Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Devenir

Devenir lijkt op denver (la casa de papel) die is heel knap dus ik ga denver zijn vriendin WORDEN
devenir = worden

Door Emma

Afdalen bij scubaduiken

Om de vijf aandachtspunten bij het afdalen te onthouden, kun je denken aan TOSTI-Ka’s

T eken
O riëntatie
S norkel-automaatwissel
T ijd
I nflator
K laren
K ijken

Door Anoniem

Omrekenen

Om te onthouden dat 1 kilo = 2 pond = 10 ons, kun je het volgende doen

Breng je handen samen (1 kilo), maak nu twee vuisten (2 pond), laat al jouw vingers zien (10 ons)

Door Mathilda

Delectare

Delectare = verblijden, verheugen

Van deleten word je blij

Door Femke

De vlakken van een vierkant

Deze kun je onthouden met ROBijnZoekers

R ibbe
O ndervlak
B ovenlak
Z ijvlak

Door michiel

Verschil tussen kruis en mol

Een kruis staat bovenop een kerk dus die verhoogt de noot waarvoor hij staat.

Een mol zit onder de grond dus die verlaagt de noot waarvoor hij staat.

Door Anthony

Tendere

Tendere = uitstrekken

Als je op een tandem zit, moet je je benen uitstrekken

Door Fenna

De Plié

Om te onthouden of de plié naar beneden of omhoog gaat, kun je denken aan de zin

De Plié gaat naar benée

Door Charlotte

Status krijgen

Om te onthouden waardoor je status krijgt, kun je denken aan BOMAAW

B eroep

O pleiding

M acht

A anzien

A fkomst

W oonomgeving

Door Babs

Cela en eci

Cela eindigt op een A en dus dAt

Ceci eindigt op een i en dus dIt!

Door naromy

Het verschil tussen cela en ceci

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
A=A en I=I

CelA = dAt
CecI = dIt

Door Jan

Ontwerpcyclus

Om de onderdelen van de ontwerpcyclus te onthouden, kun je gebruik maken van de zin
Anna Probeert Uw Feestjes Ruw Te Eindigen

A nalyseren/beschrijven
P rogramma van eisen opstellen
U itwerkingen bedenken
F ormuleren uitwerkingen
R ealiseren uitwerkingen
T esten
E valueren

Door Frédèrique

Richtingscoëfficiënt

De formule voor de r.c. is Verticaal/Horizontaal

Om dit te onthouden, kun je denken aan VerHip

V erticaal /
H orizontaal

Door Colin

Lakmoes papier

Als blauw lakmoes blauw blijft, is het een base. En als het verandert in rood is het een zuur. Wanneer rood lakmoes rood blijft, is het een zuur. En wanneer het verandert in blauw is het een base.
‘B’lauw lakmoes: ‘B’ase
‘R’ood lakmoes: Zuu’r’

Door Annelien

Causa

Causa = reden/oorzaak

Causa lijkt op because en in het Engels komt daarna een reden of een oorzaak

Door Cornelia

Trecho

Trecho = rennen

Een trechter kan niet rennen

Door Eline

Electromagnetisch spectrum

Geen
Rode
Uien
In
Mooie
Rokken

Door Pietje

Het verschil tussen maguis en garrigue

Maquis = zandgrond
Garrigue = kalkgrond

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan 
Mag = Zak

Door Patrick

Uitgangen futuro

De uitgangen van de futuro komen grotendeels overeen met de uitgangen van haber, van de preterito perfecto.

Ik heb gegeten: He comido

Ik zal eten: comeré

De uitgang is dus de ‘h’ weg en een accent erop. Dit geldt voor allemaal behalve hemos en habéis, die worden respectievelijk ‘emos’ en ‘éis’.

Door Matthijs

De volgorde van de ethanen

Met Een Poncho Blijft Peter Heel Hoog Ook Nog Droog

Methaan CH4
Ethaan C2H6
Propaan C3H8
Butaan C4H10
Pentaan C5H12
Hexaan C6H14
Heptaan C7H16
Octaan C8H18
Nonaan C9H20
Decaan C10H22

Door Pien

Muziekbegrippen

Deze kun je onthouden aan de hand van MoSTeRDVaK

M elodie
S amenklank
T empo
R itme
D ynamiek
V orm
K lankkleur

Door Raymond

Etelo

Etelo = ik wil

Ik wil eten

Door Lara

De verteringsvolgorde

Deze volgorde kun je onthouden door de zin
Koolmezen Eisen Vetbollen

K oolhydraten (in de mond)
E iwitten (in de maag)
V etten (in de 12vingerige darm)

Door Jesse

Dormire

Dormire = slapen

Wat doet Doornroosje? Slapen!

Door Fenna

2-atomige moleculen

Claartje fietst nooit in haar onderbroek, Pietje soms.

Claartje= Cl2 = Chloor.
Fietst = F2 = Fluor.
Nooit = N2 = Stikstof.
In = I2 = Jood.
Haar = H2 = Waterstof.
Onder= O2 = Zuurstof.
Broek = BR2 = Broom.
Pietje = P4 = Fosfor.
Soms = S8 = Zwavel.

Door Babita

Differentiëren

Bij het differentiëren gebruik je de productregel, die kun je onthouden door te denken aan DOOD

D ifferentiëren *
O verschrijven +
O verschrijven * Differentiëren

Door Max

Mollen en Kruizen voor de Cello

Kruizen:
Finnen BESchouwen EStlanders AS DESkundige GESchiedschrijvers CESar

Mollen:
Geef De Armen Een Bord FIS CIS

Door Gitta
Home
Alle items
Uploaden