Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Franse dagen van de week

De dagen van de week kun je onthouden met de zin
Lieve Meisjes Moeten Jatten Van Smerige Dieven

L undi –> Maandag
M ardi –> Dinsdag
M ercredi –> Woensdag
J eudi –> Donderdag
V endredi –> Vrijdag
S amedi –> Zaterdag
D imanche –> Zondag

Door Anoniem

Tekstverbanden

Hier een ezelsbruggetje voor de Tekstverbanden. Ik hoop dat het je helpt!

cc + tt + oo = rv.
Denk aan:
Cake.
Cafe.
+
Tegenwoordige.
Tijd.
+
Oude.
Opa.
=
Rot.
Vrouw.

Door Anoniem

Patient

Patiënt betekent geduldig.

Als een patient in de wachtkamer op de dokter zit te wachten moet hij heel geduldig zijn.

Door Merel

Het verschil tussen modus en mediaan

Om het verschil tussen modus en mediaan te onthouden, kun je denken aan ‘mode’ wat terugkomt in modus. Mode behelst de kleren die op dat moment het meest worden gedragen.

Modus = Het waarnemingsgetal dat het meest voorkomt
Mediaan = het middelste waarnemingsgetal

Door Onno

Het verschil tussen Amerikaanse en Britse spelling

Om te onthouden of een woord volgens de Amerikaanse of de Engelse spelling geschreven is, kun je denken aan de vuistregel 
Het langste woord is Brits

Airplane/aeroplane
Rumor/rumour

Door Timothy

Toedieningsvormen

De verschillende toedieningsvormen kun je onthouden met SPROLTS

S ystematisch
P arentaal
R ectaal
O raal
L okaal
T ransdermaal
S ublinguaal

Door Esther

Turba

Turba = menigte

De hele menigte draagt een tulband

Door Jootje

De magen van een koe

De volgorde van de magen van een koe zijn te onthouden met PeNiBeL

P ens
N etmaag
B oekmaag
L ebmaag.

Door Denise

Simulare

Simulare = doen alsof

In een simulatie doe je alsof

Door Anoniem

‘avoir’ geen gevaar / ‘etre’ oplette(n)

Als in het Frans bij de voltooide tijd het hulpwerkwoord ‘avoir’ is, verandert het voltooid deelwoord niet. Bij ‘etre’ wel.

Vb:
(avoir) Elle a mangé
(être) Elle est rentrée

Door Else

Muzieknoten

Op deze manier kun je onthouden dat de noten maar tot G gaan!

A t/m G en de rest doet niet mee!

Door Marja

Lood

Pb = lood

De PABO is loodzwaar

Door Lonneke

Abonnement

Om de juiste spelling van het woord ‘abonnement’ te onthouden, kun je denken aan de zin
In de bus zaten twee nonnen met een abonnement

Bus = b
Nonnen = nn

Door Anoniem

De IJstijden

Om de volgorde van de ijstijden te onthouden, kun je denken aan het acroniem WESHP

W eichselien –> Geen ijstijd
E emien –> IJstijd
S aalien –> Geen ijStijd
H olosteinien –> IJstijd
H oloceen –> Geen ijstijd
P leistoceen –> IJstijd

Door E

Alkanen

Ma En Pa Blowen Perfecte Hasj, Hou Op, Niet Doen:

Methaan, Ethaan, Propaan, Butaan, Pentaan, Hexaan, Heptaan, Octaan, Nonaan, Decaan

Door Kay

Volgorde grootte gesteente

Om deze volgorde te onthouden, kun je gebruik maken van BRiKGeZaKt

B erg
R otsblok
K ei
G rind
Z and
K lei

Door Renate

uitgangen vrouwelijk

IndigO tas met een X

IO, TAS, X

Door myrthe

Pelvis

Pelvis = bot in je heup

Om te onthouden waar deze zit, kun je denken aan
Elvis de Pelvis
Elvis schudde namelijk vaak met zijn heupen

Door Caren

GANS von BAMZE

Gegenüber – tegenover
Aus – uit
Nach – naar/na/volgens
Seit – sinds

VON – van

Bei – bij
Außer – behalve
Mit – met
Zu – naar/ bij
Entgegen – tegemoet

Door Michelle

Hersenvliezen

Om de hersenvliezen van binnen naar buiten te onthouden, kun je denken aan PAD

P ia mater
A rachnoidea mater
D ura mater

Door Kim

Factoren van 5 vermenigvuldigen

Om 25×25 gemakkelijk te berekenen, kun je dit trucje gebruiken.
20×30 = 600 + 5×5= 25, dus 25×25 = 625
Dit werkt bij alle factoren van 5

Bijvoorbeeld;
75×75 = 5625 –>  70×80= 5600 + 5×5=25 –> 5625

Door Anne Heleen

Devenir

Devenir lijkt op denver (la casa de papel) die is heel knap dus ik ga denver zijn vriendin WORDEN
devenir = worden

Door Emma

De onderdelen van een plant

De onderdelen van een plant kunnen onthouden worden met BELKO

B ladoksel

E indknop

L id

K noop

O kselknop

Door Maartje

Chemische voorvoegsels

Om de chemische voorvoegsels te onthouden, kun je gebruik maken van
DTT is een PECHHOND

D i (2)
T ri (3)
T etra (4)

P enta (5)
H exa (6)
H epta (7)
O cta (8)
N ona (9)
D eca (10)

Door Laurie

Indeling dierenrijk

Ergens in September Hoort Willie Wortel Gekke, Slimme Grappen.

E = eencelligen
S = sponzen
H = holtedierne
W = wormen
W = weekdieren
G = geleedpotigen
S = stekelhuidigen
G = gewervelden

Door Anna

Some Say Money Matters

Some Say Money Matters But My Brother Said Big Boobs Matter More

Woord beginnend met S = sensorisch; woord beginnend met M = motorisch; Woord beginnend met B = Beide (Hersenzenuwen: sensorisch of motorisch).
De 12 hersenzenuwen:

n. Olfactorius – Sensorisch
n. Opticus – Sensorisch
n. Oculomotorius – Motorisch
n. Trochlearis – Motorisch
n. Trigeminus – Beide
n. Abducens – Motorisch
n. Facialis – Beide
n. Vestibulocochlearis – Sensorisch
n. Glossopharyngeus – Beide
n. Vagus – Beide
n. Accessorius – Motorisch
n. Hypoglossus – Motorisch

Door Karen

Het verschil tussen saneren en renoveren

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan S = S en VER = VER

Saneren = Slopen
RenoVERen = VERbouwen

Door storm
Home
Alle items
Uploaden