
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Zelfstandig naamwoorden zijn namen voor….
Gemedipladi:
GeMeDiPlaDi
Gevoelens (woede, onrust etc.)
Mensen (broer, Truus)
Dieren (paling, otter)
Planten (roos, eikenboom)
Dingen (tafel, handdoeken)
De functies van een haven
Om deze functies te onthouden, kun je denken aan HOODTI
H andel
O versla
O pslag
D iensten
T ransport
I ndustrie
De volgorde van de darmen
Om de volgorde van de darmen te onthouden, kun je denken aan de zin
Maar Daar Danst Bart Met Angela
M aag
D unne darm
D ikke darm
B linde darm
A ppendix
Politieke partijen
Om de politieke partijen, van links naar rechts, te onthouden, kun je denken aan de zin
School Geeft Prul-Paarden Door Chocola. Chocolade Van Snack Perfect
S p
G roenlinks
P vdd
P vda
D 66
C hristenunie
C da
V vd
S gp
P vv
De carpale botten
Om de acht carpale botten te onthouden, kun je denken aan
Sam Likes To Push The Toy Car Hard
Proximaal van duim naar pink
S caphoid
L unate
T riquetrum
P isiforme
Distaal van duim naar pink
T rapezium
T rapezoid
C apitate
H amat
De oorzaken van splenomegalie
Deze kunnen onthouden worden aan de hand van SPLENO
S ekwestreren van erytrocyten bij hemolytische anemieën
P roliferatie secundair aan een acute of chronische ontsteking:
•acuut: sepsis, bacteriële endocarditis, tyfus, mononucleosis infectiosa, hepatitis;
•chronisch: brucellose, tuberculose, lues, malaria, leishmania, schistosomiasis,syndroom van Felty bij reumatoïde artritis, sle
L ipide-depositie of andere stapelingsziekten (ziekte van Gaucher, hemochromatose,amyloïdose, ziekte van Niemann-Pick)
E igenschappen sinds geboorte aanwezig (milt-hemangiomen, hamartomen, cysten)
N iNvasie door granulomen of hematologische maligniteiten.
O Ophoping van bloed:
•milttrauma;
•portale hypertensie (levercirrose, hartfalen, portale of miltvenetrombose).
Lijdend voorwerp
Stel de volgende vraag:
Wat kan ik (pv +wwg)? = LV
Voorbeeld:
Mijn vader wast de auto
Wat kan ik wassen? De auto = lv
De bakker weegt de koekjes af.
Wat kan ik afwegen? De koekjes = lv
Het verschil tussen biceps & triceps
Het verschil tussen biceps en triceps kun je onthouden door
B=B en TR=TR
Bicep = Buigspier
TRicep = TRekspier
Organische stoffen
Deze kun je onthouden met het acroniem KaPSaLoN
K oolstofverbindingen
S achariden
L ipiden
P roteïnen
N ucleïnezuren
Het verschil tussen omnivoor, carnivoor en herbivoor
Om dit te onthouden kun je denken aan het Latijn, waar het vandaan komt
Carne = vlees –> carnivoor = vleeseter
Herba = plant –> herbivoor = planteneten
Omni = alles –> omnivoor = alleseter
Kenmerken concurrentiekracht
Om de vijf kenmerken die bij concurrentiekracht horen te onthouden, kun je denken aan POMOT
P roductiefactoren
O ndernemersgeest
M arktorganisatie
O verheid
T oevalsfactoren
Elektrisch vermogen P in Watt
PIRI of PUUR
P = I^2 . R <= > P = I . R . I
P = U^2 / R <=> P = U . U . R
Circumspicere
Circumspicere = rondkijken
Circum = rondje, circumspicere is kijken in een rondje –> rondkijken
Organische chemie
Denk voor organische chemie aan de zin “Mama En Papa Blowen Perfecte Hasj”
M = Methaan
E = Ethaan
P = Propaan
B = Butaan
P = Pentaan
H = Hexaan
Alkanen
Ma En Pa Bouwen Perfecte Huizen (met de) HOND.
M ethaan
E thaan
P ropaan
H exaan
H eptaan
O ctaan
N onaan
D ecaan
De werkwoorden met der, die & das
Er zijn 8 bijvoeglijke naamwoorden die net zo vervoegd worden als der, die & das. Deze kun je onthouden met de zin
Deze Week Maakt Sanne Alle Jongens Jaloes
D ieser
W elcher
M ancher
S olcher
A ller
J ener
J eder
Het verschil tussen ubi en ibi
Om het verschil tussen ubi en ibi te onthouden, kun je denken aan U Weet een I Dee
U bi = W aar
I bi = D aar
Je kunt ook denken aan Waar? Daar!
In het Latijn wordt dat
Ubi? Ibi!
Het verschil tussen debiteren en crediteren
Dit verschil kun je onthouden met de volgende zin
Bij de V&D naar de WC
In het boekhouden worden
V erliezen ge
D ebiteerd en
W insten ge
C rediteerd
