
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Ablativus
De ablatieven die je moet onthouden kan je leren met de afkorting WORMT:
W ijze
O orzaak/R eden
M iddel
T ijd
Variabelen
Om het verschil tussen onafhankelijke, afhankelijke en interveniërende variabelen te onthouden, kun je denken aan O = O en IN = IN
Onafhankelijke variabele = Oorzakelijke variabele
Afhankelijke variabele = variabele die je kunt beïnvloeden
INterveniërende variabele = de variabele tussen de onafhankelijke en de afhankelijke variabele in
obstare = in de weg staan
stare is latijn voor staan. Ob lijkt op op. Obstare kan je dus ook zien als opstaan.
Kan je opstaan? Je staat in de weg!
primair en secundair
als je het verschil wilt onthouden tussen deze twee: primair klinkt als primeir. primairbij. onthou dat en je weet het verschil. als je deze weet is de ander natuurlijk secundair
Eenheid van versnelling
versnelling a in m/s^2
“een a-tje met een kwadraatje”.
tijd dus in het kwadraat.
De zeeën bij Griekenland
Om te onthouden welke zeeën er bij Griekenland liggen, kun je denken aan TIA
T yrreense zee
I onische zee
A driatische zee
Causa
Causa = reden/oorzaak
Causa lijkt op because en in het Engels komt daarna een reden of een oorzaak
Craniale zenuwen
Met deze ezelsbrug weet je of de 12 craniale zenuwen motorisch, sensorisch of gemixt zijn (beide)
–> M (motorisch), S (sensorisch), B (both)
Some Say Many Money, But My Brother Says Big Boobs Matter More
Craniale zenuw 1: Sensorisch
2: Sensorisch
3: motorisch …
De economische doelstellingen
De economische doelstellingen kun je onthouden met BERG AS
B etalingsbalans
E conomische groei
R echtvaardige inkomensverdeling
G ezond leefmilieu
A rbeidsmarkt
S tabiel prijsniveau
Ontwerpcyclus
Om de onderdelen van de ontwerpcyclus te onthouden, kun je gebruik maken van de zin
Anna Probeert Uw Feestjes Ruw Te Eindigen
A nalyseren/beschrijven
P rogramma van eisen opstellen
U itwerkingen bedenken
F ormuleren uitwerkingen
R ealiseren uitwerkingen
T esten
E valueren
Lichamelijke letsels
Om lichamelijke letsels te onthouden, kun je denken aan het acroniem RUM
R adialis uitval (Dropping hand)
U lnaris uitval (Klauwhand)
M edianus uitval (Predikershand)
Hongarije – Boedapest
Om het land Hongarije met de hoofdstad Boedepest te onthouden, kun je deze zin gebruiken
Boeda heeft de Pest aan Honger
De functies van een haven
Om deze functies te onthouden, kun je denken aan HOODTI
H andel
O versla
O pslag
D iensten
T ransport
I ndustrie
Visualisatie
Om de moleculen die horen bij respectievelijk vast, vloeibaar en gas te onthouden, kun je denken aan een legoblokje, knikkers en stuiterballen
Het experiment
Om de onderdelen van een experiment te onthouden, kun je denken aan de zin
Papa Hoort Eekhoorns, Bakt Reusachtige Cupcakes
P robleemstelling
H ypothese
E xperiment
B enodigdheden
R esultaten
C onclusie
Atoomopbouw
Om te onthouden waaruit een atoom bestaat, kun je denken aan PEN
P rotonen
E lektronen
N eutronen
waiter =ober
-Wait betekent wacht. En meestal moet je lang wachten voor ze iets komen brengen van eten of drinken dus waiter betekent ober
– je kan ook denken aan water waiter als de ober water komt brengen
Present Simple en signaalwoorden
De present simple komt voor bij gewoonte, regelmaat en feit
Dit kun je onthouden door GiRaF
De signaalwoorden kun je onthouden met
SNORFEUS
S ometimes
N ever
O ften
R egularly
E very
U sually
S eldom
2-atomige moleculen
Claartje fietst nooit in haar onderbroek, Pietje soms.
Claartje= Cl2 = Chloor.
Fietst = F2 = Fluor.
Nooit = N2 = Stikstof.
In = I2 = Jood.
Haar = H2 = Waterstof.
Onder= O2 = Zuurstof.
Broek = BR2 = Broom.
Pietje = P4 = Fosfor.
Soms = S8 = Zwavel.
Toonladders met kruizen
Om de toonladders met de hoeveelheid kruizen te onthouden, kun je denken aan de zin Geef De Armen Een Bord Fis Cis (die laatste twee staan dan voor ‘visjes’).
G 1#
D 2#
A 3#
E 4#
B 5#
Fis 6#
Cis 7#
moleculen met 2 atomen
Brenda Houdt Naakt Feesten In Ons Clubhuis
Br2, H2, N2, F2, I2, O2, Cl2
Broom,Waterstof,Stikstof,Fluor,Jood,
Zuurstof,Chloor.
