
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Uiteenzetting
Om te onthouden wat een uiteenzetting is, kun je denken aan UIT = UIT
UITeenzetting = UITleg
Het verschil tussen Flora en Fauna
Om het onderscheid te onthouden, kun je denken aan
L = L
FLora = pLanten
Fauna = dieren
Quinze, seize
Na quinze (15) komt seize (16) dat kun je onthouden door te denken aan
‘Ik ken ze,’ zei ze
De Nederlandse tijdperken
Om de Nederlandse tijdperken te onthouden, kun je denken aan de zin
Sam Koopt Brood In De Bakker
S teentijd
K opertijd
B ronstijd
IJ zertijd
Ambulare
Ambulare = wandelen
Vroeger werd de brancard van de AMBULANCE al WANDELEND gedragen
Nescire
Nescire = niet weten
Wanneer je Nescafé voor het eerst ziet, weet je niet wat erin zit
Franse zinsopbouw
Voor het opbouwen van een franse zin, kun je dit aanhouden
Bange Ogen Gaan Langer Mee B.
B ijwoordelijke
bepaling
O nderwerp
G ezegde
L ijdend voorwerp
M eewerkend voorwerp,
B ijwoordelijke bepaling
Misceo
Misceo = mengen
Als je de s en c verwisselt krijg je micseo -> mix(eo) -> mengen. Misceo betekent mengen
Berg of dalparabool
Als er een – voor de x staat, is het negatief dus 🙁 berg
Als er een plus staat is het positief dus 🙂 dal
Ne plus
Ne plus betekent niet meer
Je hebt geen paraplu meer nodigt als het niet meer regent
Het verschil tussen Bruto en Netto
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
BRUTO –> de belasting e.d. gaat op BRUTE wijze van je loon af
NETTO –> je houdt nog NET wat over
Kleuren in het Engels
Hanne Tintelt Tot S’morgens
H=hue
T=tint
T=tones
S=shadow
Hue is the pure kleur
Tint is hue plus wit
Tones is hue plus grijs
Shadow is hue plus zwart
Landschappen
Om de landschappen te onthouden, kun je deze zin gebruiken
Zonder Landschappen Zal De Rest Vergaan
Z andlandschap
L össlandschap
Z eekleilandschap
R ivierkleilandschap
V eenlandschap
He/she/it-regel
Om te onthouden welke persoonlijke voornaamwoorden een -S op het eind krijgen, kun je denken aan SHIT
S he
H e
IT
Tekstverbanden
Om de tekstverbanden te onthouden kun je gebruik maken van het acroniem CCORVOT
C oncluderend
C hronologisch
O psommend
R edengevend
V ergelijkend
O orzakelijk
T egenstellend
Cultuurverspreiding
De kenmerken van cultuurverspreiding kunnen worden onthouden met de zin
Mijn Tante Maakt Hopjesvla
M igratie
T ante
M edia
H andel
Kunststijlen na 1400
Om deze te onthouden, kun je denken aan de zin
Rick Moet Bart Ross Noemen Soms
R enaissance
M aniërisme
B arok
R ococo
N eo-classicisme
S ymbolisme
Het verschil tussen omnivoor, carnivoor en herbivoor
Om dit te onthouden kun je denken aan het Latijn, waar het vandaan komt
Carne = vlees –> carnivoor = vleeseter
Herba = plant –> herbivoor = planteneten
Omni = alles –> omnivoor = alleseter
Reactiesnelheid
Om te onthouden waar de reactiesnelheid allemaal van afhangt, kun je denken aan de zin
Snelle Scholieren Concentreren zich Veel Te Kort
S oort stof
C oncentratie
V erdelingsgraad
T emperatuur
K atalysator
De snaren van een cello
Om te weten wat voor snaren een cello heeft
Achter De Grote Cello
A -snaar
D -snaar
G -snaar
C -snaar
Theater
We hebben het over theater als er sprake is van:
SAP
Speelplek, Acteurs en Publiek
Formele brief
Alle dingen waar je op moet letten als je een formele brief schrijft, kun je onthouden door de zin
Alle Paarden Doen Gek Als Sinterklaas Opkomt
A fzender
P laats en Datum
G eadresseerde
A anhef
S lot
O ndertekening
Het verschil tussen ubi en ibi
Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee
U bi = W aar
I bi = D aar
Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat
Ubi? Ibi!
