
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Het verschil tussen spoel en capaciteit
Om het verschil tussen de spoel en de capaciteit te onthouden, kun je denken aan het acroniem
LEI CIE
L Spoel
E Spanning eerst dan
I Stroom
C apaciteiet
I Stroom eerst dan
E Spanning
Organische elementen
Om alle belangrijke elementen te onthouden die er in de organische elementen zitten, kun je denken aan SPONCH
S zwavel
P fosfor
O zuurstof
N stikstof
Hoofdelementen
C koolstof
H waterstof
Kwartaal
Een kwartaal is 1/4 van een jaar. Om het makkelijk te onthouden kun je aan een klok denken. Eén kwartier is één kwartaal.
Ordening biologie
Rijke (1) Spanjaarden (2) Krijgen (3) Op (4) Familiefeesten (5) Grote (6) Stukken (7) Rosbief (8)
1. Rijken
2. Stammen
3.Klassen
4. Orde
5. Familie
6. Geslacht
7. Soort
8. Ras
leerjaar 1 – biologie voor jou VWO
Amsterdamse grachten
Om de volgorde van de grachten van Amsterdam te onthouden, kun je denken aan de zin
Prinsen Kopen Heren Schoenen
P rinsengracht
K eizersgracht
H erengracht
S ingel
Proces in histologisch lab
Pas Als U Iets Snijdt Kan Controle Plaatsvinden;
Postkamer
Administratie
Uitsnijkamer
Inbedruimte
Snijruimte
Kleurruimte
Controle
Patholoog
Tafel dekken
Wanneer je de uiteinden van je wijsvinger en duim naar elkaar toe brengt, ontstaat er bij je linkerhand een ‘b’ en bij je rechterhand een ‘d’. Zo kun je bij het tafeldekken onthouden aan welke kant van het bord het brood en aan welke kant de drank hoort te staan volgens de etiquette.
Kleuren in het Engels
Hanne Tintelt Tot S’morgens
H=hue
T=tint
T=tones
S=shadow
Hue is the pure kleur
Tint is hue plus wit
Tones is hue plus grijs
Shadow is hue plus zwart
De Latijnse uitgangen
Om de Latijnse uitgangen te onthouden, kun je denken aan
OSTMUSTISNT
-o
-s
-t
-mus
-tis
-nt
Ventraal – Dorsaal
Ventraal = Van Voren
Dorsaal = Dan De Dikbil
(dus de buikzijde /rugzijde)
Zeeuwse wateren
Om de Zeeuwse wateren te onthouden, gebruik ik altijd het volgende: Hartelijk Gefeliciteerd Oud Wijf
HGOW = Haringvliet Grevelingen Oosterschelde Westerschelde (van boven naar beneden op de kaart)
Tafel van 9
Heb je moeite met de tafel van 9? Hierna niet meer!
Zet aan de linkerkant de cijfers 0 t/m 9 en aan de rechterkant de cijfers 9 t/m 0…
09
18
27
36
45
54
63
72
81
90
Euriskei
Euriskei = hij vindt
Het woord lijkt op eureka. Als je iets hebt gevonden roep je eureka!
De snaren van een ukulele
Om de snaren van een ukulele te onthouden, kun je denken aan
Gekke Cavia’s Eten Aardappelen
G – C – E – A
Tekststructuren
De verschillende structuren kun je onthouden aan de hand van HOPOV
H andelingsstructuur
O nderzoeksstructuur
P robleemstructuur
O piniestructuur
V ergelijkingsstructuur
indelen van groepen
je hoeft allen het zinnetje te onthouden
De Rijkste Stammen Komen Ook Fietsend
Geld Strooien
D omeinen
R ijken
S tammen
K lassen
O rden
F amilies
G eslachten
S oorten
Voorzetsels met vierde naamval
Sommige voorzetsels hebben automatisch de vierde naamval bij zich. Deze voorzetsels zijn te onthouden met het ezelsbruggetje DOFEGUB (doof visje):
D urch
O hne
F ür
E ntlang
G egen
U m
B is
Deze zin werkt ook:
De Feestelijke Ober Uit Griekenland Eet Bananen.
auto
weet je niet welke klinkers een umlaut krijgt?
alle klinkers in AUTO krijgen een umlaut(ä)
Chemische voorvoegsels
Om de chemische voorvoegsels te onthouden, kun je gebruik maken van
DTT is een PECHHOND
D i (2)
T ri (3)
T etra (4)
P enta (5)
H exa (6)
H epta (7)
O cta (8)
N ona (9)
D eca (10)
Uitgangen futuro
De uitgangen van de futuro komen grotendeels overeen met de uitgangen van haber, van de preterito perfecto.
Ik heb gegeten: He comido
Ik zal eten: comeré
De uitgang is dus de ‘h’ weg en een accent erop. Dit geldt voor allemaal behalve hemos en habéis, die worden respectievelijk ‘emos’ en ‘éis’.
Uitgangen van Duitse werkwoorden (tegenwoordige tijd)
De uitgangen van Duitse regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd vormen samen het woord (fe)esttenten:
(ich) wohn e
(du) wohn st
(er) wohn t
(wir) wohn en
(ihr) wohn t
(sie) wohn en
Het verschil tussen two en too
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan OO = OO en TW = TW
tOO = OOk
TWo = TWee
Werkwoorden bij de derde naamval
De werkwoorden die met de derde naamval gaan, kun je onthouden met de zin
Gelieve Geen Grote Kado’s Geven Hartelijk Dank
G lauben
G ehören
G ratulieren
H elfen
D anken
Bulgarije – Sofia
Om het land Bulgarije met de hoofdstad Sofia te onthouden
In Bulgarije wonen een “boel” meisjes en die heten allemaal Sofia.
