
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Variabelen
Om het verschil tussen onafhankelijke, afhankelijke en interveniërende variabelen te onthouden, kun je denken aan O = O en IN = IN
Onafhankelijke variabele = Oorzakelijke variabele
Afhankelijke variabele = variabele die je kunt beïnvloeden
INterveniërende variabele = de variabele tussen de onafhankelijke en de afhankelijke variabele in
Huidlagen: buiten –> binnen
Can Good Skin Be My Defense?
C = Corneum
G = Stratum granulosum
S = Stratum spinosus
B = Stratum basale
M = Basaal membraan
D = Dermis
Aminozuren
De populaire ongeladen aminozuren kunnen onthouden worden met de zin
Quinten Checkt Soms Youtube Na Tennis
Q Glutamine (Gln; Q)
C ysteïne (Cys; C)
S erine (Ser; S)
Y Tyrosine (Tyr; Y)
N Asparagine (Asn; N)
T hreonine (Thr; T)
Een grote beer die fietst op de lijnen
Een Grote Beer Die Fietst
E-en
G-rote
B-eer
D-ie
F-ietst
Let op! het is op de lijnen en het is vanaf onder
Tacere
Tacere = zwijgen
Als je een taco in je mond hebt moet je zwijgen, want anders valt alles er uit
ezelsbrug voor de piano
op de lijntjes: Een Goede Broer Drinkt Fris
tussen de lijntjes: FACE
( E, F, G, A, B, C, D, E)
hogedrukgebied
denk bij hogedrukgebied aan bosbranden bij bosbranden geen regen dus bij hogedrukgebied ook geen regen
dus onthoud hb (hogedrukgebied bosbranden)
Zomer/wintertijd
Heel makkelijk te onthouden wanneer de zomer of winterijd ingaat.
Zomertijd gaat de klok naar voren, het is namelijk voorjaar. Als je daaraan denkt, dan weet je dat met de wintertijd de klok weer een uur terug moet.
Diverse Griekse woordjes
Dendron = boom > dendrologie
Petra = rots > Petra (stad in Jordanië)
Proton = eerst > prototype
Aei = altijd > altijd fonetisch = ˈɑltɛit, oftewel ˈ A lt E I t
Bios = leven > biologie
Thèrion = dier > thèr lijkt op dier
Nun = nu > dat is nun zonder n
Dolos = bedorg > een doolhof is bedrog
Thronos = troon > thron is troon zonder o
Oun (spreek uit: oen) = dus > ik weet hem niet DUS ben ik een oen
Doru = lans > een lans gaat DOOR je heen
Mètèr = moeder > mètèr lijkt op moeder
Monon = alleen (maar) > Engels: monotonous = eentonig ALLEEN MAAR dingen van één soort
Pragma = gebeurtenis > een SPRAAKMAkende gebeurtenis
Pur = vuur > lijkt op vuur
Phòs = licht > genetivus = phòtos een vroeger was er bij een foto belichting nodig
Bezittingen en schulden
Links in het woord Balans staat de B van Bezittingen – die moeten dus links
Rechts in het woord balanS staat de S van Schulden. Die moeten dus rechts
Scrijf/ tekstdoelen
Isa (informeren)
Blijft (beschouwen)
Achteraf (activeren)
Ook (overtuigen)
Achter (amuseren)
in
Utrecht (uiteenzetten)
Romeinse cijfers
Een gemakkelijk ezelsbruggetje om de volgorde van Romeinse cijfers te onthouden:
Ik verving Xaviers lekkere citroenen door meloenen:
I = 1
V = 5
X = 10
L = 50
C = 100
D = 500
M = 1000
De verteringssappen in je lichaam
De verteringssappen in je lichaam kun je onthouden met het acroniem DAMAALGASP
DA rmsappen
MA agsappen
AL vleessappen
GA l
SP eeksel
Azerbeidzjan – Bakoe
Azerbeidjan bakt een koe. Hiermee kun je onthouden dat Bakoe de hoofdstad van Azerbeidjan is!
v=s*t of v=s/t ?
Bij veel formules kun je de eenheid gebruiken. Bij v=s/t ook, want v = snelheid en de eenheid is km/h (of m/s). Km en m zijn eenheden van s (= afstand). H en s zijn eenheden van t (=tijd).
Het is km/h en m/s, niet km*h en m*s, dus is ook de formule v=s/t en niet v=s*t.
(Met veel formules geldt dit).
Duitse postcodes
Om de volgorde van de Duitse postcodes te onthouden kun je gebruik maken van de zin
Boer Harms Hoort De Koe Flink Stampij Maken
B erlijn – 1000
H amburg – 2000
H anover – 3000
D usseldörf – 4000
Köln – 5000
F rankfurt – 6000
S tutgart – 7000
M ünchen – 8000
Groter dan(<) en kleiner dan(>)
< heb je een grote opening en dat is groter dan > heb je een puntje dan is het kleiner dan
Risicogroepen
Om de vier risicogroepen voor o.a. de griepprik te onthouden, kun je denken aan YOPI
Y oung
O ld
P regnant
I ll
Sterke werkwoordsvervoegingen
Engelse sterke werkwoorden worden meestal vervoegd via de Miauw-regel
IAU
Voorbeeld: To drink, drank, drunk
Het verschil tussen ubi en ibi
Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee
U bi = W aar
I bi = D aar
Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat
Ubi? Ibi!
Dare betekent geven
Dare betekent geven.
Hierbij kan je denken aan het Engelse dare betekent durven.
Do you -dare- om het te geven?
Durf je het te geven?
Kleurcoderingen in electrotechniek en electronica
De kleurcoderingen in electrotechniek en electronica kun je onthouden met de zin
Zij Bracht Rozen Op Gerrits Graf Bij Vies Grauw Weer.
Z wart, waarde = 0
B ruin, waarde = 1
R ood, waarde = 2
O ranje, waarde = 3
G eel, waarde = 4
G roen, waarde = 5
B lauw, waarde = 6
V iolet, waarde = 7
G rijs, waarde = 8
W it, waarde = 9
Het verschil tussen een kameel en een dromedaris
Om dit verschil te onthouden, kun je naar de lettergrepen kijken
Kameel (2) –> 2 bulten
Dromedaris (4) –> 1 bult
