
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
De beginsels van kunststoffen
Deze kun je onthouden met de volgende zin
Met Een Paraplu Blijft Pino Heel Hoog Ook Nog Droog
M eth
E th
P rop
B ut
P ent
H ex
H ept
O ct
N on
D ec
Omzetberekening
Om te onthouden wat de berekening voor omzet is, kun je denken aan OPA
O mzet =
P rijs x
A fzet
Draaien
Wanneer je iets open/los of dicht/vast moet draaien.
DROL:
D: Dicht
R: Rechts
O:Open
L: Links
Rivieren in midden-Nederland
De drie rivieren in het midden van het land, kun je van boven naar beneden onthouden met
LuiWamMes
L ek
W aal
M aas
Cirkel: omtrek of oppervlakte?
De omtrek is 2 x pi x r
De oppervlakte is pi x r²
Als er 1 r in voor komt, is het dus in meters en dus lengte. Als er r² in voor komt, is het vierkante meters, dus oppervlakte!
Ooster- en westerschelde
Als je met je neus naar de Noordzee staat, zie je in het Oosten de Oosterschelde en in het Westen de Westerschelde
Een grote beer die fietst op de lijnen
Een Grote Beer Die Fietst
E-en
G-rote
B-eer
D-ie
F-ietst
Let op! het is op de lijnen en het is vanaf onder
Devenir
Devenir lijkt op denver (la casa de papel) die is heel knap dus ik ga denver zijn vriendin WORDEN
devenir = worden
De hooggebergtes van Amerika
Deze kun je onthouden aan de hand van GAS RoC
G rote Bekken
A ppalachen
S ierra nevada
R ocky mountains
C ascade gebergte
klok tijden a.m. en p.m.
Als je wilt onthouden wat a.m en p.m is dan denk je aan het alfabet de a zit eerder dan de p in het alfabet dus is a in de ochtend want de ochtend is altijd eerder.
Domeinen van de geschiedenis
Om deze vier domeinen te onthouden, kun je denken aan PESC
P olitiek
E conomisch
S ociaal
C ultuur
Ontleden van een zin
Voor het ontleden van zinnen:
Piet Gaat Zeilen Op Lange Malle Boot.
Piet = persoonsvorm (eerste werkwoord)
Gaat = gezegde (alle werkwoorden in de zin)
Zeilen = zinsdelen
Op = onderwerp (wie/wat + persoonsvorm = onderwerp)
Lange = lijdend voorwerp (wat/wie + persoonsvorm + onderwerp = lijdend voorwerp)
Malle = meewerkend voorwerp (aan wie/voor wie + persoonsvorm + onderwerp + lijdend voorwerp = meewerkend voorwerp)
Boot = niks ;p gewoon om makkelijk te onthouden!
Werkwoorden bij de derde naamval
De werkwoorden die met de derde naamval gaan, kun je onthouden met de zin
Gelieve Geen Grote Kado’s Geven Hartelijk Dank
G lauben
G ehören
G ratulieren
H elfen
D anken
Fasering projectmanagement
Initiatief, Definitie, Ontwerp, Voorbereiding, Realisatie, Nazorg.
IDOVRN
Ik Deel Onze Verse Rookworst Niet
Verbranding bij de mens en de kaars
Om de verbranding bij de mens te onthouden, kun je denken aan de zin
Goed, Zei Winston Koning Eergisteren
G lucose
Z uurstof
W ater
K oolstofdioxide
E nergie
Om de verbranding bij een kaars te onthouden, kun je denken aan de zin
Kopen! Zei Winston Koning Eergisteren
K aarsvet
Z uurstof
W ater
K oolstofdioxide
E nergie
De nieuwe economische politiek
De Nieuwe Economische Politiek was een korte pauze voor de boeren. Zij konden nu opgelucht ademhalen. Om dat te onthouden kun je denken aan
Nu Even Pauze (NEP)
Invloeden bij zwangerschap
Om de onthouden welke slechte invloeden bij zwangerschap een rol kunnen spelen, kun je denken aan de zin
Rex Dook Achter Mijn Zetel
R oken
D rugs
A chter
M edicijnen
Z iekten
Oost-Europa
Enkele Oost-Europese landen kunnen onthouden worden met de zin
Slaan Om Te Slaan Heel Raar
S lovenië
O ostenrijk
T sjechië
S lowakije
H ongarije
R oemenië
Het verschil tussen een kameel en een dromedaris
Om dit verschil te onthouden, kun je naar de lettergrepen kijken
Kameel (2) –> 2 bulten
Dromedaris (4) –> 1 bult
Op de pot met An
Optativus potentialis komt met AN
Dus als je een optativus met An staat weet je meteen dat het de potentialis is
De meren van de VS
Om de vijf grote meren van de VS te onthouden, kun je denken aan HOMES
H uron
O ntario
M ichigan
E rie
S uperior
Het verschil tussen Accusativus en Dativus
ACC = LV, DAT = MV
A lle: L euke V rienden
D oen: M ee V andaag
Vraag- en aanbodlijn
De vraaglijn loopt altijd naar beneden, net als het eerste streepje van de V. Het wordt dus zo’n lijn: .
De aanbodlijn loopt juist naar boven, net als het eerste streepje van de A. De lijn ziet er dus zo uit: /.
