Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Commissaris

Bij de commissaris zijn 2 mannen en 2 smerissen. 

De 2 mannen = mm
De 2 smerrisen = ss

Door karlijn

Het verschil tussen thursday en tuesday

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan R = R 

ThuRsday = DondeRdag
Tuesday = Dinsdag

Door linda

pull en pushfactoren

Pullfactor: de betekenis van pull is trekken. Dus je trekt mensen aan dus er komen meer mensen naar je land.
Pushfactoren: de betekenis van push is duwen. Dus je duwt mensen uit je land

Door Emma

Onze Redelijk-Verwarde Opa Drinkt Veel Te Vaak Thee met Sappige Cookies

Verbanden van signaalwoorden voor Examen
Onze: Oorzaak-gevolg
Redelijk-Verwarde: Reden/Verklaring
Drinkt: Doel-middel
Veel: Vergelijking
Te: Tegenstelling
Vaak: Voorwaarde
Thee: Toelichting
met
Sappige: Samenvatting
Cookies: Conclusie

Door Tina

Het verschil tussen formateurs en informateurs

Het verschil tussen informateurs en formateurs in de kabinetsformatie is te onthouden door te bedenken

Informateurs –> zoeken Informatie over politieke coalities
Formateurs –> Vormen het kabinet

Door Nina

Unda

Unda = golf

Als er een golf op je afkomt, zwem je er onder

Door Fenna

Organismen

Om de organismen van groot naar klein te onthouden, kun je denken aan
O, o, o, wc

O rganisme
O rgaanstelsel
O rgaan
W eefsel
C el

Door Evie

Tafel van 9

Heb je moeite met de tafel van 9? Hierna niet meer!

Zet aan de linkerkant de cijfers 0 t/m 9 en aan de rechterkant de cijfers 9 t/m 0…

09
18
27
36
45
54
63
72
81
90

Door Paula

Het verschil tussen modus en mediaan

Om het verschil tussen modus en mediaan te onthouden, kun je denken aan ‘mode’ wat terugkomt in modus. Mode behelst de kleren die op dat moment het meest worden gedragen.

Modus = Het waarnemingsgetal dat het meest voorkomt
Mediaan = het middelste waarnemingsgetal

Door Onno

Ammoniak, Ammonia, Ammonium

Ammoniak = NH3 (G)
Ammonia = NH3 (AQ) – eindigt op een A en de toestand AQ begint ook met een A.
Ammonium = NH4+ (AQ) – heeft geen 2e A en is daarom ‘bijzonder’

Door Daphne

Ordening biologie

Rijke (1) Spanjaarden (2) Krijgen (3) Op (4) Familiefeesten (5) Grote (6) Stukken (7) Rosbief (8)

1. Rijken
2. Stammen
3.Klassen
4. Orde
5. Familie
6. Geslacht
7. Soort
8. Ras

 

leerjaar 1 – biologie voor jou VWO

Door Yente

Wanneer ‘die’ als voorzetsel

Woorden die eindigen op ‘skiehut’ hebben het lidwoord ‘die’ voor het zelfstandig naamwoord:

S chaft

K eit

I on

E i

H eit
U ng

T ät

Door Tijn

Geologisch tijdperken

Petra’s Coole Oma Snoept Donkere Chocolade Pepernoten Terwijl Jan Kazige Tosti’s Kaant

P = Precambrium
C = Cambrium
O = Ordovicium
S =Siluur
D =Devoon
C = Carboon
P =Perm
T =Trias
J =Jura
K = Krijt
T = Tertiar
K = Kwartair

Door Naomi

Circumspicere

Circumspicere = rondkijken

Circum = rondje, circumspicere is kijken in een rondje –> rondkijken

Door Jootje

De lever

Om te onthouden waar de lever in de bovenbuik zit, kun je denken aan 
R=R

LeveR = Rechts

Door Lydia

IJsland – Reykjavik

Om het land IJsland met hoofdstad Reykjavik te onthouden, kun je denken aan de zin
Rij jij of rij ik?

Door Anoniem

Promittere

Promittere = beloven

Denk aan to promise

Door Gama

Noorwegen Zweden Finland

Niet Zo Fris
Of Stinkt Het;

Volgorde landen: Noorwegen,Zweden, Finland.
Oslo Stockholm Helsinki

Door Natasja

Clam

Clam = stiekem

Als je iets stiekem doet, krijg je klamme handen

Door Jootje

De botten in de schedel

De botten vanaf de zijkant gezien kun je onthouden door NEL SPOT F

N asale
E tmoïdale
L acrimale
S phenoïdale
P ariëtale
O ccipitale
T emporale
F rontale

Door Chantal

De nieuwe economische politiek

De Nieuwe Economische Politiek was een korte pauze voor de boeren. Zij konden nu opgelucht ademhalen. Om dat te onthouden kun je denken aan 
Nu Even Pauze (NEP)

Door Mariska

Spoel en condensator

CIRCUS LUIPAARD
C I r c U s
Condensator: de stroom loopt voor op de spanning
L U I paard
Spoel: de spanning loopt voor op de stroom

Door Anoniem

Eisen

Eis = naar binnen

Ik EIS dat ik naar binnen mag

Door Julie

covalenties

covalentie 1:
H(elp)
F(enna)
Cl(ub)
Br(ommer)
I(n)

covalentie 2:
O(f)
S(anne)

covalentie 3:
N(o)
P(roblem)

covalentie 4:
C(heese)

je moet er een verhaaltje van maken

Door Fenna

De onderdelen van het oog

De onderdelen van het oog kunnen onthouden worden met de zin

Bep Heeft Veel Inhoud ALS Greet Niet Veel Op Heeft

B eschermend vlies
H oornvlies
V oorste oogkamer
I ris
A chterste oogkamer
L ens(bandjes)
S traallichaam
G lasachtig lichaam
N etvlies
V aatvlies
O ogzenuw
H arde oogvlies

Door Anoniem

Harde en zachte klanken

De harde ‘ch’ gebruik je bij de klinkers van AUtO.

De zachte ‘ch’ gebruik je bij de klinkers van EI.

Een auto is harder dan een ei.

Door Jacco

Uitgangen tegenwoordige tijd

Om de uitgangen voor de eerste 3 vormen van de tegenwoordige tijd te onthouden, kun je denken aan
SuperSnelTrein

-s (je dors)
-s (tu dors)
-t (il dort)

Door Anoniem
Home
Alle items
Uploaden