
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Continenten
Alle continenten van groot naar klein.
Alle Apen Naaien Zakdoekjes Aan Elkaar, Ongelofelijk!
A zië
A frika
N oord-Amerika
Z uid-Amerika
A ntarctica
E uropa
O ceanië
Abonnement
Om de juiste spelling van het woord ‘abonnement’ te onthouden, kun je denken aan de zin
In de bus zaten twee nonnen met een abonnement
Bus = b
Nonnen = nn
De bijnierschors
Om de lagen van de bijnierschors, van buiten naar binnen, te onthouden, kun je denken aan GFR
G lomerulose zona
F asciculata zona
R eticularis zona
Volgorde grootte gesteente
Om deze volgorde te onthouden, kun je gebruik maken van BRiKGeZaKt
B erg
R otsblok
K ei
G rind
Z and
K lei
De rivieren
Om te onthouden waar de rivieren de AA en de EE liggen, kun je denken aan
A=A en E=E
BrAbant = A
FriEsland = E
Grote steden Canada
Als je het moeilijk vindt om de ligging van de 3 grootste steden van Canada te onthouden, denk dan aan MTV
Van Oost naar West
M ontréal
T oronto
V ancouver
Oorzaken van symptomen
Om verschillende mogelijke oorzaken voor symptomen te onthouden, kun je denken aan VINDICATEN
V asculair
I nflammatoir
N eoplasma
D egeneratief
I ntoxicatie
C ongenitaal
A utoimmuun/allergisch
T rauma
E ndocrinologisch
N utrioneel
Geboortejaren van de Karels
Om het verschil te onthouden, kun je denken aan 5=5
Karel de Vijfde werd geboren in 1500.
Karel de Grote werd geboren in 742 nChr.
Diameter en straal
Het verschil tussen een diameter en een straal is soms lastig te onthouden. Diameter is een langer woord dan straal. In een cirkel kun je de korte en de lange lijn onderscheiden door te bedenken dat diameter de lange lijn is en dat straal de korte lijn is, omdat straal een korter woord is dan diameter.
Tekstsoorten en tekstdoelen
Deze kun je onthouden met het acroniem DIEP
D iverterende teksten –> ontspannen of amuseren
I nformatieve teksten –> informeren
E motieve teksten –> raken
P ersuasieve teksten –> overtuigen
Interactietheorie
De verschillende onderdelen van de interactietheorie kun je onthouden door CAT
C omplementariteit –> het ene gebied moet iets kunnen leveren waar in het andere gebied vraag naar is
A ndere mogelijkheden –> er mogen geen tussenliggende mogelijkheden zijn
T ransportbaarheid –> het moet allemaal in een redelijk tempo tegen een redelijke prijs kunnen worden vervoerd
Het verschil tussen peux en veux
Om het verschil hiertussen te onthouden, kun je denken aan
Peux = kunnen –> PK –> Paardenkracht
Veux = willen –> VW –> Volkswagen
Het verschil tussen de boomklever en de boomkruiper
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
L=L en R=R
De kLever = bLauw
De kRuiper = bRuin
Het verschil tussen omnivoor, carnivoor en herbivoor
Om dit te onthouden kun je denken aan het Latijn, waar het vandaan komt
Carne = vlees –> carnivoor = vleeseter
Herba = plant –> herbivoor = planteneten
Omni = alles –> omnivoor = alleseter
Zuur bij water of water bij zuur?
Bij het maken van een oplossing moet je altijd goed oppassen met water en zuur. Om dit te onthouden, kun je denken aan het rijmpje
Zuur bij water en je slaat nooit een flater, water bij zuur betaal je duur
Tafel dekken
Wanneer je de uiteinden van je wijsvinger en duim naar elkaar toe brengt, ontstaat er bij je linkerhand een ‘b’ en bij je rechterhand een ‘d’. Zo kun je bij het tafeldekken onthouden aan welke kant van het bord het brood en aan welke kant de drank hoort te staan volgens de etiquette.
Á ce soir
Á ce soir betekent tot vanavond. Dit lijkt op accesoir, als je uitgaat draag je accesoires.
ezelsbrug voor de piano
op de lijntjes: Een Goede Broer Drinkt Fris
tussen de lijntjes: FACE
( E, F, G, A, B, C, D, E)
De onderdelen van een plant
De onderdelen van een plant kunnen onthouden worden met BELKO
B ladoksel
E indknop
L id
K noop
O kselknop
Voorzetsels Gerund
De voorzetsels van de Gerund kun je onthouden met het acroniem WAFFOTO
W ithout
A bout
F rom
F or
O n
T o
O f
