vervoegd in de passé composé moet je “MAARTEN P.R.” onthouden.

Montre <-> descendre
Arriver <-> partir
Aller <-> (re)venir
Rentre
Tomber
Entre <-> sortir
Naître <-> mourir

P.asser
R.etourner

+ les verbes pronominaux

Door Clara

De oorzaken van WO II

De oorzaken van WO2 kun je onthouden met BEMIN

B ondgenootschappen

E conomische machtsstrijd

M ilitarisme

I mperialisme

N ationalisme

Door Marieke

3 Steden

ADH
Amsterdam
DenHaag
Haarlem

Door Fleur
Home
Alle items
Uploaden