
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Bezittingen en schulden
Links in het woord Balans staat de B van Bezittingen – die moeten dus links
Rechts in het woord balanS staat de S van Schulden. Die moeten dus rechts
Ducit
Ducit = leiden, brengen.
Als je iemand naar zijn plaats brengt zeg je in het Engels “Do sit” (Ga zitten)
substitutie of complementaire goederen
Denk bij substitutie goederen aan substitute teacher, een invallende docent, een vervangende docent. Substitutie goederen kun je met elkaar vervangen. Bij complementaire goederen moet je denken aan complete, volledig.
Complementaire goederen gebruik je samen, om ze volledig te kunnen gebruiken.
De uitgang EAU
Om de uitgang -eau te onthouden, kun je het zien als een acroniem. EAU
E en
A kelige
U itgang
De Tijdvakken
De tijdvakken kun je onthouden met de zin
Je Gaat Maar Snel Op Ramen Poepen Bij Witte Tantes
J agers en Boeren
G rieken en Romeinen
M onikken en Ridders
S teden en Staten
O ntdekkers en Hervormers
R egenten en Vorsten
P ruiken en Revoluties
B urgers en Stoommachines
W ereldoorlogen
T v en Computers
Het verschil tussen mensjewieken en bolsjewieken
Om het verschil tussen de Russische sociaal-democraten te onthouden, kun je denken aan
Mensjewieken –> menselijk (humaan)
Bolsjewieken –> Staan bol van het geweld
Scrijf/ tekstdoelen
Isa (informeren)
Blijft (beschouwen)
Achteraf (activeren)
Ook (overtuigen)
Achter (amuseren)
in
Utrecht (uiteenzetten)
Organische chemie
Denk voor organische chemie aan de zin “Mama En Papa Blowen Perfecte Hasj”
M = Methaan
E = Ethaan
P = Propaan
B = Butaan
P = Pentaan
H = Hexaan
Tekstverbanden
Om de tekstverbanden te onthouden kun je gebruik maken van het acroniem CCORVOT
C oncluderend
C hronologisch
O psommend
R edengevend
V ergelijkend
O orzakelijk
T egenstellend
De evangelisten
De vier evangelisten uit het Nieuwe Testament kun je onthouden door te denken aan
Mijn Moeder Lust Jam
M attheus
M arcus
L ucas
J ohannes
Conjunctief Praeses
Hoe je een conjunctief Praeses vertaalt, kun je onthouden aan de hand van de zin
Gisteren Was Pa Veel Te Aangeschoten
G ebod
W ens
P otentialis (mogelijkheid)
V erbod
T wijfel
A ansporing
De vlakken van een vierkant
Deze kun je onthouden met ROBijnZoekers
R ibbe
O ndervlak
B ovenlak
Z ijvlak
Uitgangen van Duitse werkwoorden (tegenwoordige tijd)
De uitgangen van Duitse regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd vormen samen het woord (fe)esttenten:
(ich) wohn e
(du) wohn st
(er) wohn t
(wir) wohn en
(ihr) wohn t
(sie) wohn en
Het verschil tussen omnivoor, carnivoor en herbivoor
Om dit te onthouden kun je denken aan het Latijn, waar het vandaan komt
Carne = vlees –> carnivoor = vleeseter
Herba = plant –> herbivoor = planteneten
Omni = alles –> omnivoor = alleseter
Das Märchen
das Märchen = het sprookje
Das Märchen lijkt op das Mädchen (het meisje). In (bijna) elk sprookje komt wel een meisje/vrouw voor.
De snaren van een gitaar
Een gitaar heeft 6 snaren, deze kun je onthouden met de zin
Een Aap Die Geen Bananen Eet
E en
A ap
D ie
G een
B ananen
E et
delen door 6
Snel of een groot getal door 3 of 9 deelbaar is, tel dan alle cijfers steeds bij elkaar op totdat je een 1-cijferig getal overhoudt. Is dat getal deelbaar door of 9 dan is het grote getal dat ook.
voorbeeld:
418617 deelbaar door 9?
4+1+8+6+1+7=27
2+7=9
418617 is dus deelbaar door 9
163536 deelbaar door 9 en 3?
1+6+3+5+3+6=24
2+4=6
6 is niet deelbaar door 9, maar wel door 3, dus 163536 is wel deelbaar door 3 maar niet door 9.
Lidwoorden
Mannelijk: Rare Sam Moet Naaien =
deR, deS, deM, deN
Onzijdig: Schone Sam Moet Slapen =
daS, deS, deM, daS
Vrouwelijk: IEmand Raakt Rachel In Eens =
dIE, deR, deR, dIE
Meervoud: IEmand Raakt Nina In Eens =
dIE, deR, deN, dIE
Toonladders met kruizen
Om de toonladders met de hoeveelheid kruizen te onthouden, kun je denken aan de zin Geef De Armen Een Bord Fis Cis (die laatste twee staan dan voor ‘visjes’).
G 1#
D 2#
A 3#
E 4#
B 5#
Fis 6#
Cis 7#
Innovatief
Innovatief = vernieuwend. Een VAATwasser = vernieuwend. In innovatief zit het woord VAAT en in vaatwasser ook.
De lever
Om te onthouden waar de lever in de bovenbuik zit, kun je denken aan
R=R
LeveR = Rechts
De levensloop van een product
Om de levensloop van een product te onthouden, kun je denken aan de zin
Op Prachtig Texel Vindt Gijs Allerlei Rozen
O ntwerpen
P roduceren
T ransporteren
V erhandelen
G ebruiken
A fdanken
R ecyclen
