
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
De lagen van de biologie
Om alle lagen van levende systemen waar de biologie zich mee bezighoudt, van hoog naar laag, te onthouden, kun je denken aan
Becpoot.com
B iosphere
E cosphere
C ommunity
P opulation
O rganism
O rgan
T issue
C ell
O rganelle
M olecule
Griekse wetenschappers
Om te onthouden wie 4 Griekse wetenschapper waren en wat zij deden:
Hero schreef hoe Archie en Piet berekenden hoe een Hippie moest zorgen.
Herodotus: geschiedenis schrijver
Archimedes: wiskunde
Pythagoras: wiskunde
Hippocratus: geneeskunde
Midden-Amerika
De landen van Midden-Amerika, van boven naar beneden:
Mijn goudvis Bas eet haast nooit chocolade pudding
Mexico – Guatemala – Belize – Equador – Honduras – Nicaragua – Costa Rica – Panama
Planeten
Om de planeten, van de zon af, te onthouden, kun je denken aan de zin
Maak Voort Aardig Meisje, Jantje Spuit U Nat
M ercurius
V enus
A arde
M ars
J upiter
S aturnus
U ranus
N eptunus
Oorzaken van milieuproblemen
Om drie oorzaken van milieuproblemen te onthouden, kun je denken aan de UVA (ook wel; Universiteit van Amsterdam)
U itputting
V ervuiling
A antasing
Verschillende landschapstypes
Bij Wie Gaan Belgen Lopen In Toeristische Steden
Boslandschap
Woestijnlandschap
Graslandschap
Berglandschap
Landbouwlandschap
Industrielandschap
Toeristisch landschap
Stedelijk landschap
Perro
Perro=hond
Bij de rr van perro, als je het zegt klinkt het een beetje als grommen, en een hond gromt.
Volgorde grootte gesteente
Om deze volgorde te onthouden, kun je gebruik maken van BRiKGeZaKt
B erg
R otsblok
K ei
G rind
Z and
K lei
accipere = ontvangen
Accipere lijkt op accepteren. Als je een pakketje ontvangt, moet je het eerst nog accepteren.
Wil je het pakketje accepteren? Anders kan je het niet ontvangen!
De tijdsperiodes
De verschillende tijdsperioden in de geschiedenis kun je onthouden met de zin
Piet Smits Kaatst Mini Nootjes Naar Erik
P rehistorie
S troomculturen
K lassieke oudheden
M iddeleeuwen
N ieuwe tijd
N ieuwste tijd
E igen tijd
Het verschil tussen sytole en diastole
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan S = S en DI = DI
Sytole = Samentrekken
DIastole = DIvers, uit elkaar –> ontspannen
De balken
Om de verschillende balken op een computer te onthouden, kun je denken aan TiM WAST
T itelbalk
M enubalk
W erkbalk
A dresbalk
S tatusbalk
T aakbalk
Het verschil tussen een kameel en een dromedaris
Om dit verschil te onthouden, kun je naar de lettergrepen kijken
Kameel (2) –> 2 bulten
Dromedaris (4) –> 1 bult
Het verschil tussen these en those
Om het verschil tussen these en those te onthouden, kun je denken aan het alfabet
De E komt eerder in het alfabet, these = dichtbij
De O komt later in het alfabet, those = ver weg
Het verschil tussen syntagmatisch en paradigmatisch
Dit verschil kun je onthouden door de zin
De Sint loopt horizontaal
Syntagmatisch –> de lineaire (horizontale) opeenvolging van woorden
Paradigmatisch –> de verticale opeenvolging van woorden
Mollen en Kruizen voor de Cello
Kruizen:
Finnen BESchouwen EStlanders AS DESkundige GESchiedschrijvers CESar
Mollen:
Geef De Armen Een Bord FIS CIS
Het verschil tussen suspensie en emulsie
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan S = S en L = L
Suspensie = vloeistof + vaste stof –> Solid
EmuLsie = vloeistof + vloistof –> Liquid
Het overdragen van cultuurelementen
Om te onthouden hoe cultuurelementen in de moderne tijd worden overgedragen, kun je denken aan het acroniem ICT
I nternationale handel
C ommunicatiemiddelen (Modern)
T oerisme
Het verschil tussen mitose en meiose
Mitose –> normale celdeling, met als doel groei, vervanging en herstel van cellen.
Meiose –> reductiedeling, met als doel de vorming van geslachtscellen.
De geslachtscellen zijn zaad- en EIcellen.
In mEIose zit een EI, dus dat is voor de vorming van geslachtscellen.
7 levenskenmerken
Vroeger ———– Voeden
Aten ————– Ademhalen
Witte ————– Waarnemen
Uilen ————– Uitscheiden
Bijna ————– Bewegen
Geen ————– Groeien
Volkorenbrood —– Voortplanten
Indeling dierenrijk
Ergens in September Hoort Willie Wortel Gekke, Slimme Grappen.
E = eencelligen
S = sponzen
H = holtedierne
W = wormen
W = weekdieren
G = geleedpotigen
S = stekelhuidigen
G = gewervelden
De spieren van de Rotatorenmanchet
Deze spieren kun je onthouden met SITS
S upraspinatus muscle
I nfraspinatus muscle
T eres minor muscle
S ubscapularis muscle
Romeinse cijfers
Een gemakkelijk ezelsbruggetje om de volgorde van Romeinse cijfers te onthouden:
Ik verving Xaviers lekkere citroenen door meloenen:
I = 1
V = 5
X = 10
L = 50
C = 100
D = 500
M = 1000
De verteringssappen in je lichaam
De verteringssappen in je lichaam kun je onthouden met het acroniem DAMAALGASP
DA rmsappen
MA agsappen
AL vleessappen
GA l
SP eeksel
