
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
REI-regel
Vóór de uitgang van vrouwelijke woorden staat een RHO, EPSILON, of IOTA?
Dan kan er NOOIT een ÉTA achteraan komen. In plaats daarvan komt er altijd een ALFA.
eerste been traplopen
Bij een enkelzijde voet/been klachten
trap op;
je loopt naar de hemel, dus je zet eerst je goede (niet- aangedane) voet neer
trap af:
je loopt naar de hel, dus je zet eerste je slechten (aangedane) voet neer
Het verschil tussen suppelementair en complementair
Om te onthouden hoeveel graden je draait bij supplementair en complementair, kun je denken aan de hoeveelheid P’s in het woord
SuPPlementair –> 2 p’s –> 180 graden draaien
ComPlementair –> 1 p –> 90 graden draaien
Harde en zachte klanken
De harde ‘ch’ gebruik je bij de klinkers van AUtO.
De zachte ‘ch’ gebruik je bij de klinkers van EI.
Een auto is harder dan een ei.
4e naamval voorzetsels
Om de voorzetsels uit de 4e naamval te onthouden kun je zeggen:
Bier Uit Een Flesje Dood Geen Oudjes
Bis
Um
Entlang
Durch
Gegen
Ohne
Verzuiling Nederland
Je kunt de groepen van verzuiling onthouden door Papa Koopt Lange Sokken
P rotestants
K atholiek
L iberaal
S ocialist
De voorzetsels bij de akkusativ
De voorzetsels bij de akkusativ zijn te onthouden met de zin
Beer Doodt Geen Oudtjes En Fietst Uren
B is
D urch
G egen
O hne
E ntlang
F ur
U m
Patient
Patiënt betekent geduldig.
Als een patient in de wachtkamer op de dokter zit te wachten moet hij heel geduldig zijn.
De Cel
Om de onderdelen van een cel te onthouden, kun je denken aan de zin
Kim Circuleert Cellen Club.
K ern
C ytoplasma
C elmembraam
C hromosomen
De Tijdvakken
De tijdvakken kun je onthouden met de zin
Je Gaat Maar Snel Op Ramen Poepen Bij Witte Tantes
J agers en Boeren
G rieken en Romeinen
M onikken en Ridders
S teden en Staten
O ntdekkers en Hervormers
R egenten en Vorsten
P ruiken en Revoluties
B urgers en Stoommachines
W ereldoorlogen
T v en Computers
Onmiddellijk
Het woord ‘onmiddellijk’ juist schrijven kan je doen door te denken aan “Ik ga onmiDDeLLijk slapen”. Dit doe je met twee dekens en twee lakens.
De komma
Om te onthouden wat er met de komma gebeurt bij vermenigvuldigen en delen, kun je denken aan
R = R en L = L
KeeR = Komma naar Rechts
DeLen = Komma naar Links
De landschapzones
Paarse Bloemen Groeien Samen Aan Tulpen
Polaire zone , Boreale zone , Gematigde zone , Subtropische zone , Aride zone , Tropisch zone
De snaren van een cello
Om te weten wat voor snaren een cello heeft
Achter De Grote Cello
A -snaar
D -snaar
G -snaar
C -snaar
Bruine Boon
De onderdelen van een bruine boon kun je onthouden met HaNaPoZa
Ha rtvormig bultje
Na vel
Po ortje
Za adhuid
Type verdiensten
De type verdiensten kun je onthouden met het acroniem KANO
K apitaal –> Rente
A rbeid –> Loon of salaris
N atuur –> Pacht of huur
O mzet –> Winst
Regeringsvormen
De verschillende regeringsvormen kun je onthouden aan de hand van DADA
D emocratie
A bsolutisme
D ictatuur
A ristocratie
De delen van de pharynx
De pharynx bestaat uit 3 delen (van boven naar beneden):
-De nasopharynx (bij de neusholte)
-De oropharynx (bij de mondholte dus oraal)
-De hypopharynx (hypo=laag dus dit deel ligt het laagst).
Lagen in de Romeinse Samenleving
Om de lagen in de Romeinse Samenleving te onthouden, kun je denken aan PSP
P lebejers
S laven
P atriciërs
Kleuren in het Engels
Hanne Tintelt Tot S’morgens
H=hue
T=tint
T=tones
S=shadow
Hue is the pure kleur
Tint is hue plus wit
Tones is hue plus grijs
Shadow is hue plus zwart
Diverse Griekse woordjes
Dendron = boom > dendrologie
Petra = rots > Petra (stad in Jordanië)
Proton = eerst > prototype
Aei = altijd > altijd fonetisch = ˈɑltɛit, oftewel ˈ A lt E I t
Bios = leven > biologie
Thèrion = dier > thèr lijkt op dier
Nun = nu > dat is nun zonder n
Dolos = bedorg > een doolhof is bedrog
Thronos = troon > thron is troon zonder o
Oun (spreek uit: oen) = dus > ik weet hem niet DUS ben ik een oen
Doru = lans > een lans gaat DOOR je heen
Mètèr = moeder > mètèr lijkt op moeder
Monon = alleen (maar) > Engels: monotonous = eentonig ALLEEN MAAR dingen van één soort
Pragma = gebeurtenis > een SPRAAKMAkende gebeurtenis
Pur = vuur > lijkt op vuur
Phòs = licht > genetivus = phòtos een vroeger was er bij een foto belichting nodig
