
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Voorzetsels met de dativ
Om te onthouden welke voorzetsels met de dativ gaan, kun je het volgende rijmpje op het deuntje van Vader Jacob zingen
Aus bei mi-it, aus bei mi-it
Von zeit zu, von zeit zu
Immer mit dem dativ, immer mit dem dativ
Gegen über nach, gegen über nach
uitgangen -are -ire -ere
ost mus tis naar toilet
(mooi nederlands:Ost moest eens naar het toilet
1ste p.enk. -o
2de p.enk. -s
3de p.enk. -t
1ste p.mv. -mus
2de p.mv. -tis
3de p.enk. -nt(nt is bij het ezelsbruggetje ‘naar toilet’
hopelijk begrijp je het ;-)Xxx
Rapido
Rapido=Snel.
Dit weet je door het voorste woord rap, Want een rap gaat snel en nu weet je het antwoord.
trap = escallier
escallier betekent trap
via de trap kan je weg en kan je ‘ontsnappen’
ontsnappen betekent escapen in het engels
dus bij escallier moet je denken aan het escapen via de trap
Eenheden
Kale Harry Danst Met De Chinezen Mee
Kilometer
Hectameter
Decameter
Meter
Decimeter
Centimeter
Milimeter
Satelliet
Om de spelling van het woord ‘satelliet’ te onthouden, kun je denken aan
In saté zitten altijd twee stokjes
bijv. naamwoorden vóór zn
Als (autre)
Ben (bon)
Jou (joli)
Niet (nouveau)
Leuk (long)
Vindt (vieux)
Gaat (gros)
Het (haute)
Met (mauvais)
Ben (beau)
Gewoon (grand)
Prima (petit)
En dan de rangtelwoorden natuurlijk!
Containerpolitiek
Zie het communisme als een container. de container mag niet groter worden dan dat t al is
primair en secundair
als je het verschil wilt onthouden tussen deze twee: primair klinkt als primeir. primairbij. onthou dat en je weet het verschil. als je deze weet is de ander natuurlijk secundair
Tafel van 9
Heb je moeite met de tafel van 9? Hierna niet meer!
Zet aan de linkerkant de cijfers 0 t/m 9 en aan de rechterkant de cijfers 9 t/m 0…
09
18
27
36
45
54
63
72
81
90
Coniunctivus in de hoofdzin vertalen
WATVIM
Wens = Moge(n), ik hoop dat …
Aansporing = Laat hij/Laten we …
Twijfel = Moeten wij … (meestal 1e persoon)
Verbod = Laat … niet …
Irrealis = als …, zou(den) …
Mogelijkheid = Hij zou kunnen …
Ik hoop dat dit helpt/Moge dit helpen = Utinam hoc iuvet
De woordvolgorde van een Engelse zin
De volgorde van een standaard Engelse zin kun je onthouden aan de hand van TOPVPT
T ijd
O nderwerp
P ersoonsvorm
V oorwerp
P laats
T ijd (Tijd kan zowel aan het begin als aan het einde van de zin).
De carpale botten
Om de acht carpale botten te onthouden, kun je denken aan
Sam Likes To Push The Toy Car Hard
Proximaal van duim naar pink
S caphoid
L unate
T riquetrum
P isiforme
Distaal van duim naar pink
T rapezium
T rapezoid
C apitate
H amat
Niet-metalen
Ar= Aria
Br= Bracht
Cl= Claartje
F= Feeste
P= Per
He= Helikopter
I= In
C= Carnavalsstijl
Ne= Netjes
Si= Sintelijk
N= Naar
H= Huis
O= Ongelooflijk
S= Schattig
Aria bracht claartje per helikopter in carnavalsstijl netjes sintelijk naar huis ongelooflijk schattig!
nihil = niets
Nihil is in het nederlands een ander woord voor ‘heel klein’. Je gebruikt vaak in de volgende zin:
‘Ik acht de kans nihil…’
Dus:
Ik acht de kans NIHIL dat je NIETS op de toets weet.
Properare
Properare = zich haasten
Als een poetsvrouw het huis proper maakt, doet ze dat haastig
Van elektriciteitsfabriek naar huisaansluiting
Om de route van de elektriciteitsfabriek naar de huisaansluiting te onthouden, kun je denken aan VAAGHAK
V oedingskabel
A ardleiding
A ardleidingmeter
G roepenkast met zekeringen
H uisaansluiting
A ndere kabels
K wh-meter
Maw kernconcept cultuur
VOUW’N =
het geheel van
Voorstellingen
Opvattingen
Uitdrukkingsvormen
Waarden
Normen
die mensen als lid van een groep of samenleving hebben verworven
Het nationale spaarsaldo
Om de formule van het nationale spaarsaldo te onthouden, kun je denken aan
SIEBOEI
(SI)+(BO)=(E-I)
S paarsaldo
I nvesteringen
B elasting
O verheidsbesteding
E xport
I mport
Owe
Owe = iemand iets verschuldigd zijn
Dit kun je onthouden door te denken aan IOU (I owe you)
substitutie of complementaire goederen
Denk bij substitutie goederen aan substitute teacher, een invallende docent, een vervangende docent. Substitutie goederen kun je met elkaar vervangen. Bij complementaire goederen moet je denken aan complete, volledig.
Complementaire goederen gebruik je samen, om ze volledig te kunnen gebruiken.
