
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Blauwe en Witte Nijl
Het verschil tussen de witte en de blauwe Nijl kun je uit elkaar houden door de L in blauw
Dit is ook de L van Links
Voorafgaand aan EHBO
Om te onthouden wat er moet gebeuren, voordat EHBO wordt toegepast, kun je gebruik maken van ONWEL
O p gevaar letten
N agaan wat er gebeurd is
W elbevinden van het slachtoffer
E xterne hulp waarschuwen
L aat het slachtoffer waar het is
cogitare
cogitare = nadenken
als je een kogel door je hoofd krijgt kan je niet meer nadenken.
De onderdelen van een plant
De onderdelen van een plant kunnen onthouden worden met BELKO
B ladoksel
E indknop
L id
K noop
O kselknop
Lagen epidermis
Stratum …
Come (corneum)
Lets (lucidum)
Get (granulosum)
Sun (spinosum)
Burned (basale)
De voorzetsels bij Der
De voorzetsels die met Der samengaan, kun je onthouden door het acroniem DJ WAMS
D ies –> deze
J ed –> iedere, menig
W elch –> welke
A ll –> alle(s), iedereen
M anch –> sommige, menig
S olch –> zulke
Aminozuren
De populaire ongeladen aminozuren kunnen onthouden worden met de zin
Quinten Checkt Soms Youtube Na Tennis
Q Glutamine (Gln; Q)
C ysteïne (Cys; C)
S erine (Ser; S)
Y Tyrosine (Tyr; Y)
N Asparagine (Asn; N)
T hreonine (Thr; T)
BrINClHOF
Alle elementen die uit twee identieke atomen bestaan.
BrINClHOF =
Br : Broom
I : Jood
N : Stikstof
Cl : Chloor
H : Waterstof
O : Zuurstof
F : Fluor
De formules zijn: Br2 ; I2 ; N2 ; Cl2 ; H2 ; O2 ; F2 .
waiter =ober
-Wait betekent wacht. En meestal moet je lang wachten voor ze iets komen brengen van eten of drinken dus waiter betekent ober
– je kan ook denken aan water waiter als de ober water komt brengen
De schalen
Om de verschillende schalen op een kaart te onthouden, kun je denken aan de zin
Loop Recht Naar C Man
L okale schaal
R egionale schaal
N ationale schaal
C ontinentale schaal
M ondiale schaal
De reine intervallen
Om de reine intervallen te onthouden, kun je denken aan POKK
P rime
O ctaaf
K wart
K wint
Motorrijbewijs
Om te onthouden welke controlepunten je aan je examinator dient op te noemen, kun je denken aan BROVAK
B anden en brandstof
R emmen
O lie
V ering en verlichting
A ccu
K etting en koeling
Aantal dagen in de maand
De knokkels van je hand helpen! De hoge knokkels staan voor 31 dagen, de lage voor 30 dagen (en in februari 28 of 29). Begin links op je hand bij de hoge knokkel (Januari), en ga zo maar door.
Ne plus
Ne plus betekent niet meer
Je hebt geen paraplu meer nodigt als het niet meer regent
Kopzenuwen
Om de kopzenuwen te onthouden, kun je denken aan de zin
Op Ons Oude TuinTerras Aaide Frieda Achter Glas Vele Afgematte Ramen
O lfactorius
O pticus
O culomotorius
T rochlearis
T rigeminus
A bducens
F acialis
V estibulocochlearis (anatomische aanduiding)
G lossopharyngeus
V agus
A ccessorius
H ypoglossus
Vraag- en aanbodlijn
De vraaglijn loopt altijd naar beneden, net als het eerste streepje van de V. Het wordt dus zo’n lijn: .
De aanbodlijn loopt juist naar boven, net als het eerste streepje van de A. De lijn ziet er dus zo uit: /.
Het verschil tussen suspensie en emulsie
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan S = S en L = L
Suspensie = vloeistof + vaste stof –> Solid
EmuLsie = vloeistof + vloistof –> Liquid
Pv zoeken
Waar beginnen we mee? Met de Pv en die komt met de TGV(Tijdproef, Getalproef, Vraagproef), ja of nee? (vraagproef met een ja/nee-vraag!!).
De geologische afzettingen
Om de afzettingen te onthouden, kun je denken aan de zin
Flessen Eten Geen Moorkop
F luviatiele afzetting (rivier)
E ologische afzetting (wind)
G laciale afzetting (ijs)
M aritieme afzetting (zee)
Onmiddellijk
Het woord ‘onmiddellijk’ juist schrijven kan je doen door te denken aan “Ik ga onmiDDeLLijk slapen”. Dit doe je met twee dekens en twee lakens.
Het verschil tussen theta, phi en psi
Om het verschil tussen deze drie te onthouden, kun je denken aan
De psi is een drietand van Poseidoen
De phi dat is een rondje met de I erin
Degene met een liggend streepje is dan de theta
Pensioenstelsels
Omslagstelsel = je maakt een omslag van de werkenden naar de pensioengerechtigden.
Kapitaaldekkingsstelsel = met eigen kapitaal zorg je voor je eigen pensioen.
