
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Hogedrukgebied en lagedrukgebied
Om het verschil te onthouden denk aan een strand in bijvoorbeeld Spanje
🌤 Hogedrukgebied = hoog aantal toeristen
want veel zon, is weinig bewolking, is weinig neerslag
🌧 Lagedrukgebied = laag aantal toeristen
want weinig zon, is veel bewolking, is veel neerslag
Er zijn weinig mensen om het strand bij slecht weer.
Daarbij kun je denken aan het rijmpje
“Hoog is droog en laag is vaag”
Hoog drukgebied is droog weer, laag drukgebied is regen
Misceo
Misceo = mengen
Als je de s en c verwisselt krijg je micseo -> mix(eo) -> mengen. Misceo betekent mengen
Grote steden Canada
Als je het moeilijk vindt om de ligging van de 3 grootste steden van Canada te onthouden, denk dan aan MTV
Van Oost naar West
M ontréal
T oronto
V ancouver
Het verschil tussen spoel en capaciteit
Om het verschil tussen de spoel en de capaciteit te onthouden, kun je denken aan het acroniem
LEI CIE
L Spoel
E Spanning eerst dan
I Stroom
C apaciteiet
I Stroom eerst dan
E Spanning
Nihil
de betekenis is niks
ik denk aan
A begint met een N van niks
B ik denk aan ni veel.
Leizie
LeiCie.
Bij de spoel (L) komt de stroom (I) na de spanning (E).
Bij de compensator (C) komt de stroom (I) voor de spanning (E).
Taken in het klooster
Om te onthouden wat de taken in een klooster waren, kun je denken aan LOVE
L andarbeid
O verschrijven van boeken
V erplegen zieken
E n bidden
Landschappen
Om de landschappen te onthouden, kun je deze zin gebruiken
Zonder Landschappen Zal De Rest Vergaan
Z andlandschap
L össlandschap
Z eekleilandschap
R ivierkleilandschap
V eenlandschap
De twee-atomige niet-ontleedbare stoffen
Om deze te onthouden kun je gebruik maken van de zin
BRam Fietst In CaLantsoog Ocver Het Naaktstrand
Br oom
F luor
I Jood
CL Chloor
O Zuurstof
H Waterstof
N Stikstof
Craniale zenuwen
Met deze ezelsbrug weet je of de 12 craniale zenuwen motorisch, sensorisch of gemixt zijn (beide)
–> M (motorisch), S (sensorisch), B (both)
Some Say Many Money, But My Brother Says Big Boobs Matter More
Craniale zenuw 1: Sensorisch
2: Sensorisch
3: motorisch …
Tekstdoelen
Alle Ossen In Opa’s Akker
Amuseren
Overtuigen
Informeren
Opiniëren
Activeren
Ammoniak, Ammonia, Ammonium
Ammoniak = NH3 (G)
Ammonia = NH3 (AQ) – eindigt op een A en de toestand AQ begint ook met een A.
Ammonium = NH4+ (AQ) – heeft geen 2e A en is daarom ‘bijzonder’
Push- en pullfactoren
Push is in het Engels duwen dus mensen vertrekken uit dat land, denk aan mensen weg duwen. Pull is in het Engels trekken, denk aan je trekt mensen aan. Bij pullfactoren willen mensen een reden om naar dat land verhuizen.
Het verschil tussen maguis en garrigue
Maquis = zandgrond
Garrigue = kalkgrond
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
Mag = Zak
Strategos
Ho strategos = legeraanvoerder
Denk aan stratego, een spel waarbij je dingen moet veroveren
Formule bedrag berekenen
Om te berekenen wat je na x jaar op je rekening hebt staan (met rente), kun je deze formule gebruiken.
Deze kun je onthouden aan de hand van BERT
B eginbedrag
E indbedrag
R ente
T ijdseenheid
E = B x (1+R/100)^t
substitutie of complementaire goederen
Denk bij substitutie goederen aan substitute teacher, een invallende docent, een vervangende docent. Substitutie goederen kun je met elkaar vervangen. Bij complementaire goederen moet je denken aan complete, volledig.
Complementaire goederen gebruik je samen, om ze volledig te kunnen gebruiken.
Uitgangen van Duitse werkwoorden (tegenwoordige tijd)
De uitgangen van Duitse regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd vormen samen het woord (fe)esttenten:
(ich) wohn e
(du) wohn st
(er) wohn t
(wir) wohn en
(ihr) wohn t
(sie) wohn en
