Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Scheidingsmethodes

Bas en Anne Eten Friet In Amsterdam
Bezinken en Afgieten.
Extraheren.
Filtreren.
Indampen.
Afschenken.

Door Lisanne

Wet van Ohm

“UIER” (van een koe).
U = I . R
spanning is stroom maal weerstand.

Door Digi

Frontidzein

Frontidzein = nadenken

Wanneer je nadenkt, begin je te fronsen

Door Caitlin

Categorize organism

KiPCOFGeSp

Kingdom
Phylum
Class
Order
Family
Genus
Species

Binomial system Linnaeus

Door Claudia

van km tot mm

Kan Hij Dan Melk Door Cacao Mixen
km hm dam m dm cm mm

Door Bien

Tandum

Tandum = eindelijk

Eindelijk zijn mijn tanden er uit

Door nathalie

Zelfstandig naamwoorden zijn namen voor….

Gemedipladi:
GeMeDiPlaDi
Gevoelens (woede, onrust etc.)
Mensen (broer, Truus)
Dieren (paling, otter)
Planten (roos, eikenboom)
Dingen (tafel, handdoeken)

Door Annemarie

De oorzaken van WO II

De oorzaken van WO2 kun je onthouden met BEMIN

B ondgenootschappen

E conomische machtsstrijd

M ilitarisme

I mperialisme

N ationalisme

Door Marieke

Ludo

Ludo = ik speel

Ik speel met Ludo

Door Sander

De Unie van Utrecht

Om de provincies die in de Unie van Utrecht zaten, te onthouden, kun je denken aan de zin
HUGO de GROot Zat Vast

H olland
U trecht
G elderland
O verijssel
GRO ningen
V riesland (!)

Door Sven

De fasen van een cel

De fasen die een celcyclus doorloopt, kun je onthouden met de zin
In Parijs Poepen Mensen Altijd Telefonerend

I nterfase
P rofase
P rometafase
M etafase
A nafase
T elofase

Door Jaap

Tegere

Tegere = bedekken

De tegels bedekken de straat

Door Manon

Windrichtingen

nooit opstaan zonder wekker

N=nooit=Noord
O=opstaan = Oost
Z=zonder = Zuid
W= wekker=Westen

Door Anoniem

Sterke werkwoordsvervoegingen

Engelse sterke werkwoorden worden meestal vervoegd via de Miauw-regel

IAU

Voorbeeld: To drink, drank, drunk

Door Lisanne

Speudo

Speudo = ik haast me

Met een speedo aan, kun je je altijd haasten

Door Martine

BrINClHOF

Alle elementen die uit twee identieke atomen bestaan.

BrINClHOF =

Br : Broom
I : Jood
N : Stikstof
Cl : Chloor
H : Waterstof
O : Zuurstof
F : Fluor

De formules zijn: Br2 ; I2 ; N2 ; Cl2 ; H2 ; O2 ; F2 .

Door Hester

Woorden in de passé composé

Om de woorden die in de passé composé met être gaan, te onthouden, kun je gebruik maken van het acroniem DAMPERSVAT

D escendre
A ller
M onter
P artir
E ntrer
R ester
S ortir
V enir
R etourner
A rriver

Door Charlotte

Het proces van ontkiemen

Dit proces kun je onthouden met de zin
Wat Zullen We Stelen, Bas?

W ater wordt opgenomen
Z aadhuid barst open
W ortel komt naar buiten
S tengel komt naar buiten
B laadjes komen naar buiten

Door Anoniem

plaats een tijd in een zin

de P van Plaats komt voor de T van Tijd in het alfabet

Door Line

Kleuren van de regenboog

Om de kleuren te onthouden, kun je denken aan de zin
Ridder Overwint Gevaarlijk Gevecht, Blinkend In Victorie Ridder

R ood
O ranje
G eel
G roen
B lauw
I ndigo
V iolet

Door Bob

‘avoir’ geen gevaar / ‘etre’ oplette(n)

Als in het Frans bij de voltooide tijd het hulpwerkwoord ‘avoir’ is, verandert het voltooid deelwoord niet. Bij ‘etre’ wel.

Vb:
(avoir) Elle a mangé
(être) Elle est rentrée

Door Else

Hydrofobe vitamines

Om te onthouden welke vitamines hydrofoob zijn, kun je denken aan de zin
Hydrofobe vitamines blijven liever op de KADE

Vitamines K, A, D en E zijn niet wateroplosbaar (hydrofoob).
Hiermee houd je B en C over als wateroplosbare vitamines (hydrofiel).

Door Gudo

Containerpolitiek

Zie het communisme als een container. de container mag niet groter worden dan dat t al is

Door Sander

Belgische vlag

Om de kleuren van de Belgische vlag te onthouden, van links naar rechts, kun je denken aan
ZWAGER

ZWA rt
GE el
R ood

Door Marie

Baltische staten en hoofdsteden

De Baltische staten zijn van boven naar beneden
EsLeLi (of: eslelie)

Es tland
Le tland
Li touwen

Zo zijn de hoofdsteden:
TaRiVi
Ta linn
Ri ga
Vi lnius

Door Wouter

Teller en Noemer

Als je moeite hebt met de quotientfunctie en dan welke ook alweer de noemer was en welke de teller:
de teller t(x) staat bovenaan, de Top dus t(x) Top
en zo volgt dat de noemer n(x) de onderste is.

Door Fenne

Factoren van 5 vermenigvuldigen

Om 25×25 gemakkelijk te berekenen, kun je dit trucje gebruiken.
20×30 = 600 + 5×5= 25, dus 25×25 = 625
Dit werkt bij alle factoren van 5

Bijvoorbeeld;
75×75 = 5625 –>  70×80= 5600 + 5×5=25 –> 5625

Door Anne Heleen
Home
Alle items
Uploaden