Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

De zonen van Noach

Om de drie zonen van Noach te onthouden, kun je denken aan
Jam, Ham en Braadvet

Sem
Cham
Jafeth

Door Jaap

Zomer/wintertijd

Heel makkelijk te onthouden wanneer de zomer of winterijd ingaat.
Zomertijd gaat de klok naar voren, het is namelijk voorjaar. Als je daaraan denkt, dan weet je dat met de wintertijd de klok weer een uur terug moet.

Door Yvon

Aantal dagen in de maand

De knokkels van je hand helpen! De hoge knokkels staan voor 31 dagen, de lage voor 30 dagen (en in februari 28 of 29). Begin links op je hand bij de hoge knokkel (Januari), en ga zo maar door.

Door Tamara

Voorzetsels met de 3e naamval

Op deuntje van vader Jacob

aus bei mit nach
aus bei mit nach
Seit von zu
Seit von zu
Auber genüber
Auber genüber
Ent-ge-gen
Ent-ge-gen

Door Anoniem

Naamgeving alkaan/alkeen

Tel het aantal C-Tjes in de keten
1. Mama – methaan
2. En – ethaan
3. Papa – Propaan
4. Bestellen – Butaan
5. Pizza – Propaan
6. Hawaii – Hexaan

Door Niek

romeinse keizer

IN AUGUSTUS IS DE KEIZER GEBOREN
mr. augustus was de eerste keizer

Door jason

Ligamentum Hepatoduodenale

Om de drie belangrijke structuren te kunnen identificeren in het ligamentum hepatoduodenale, kun je denken aan Die Andere Vrouw

D uctus rechts
A rterie links
V ene achter

Door Imka

Verschil tussen kruis en mol

Een kruis staat bovenop een kerk dus die verhoogt de noot waarvoor hij staat.

Een mol zit onder de grond dus die verlaagt de noot waarvoor hij staat.

Door Anthony

Regarder

Regarder = kijken

Kijk in de garden

Door Cherèl

addere

addere = toevoegen

addere lijkt op het engelse woord “add”, dat toevoegen betekent.

Door Boaz

Het verschil tussen two en too

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan OO = OO en TW = TW

tOO = OOk
TWo = TWee

Door Mayra

La randonnée

La randonnée = trektoch

Tijdens een trektocht loop je langs een ravijn en val je over de rand, O NEE!

Door Marjolein

Suffer by

Suffer by = te lijden hebben van

Als je suf bent heb je hier veel van te lijden

Door Mirjam

Quinze, seize

Na quinze (15) komt seize (16) dat kun je onthouden door te denken aan

‘Ik ken ze,’ zei ze

Door Anthonia

Het verschil tussen emigratie en immigratie

Dit kun je onthouden door te denken aan
I=I en E=E

Immigratie = In Nederland
Emigratie = Eruit

Door Marieke

Piptein

Piptein = vallen

Als je valt, dan piep je

Door Mieke

Het verschil tussen genotype en fenotype

Dit verschil kun je onthouden door te denken aan

Genotype –> verandert niet, het zijn je genen
Fenotype –> verandert wel, het is je uiterlijk

Door Marijke

Gaudere

Gaudere —> guard
Guard—> bewaker

Als bewaker moet je wel blij zijn met je job

Door Len

cogitare

cogitare = nadenken

als je een kogel door je hoofd krijgt kan je niet meer nadenken.

Door lotte

Teller en Noemer

Als je moeite hebt met de quotientfunctie en dan welke ook alweer de noemer was en welke de teller:
de teller t(x) staat bovenaan, de Top dus t(x) Top
en zo volgt dat de noemer n(x) de onderste is.

Door Fenne

Voor het landen

Om te onthouden waar je aan moet denken voor een landing, kun je denken aan HARS

H oogte
A fstand
R ichting
S nelheid

Door Kim

Fessus

Fessus = vermoeid 

Na een feestje ben je vermoeid

Door Jolien

Conflictgedrag

Bij overspronggedrag, spring je wat totaal niet bij de situatie past.
Bij amBIvalent gedrag, om de beurt 1 van de 2 (BI is 2)
Bij omgericht gedrag, richt je je ineens op iets anders (agressie is duidelijk te herkennen maar gericht op iets anders)

Door Jasmijn

Kwik

Kwik = Hg

Hg — > Heel Giftig

Door Seb

Jecopa

Jecopa = oud

Je opa is oud

Door Manon

Oorzaken van milieuproblemen

Om drie oorzaken van milieuproblemen te onthouden, kun je denken aan de UVA (ook wel; Universiteit van Amsterdam)

U itputting
V ervuiling
A antasing

Door Tessa

ITCZ – hoge en lage luchtdruk

Hoog is droog.
In het hogedrukgebied is het droog en valt er weinig neerslag. In het lagedrukgebied valt er veel neerslag.

Tip: het ezelsbruggetje is om te onthouden. Schrijf op je toets niet: In het hogedrukgebied is het droog. Maar leg het proces uit!!

Door Annelien
Home
Alle items
Uploaden