Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Nonnulli

Nonnulli = enige

Non nulli –> niet nul, daarom: enige

Door Anoniem

Nederlandse synoniemen

Om deze Nederlandse synoniemen te onthouden, kun je naar delen van het woord kijken

DesoLAAT = verLAAT
DespeRAAT = RADeloos
DeVOOT = VrOOm

Door Suzanne

obstare = in de weg staan

stare is latijn voor staan. Ob lijkt op op. Obstare kan je dus ook zien als opstaan.

Kan je opstaan? Je staat in de weg!

Door Jootje

De route van ademhalen

Niet
Met
Kleine
Saaie
Luiaards
Biologie
Leren

N eusholte
M ondholte |
K eelholte

S trottenhoofd

L uchtpijp

B ronchiën

L ongblaasjes 

Door Lottie

Het verschil tussen specificiteit en sensitiviteit

Om dit verschil te onthouden kun je denken aan SPinSNuit

S pecificiteit –> I nsluiten
S ensitiviteit –> U itsluiten

Door Kim

Ambulare

Ambulare = wandelen

Als mensen tijdens het wandelen vallen, moet er een ambulance komen

Door Amee

Via

Via = weg, straat

Via die weg of die straat kom je thuis

Door Anoniem

De geologische afzettingen

Om de afzettingen te onthouden, kun je denken aan de zin 
Flessen Eten Geen Moorkop

F luviatiele afzetting (rivier)
E ologische afzetting (wind)
G laciale afzetting (ijs)
M aritieme afzetting (zee)

Door Sanne

Het verschil tussen suspensie en emulsie

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan S = S en L = L

Suspensie = vloeistof + vaste stof –> Solid
EmuLsie = vloeistof + vloistof –> Liquid

Door Wybe

Postquam

Postquam = daarna

Daarna kwam de post

Door Colleen

De IJstijden

Om de volgorde van de ijstijden te onthouden, kun je denken aan het acroniem WESHP

W eichselien –> Geen ijstijd
E emien –> IJstijd
S aalien –> Geen ijStijd
H olosteinien –> IJstijd
H oloceen –> Geen ijstijd
P leistoceen –> IJstijd

Door E

Kruisbanden

Om de kruisbanden te onthouden, kun je denken aan LAMP

Voorste kruisband
L ateraal naar
A nterior
Achterste kruisband
M ediaal naar
P osterior

Door Martha

Pride

Pride = trots

TIjdens de gay pride wordt de trots van de LGBT-community gevierd

Door Daantje

Ferme

Ferme = dichtdoen, sluiten

Als je de deur dicht gooit dan doe je dat met een ferme slag

Door Zoë

Graan soorten

Deze kun je onthouden met de zin
Hans Gaat Truusje Roepen

H aver
G erst
T arwe
R ogge

Door Zoë

Avoir

Een soort liedje

Met je een ai
Met tu een as
Met il een a
En elle a
Ook een a met on
Nous is apart avons
Vous is een avez
Ils elles (h)ont

Door Michelle

Das Märchen

das Märchen = het sprookje

Das Märchen lijkt op das Mädchen (het meisje).  In (bijna) elk sprookje komt wel een meisje/vrouw voor.

Door Myrthe

Het verschil tussen AM en PM (Latijn)

Anti Meridiem (voor de noen) –> AM –> Vóór 12 uur ’s middags
Post Meridiem (na de noen) –> PM –> Ná 12 uur ’s middags

Door Risa

Trappen van vergelijking

Als je een woord met twee of meer lettergrepen tegenkomt en het bevat een van de uitgangen van LE|ER|OW|Y|SOME dan zijn de uitgangen bij de vergelijkende en overtreffende trap gewoon -er, -est.

Voorbeelden:
-ow: yellow-yellower-yellowest
-le: simple-simpler-simplest
-er: clever-cleverer-cleverest
-some: handsome-handsomer-handsomest
-y: happy-happier-happiest (let op y wordt i)

Door Chantal

eerste been traplopen

Bij een enkelzijde voet/been klachten
trap op;
je loopt naar de hemel, dus je zet eerst je goede (niet- aangedane) voet neer
trap af:
je loopt naar de hel, dus je zet eerste je slechten (aangedane) voet neer

Door Esmée

Het nationale spaarsaldo

Om de formule van het nationale spaarsaldo te onthouden, kun je denken aan
SIEBOEI

(SI)+(BO)=(E-I)

S paarsaldo
I nvesteringen
B elasting
O verheidsbesteding
E xport
I mport

Door Amke

Commissaris

Bij de commissaris zijn 2 mannen en 2 smerissen. 

De 2 mannen = mm
De 2 smerrisen = ss

Door karlijn

Present en Past Perfect

De voorzetsels die met de Present Perfect gaan, kun je onthouden door te denken aan
FYNE JAS

F or
Y et
N ever
E ver

J ust
A lready
S ince

De voorzetsels die met de Past Simple gaan, kun je onthouden door te denken aan
LADY

L ast
A go
D atum
Y esterday

Door joelle

Kalupto

Kalupto = bedekken

Als je kaal bent, wil je je hoofd bedekken

Door Ingrid

Een grote beer die fietst op de lijnen

Een Grote Beer Die Fietst

E-en
G-rote
B-eer
D-ie
F-ietst

Let op! het is op de lijnen en het is vanaf onder

Door Hugo

Ontleden van een zin

Voor het ontleden van zinnen:

Piet Gaat Zeilen Op Lange Malle Boot.

Piet = persoonsvorm (eerste werkwoord)

Gaat = gezegde (alle werkwoorden in de zin)

Zeilen = zinsdelen

Op = onderwerp (wie/wat + persoonsvorm = onderwerp)

Lange = lijdend voorwerp (wat/wie + persoonsvorm + onderwerp = lijdend voorwerp)

Malle = meewerkend voorwerp (aan wie/voor wie + persoonsvorm + onderwerp + lijdend voorwerp = meewerkend voorwerp)

Boot = niks ;p gewoon om makkelijk te onthouden!

Door Marit

lagen van de atmosfeer

Tom Stopt Met Inne’s Ex.
Troposfeer
Stratosfeer
Mesosfeer
Ionosfeer
EXosfeer

Door Ewoud
Home
Alle items
Uploaden