Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Suffer by

Suffer by = te lijden hebben van

Als je suf bent heb je hier veel van te lijden

Door Mirjam

Het verschil tussen Nominativus en Accusativus

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan de zin
Als de SON schijnt, eten we OLA ijsjes

S ubject
O nderwerp
N ominativus

O bject
L ijdend Voorwerp
A ccusativus

Door Maud

Indirecte invloed op een bedrijf

Factoren die een indirecte invloed op een bedrijf hebben, kun je onthouden aan de hand van NETSoP

N atuur
E conomie
T echniek
S ociale invloed
P olitiek

Door Robert

Werkwoorden met avoir

Om te onthouden welke werkwoorden met avoir vervoegd worden, kun je denken aan de zin
Een Charmante Cassière Rekende Frustrerend

Être
Changer
Commencer
Réussir
Finir

Door Anoniem

Voorzetsels ablativus

Pro, cum, sine, a(b), e(x), dé
Die gaan met de ablativus mee.

Door Naomi

Het gebruik van shall en will

Wanneer er (enige) zekerheid is dat iets wel zal gebeuren gebruik je shall of will

Vorm: shall / will + hele werkwoord

Gebruik: voorspellingen, feiten
Bijvoorbeeld: The sun will rise at 06:45 tomorrow

Je zegt dus niet: I shall/will be Batman (want die kans is erg onwaarschijnlijk)

Door Paul

BSA

BSA. Bonjour, Salut, Au revoir.

Door Luuk

Rursus

Rursus = weer, terug

Rursus lijkt op cursus. Moet ik weer terug naar die cursus?

Door Julia

Km² Km³

Bij km² dan moet er 2 nullen bij en bij km³ 3 nullen.

Door Anoniem

Schaalvergroting rekenen

2 formules, en je weet alles:

Toename:
(nieuw : oud x 100%)-100

Afname:
100-(nieuw : oud x 100%)

Bijvoorbeeld: Een bedrijf had eerst 200 euro, later 300. Dan doe je: (300 : 200 x 100%)-100 = 50% gestegen

Door Anoniem

Qui?

Qui? = Wie?
kiwi
Je hebt qui (ki) en wie (wi).

Door Nora

Das Märchen

das Märchen = het sprookje

Das Märchen lijkt op das Mädchen (het meisje).  In (bijna) elk sprookje komt wel een meisje/vrouw voor.

Door Myrthe

ἐθέλω

ἐθέλω = willen / bereid zijn

Ik ben bereid om voor jou door iets heets te gaan.

Door Olivier

substitutie of complementaire goederen

Denk bij substitutie goederen aan substitute teacher, een invallende docent, een vervangende docent. Substitutie goederen kun je met elkaar vervangen. Bij complementaire goederen moet je denken aan complete, volledig.
Complementaire goederen gebruik je samen, om ze volledig te kunnen gebruiken.

Door Bo

Ecologische Voetafdruk

Deze kun je onthouden door de zin
Aaron Grijpt Brood Vaak Bij Eten

A kkerland
G rasland
B osland
V island
B ouwland
E nergieland

Door Siebe

Redactoren met een negatieve electrodepotentiaal

Deze kun je onthouden door te denken aan de zin
LIeve Kleine BasCAs en NAtalie MoGen ALleen op ZoN en FEestdagen NIet SnoeP(B)en

Li -3,05

K -2,92

Ba -2,90

Ca -2,87

Na -2,71

Mg -2,34

Al -1,67

Zn -0,76

Fe -0,44

Ni -0,25

Sn -0,14

Pb  0,13

Ze staan in tabel 48 van de BINAS

Door Patrick

2-atomige moleculen

Claartje fietst nooit in haar onderbroek, Pietje soms.

Claartje= Cl2 = Chloor.
Fietst = F2 = Fluor.
Nooit = N2 = Stikstof.
In = I2 = Jood.
Haar = H2 = Waterstof.
Onder= O2 = Zuurstof.
Broek = BR2 = Broom.
Pietje = P4 = Fosfor.
Soms = S8 = Zwavel.

Door Babita

Primaire holtes zenuwstelsel

Deze kun je onthouden aan de hand van
Personal Music Radio

P rosencephalon

M esencephalon

R hombencephalon

Door Eugene

Subito

Subito = Plotseling

Subito is een kraslot. En dan win je plotseling geld

Door Sarah

De snaren van een gitaar

Een gitaar heeft 6 snaren, deze kun je onthouden met de zin
Een Aap Die Geen Bananen Eet

E en
A ap

D ie

G een
B ananen

E et 

Door Annelies

Dierenstammen

Wormen, gewervelden, weekdieren, sponzen, neteldieren, geleedpotigen, stekelhuidigen

Waarom
Gaat
Willem (of een andere naam met een w)
Snel
Naar
Giesbeek (of een andere plaats met een g)
Skeeleren

Door Maud

Volgorde tijden geschiedenis t/m pruiken en revoluties

Jagende Griek met speer of rode peper
J= jagers en boeren
G= Grieken en Romeinen
M= monniken en ridders
S= steden en Staten
O= ontdekkers en hervormers
R= regenten en vorsten
P= pruiken en revoluties

Door Bailey

Magneet

Op een magneet is het rode gedeelte de noordpool en de witte kant de zuidpool. Om dit te onthouden, kun je denken aan R=R

NooRdpool = Rood

Door Kay

Lagen van het epidermis

Voor het onthouden van de lagen van het epidermis kun je gebruik maken van de zin
Californians Like Girls in String Bikinis!

stratum
C orneum
stratum
L ucidum
stratum
G ranulosum
stratum
S pinosum
stratum
B asalis

Door Abdelghani

Het verschil tussen AM en PM

Het verschil tussen AM en PM, kun je onthouden door ze als acroniem te beschouwen

AM –> Akelige Morgen (dus in de ochtend)
PM –> Prettige Middag (dus in de middag)

Door Iris

Valde

Valde = erg, zeer

Als je valt, doet dat erg zeer

Door jessy

De Algemene Gaswet

Om de Algemene Gaswet te onthouden, kun je denken aan
RoeP VeNT

R = p*V / n*T

R = gasconstante
p = druk
V = volume
n = hoeveelheid gas in mol
T = absolute temperatuur

Door E.J.E.
Home
Alle items
Uploaden