
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Het verschil tussen theta, phi en psi
Om het verschil tussen deze drie te onthouden, kun je denken aan
De psi is een drietand van Poseidoen
De phi dat is een rondje met de I erin
Degene met een liggend streepje is dan de theta
Relinquit
Relinquit = achterlaten
Het is zielig om je hondje vast te binden aan de reling en hem daar achter te laten
Artemis/diana
De God Artemis/ Diana met functie God van de Jacht en attribuut pijl, boog, hert: Artemis Diana de 2e is een hert en die word afgeknalt met pijl en boog. Pijl en boog —> jacht
Het verschil tussen peux en veux
Om het verschil hiertussen te onthouden, kun je denken aan
Peux = kunnen –> PK –> Paardenkracht
Veux = willen –> VW –> Volkswagen
De reine intervallen
Om de reine intervallen te onthouden, kun je denken aan POKK
P rime
O ctaaf
K wart
K wint
Tekststructuren
De verschillende structuren kun je onthouden aan de hand van HOPOV
H andelingsstructuur
O nderzoeksstructuur
P robleemstructuur
O piniestructuur
V ergelijkingsstructuur
Dativ voorzetsels
Zaagmens BV
Z= zu
a= aus
a= außer
g= gegenüber
m= mit
e= entgegen
n= nach
s= seit
B= bei
V= von
Estland Letland Litouwen
Zo leer je de topografie van Europa Estland, Letland en Litouwen (EsLeLi) zitten onder elkaar zo leer je de volgorde.
Formule voor volume
Om de formule voor volume te onthouden, kun je denken aan de zin
VOLle LENGTE BRandt HOOG
Volume = lengte x breedte x hoogte
pull en pushfactoren
Pullfactor: de betekenis van pull is trekken. Dus je trekt mensen aan dus er komen meer mensen naar je land.
Pushfactoren: de betekenis van push is duwen. Dus je duwt mensen uit je land
Kleuren in het Engels
Hanne Tintelt Tot S’morgens
H=hue
T=tint
T=tones
S=shadow
Hue is the pure kleur
Tint is hue plus wit
Tones is hue plus grijs
Shadow is hue plus zwart
Het verschil tussen genotype en fenotype
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
Genotype –> verandert niet, het zijn je genen
Fenotype –> verandert wel, het is je uiterlijk
Tanden en bijbehorende structuren
Deze kun je onthouden aan de zin
Geurende Taart Trekt Celebrity’s Tevens Wilde Klanten Zenuwachtige Bakker
G lazuur
T andholte
T andvlees
C ement
T andbeen
W ortelbeen
K aakbeen
Z enuw
B loedvat
Toedieningsvormen
De verschillende toedieningsvormen kun je onthouden met SPROLTS
S ystematisch
P arentaal
R ectaal
O raal
L okaal
T ransdermaal
S ublinguaal
Present en Past Perfect
De voorzetsels die met de Present Perfect gaan, kun je onthouden door te denken aan
FYNE JAS
F or
Y et
N ever
E ver
J ust
A lready
S ince
De voorzetsels die met de Past Simple gaan, kun je onthouden door te denken aan
LADY
L ast
A go
D atum
Y esterday
Het verschil tussen Nominativus en Accusativus
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan de zin
Als de SON schijnt, eten we OLA ijsjes
S ubject
O nderwerp
N ominativus
O bject
L ijdend Voorwerp
A ccusativus
Werkwoorden Frans
Avoir= ils, elles ont= o van avoir.
Faire= ils, elles font= f van faire
Nihil
de betekenis is niks
ik denk aan
A begint met een N van niks
B ik denk aan ni veel.
Het verschil tussen this en that
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan I = I en A = A
ThIs = dIchtbij
ThAt = verAf
Technisch tekenen
Om de verschillende vormen van technisch tekenen te onthouden, kun je denken aan VESP
V erklarende tekeningen
E xploded view tekeningen
S triptekeningen
P rojecttekeningen
