Ezelsbruggetjes - Ezelsbruggetje Spring naar content

Alle Ezelsbruggetjes

Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.

Voorzetsels met de dativ

Om te onthouden welke voorzetsels met de dativ gaan, kun je het volgende rijmpje op het deuntje van Vader Jacob zingen

Aus bei mi-it, aus bei mi-it

Von zeit zu, von zeit zu

Immer mit dem dativ, immer mit dem dativ

Gegen über nach, gegen über nach

Door Elise

Warmtetransport

Voorbeelden nodig van de 3 vormen van warmtetransport? Denk aan de 3 vormen waar in een stof kan voor komen (fases)
Geleiding = door een vaste stof heen (metaal)
Stroming = vloeibare stof, zoals stromend water (douche)
Straling = gas: je ziet het niet, maar je voelt het wel.

Door Mr.koekman

Werkwoorden bij de derde naamval

De werkwoorden die met de derde naamval gaan, kun je onthouden met de zin
Gelieve Geen Grote Kado’s Geven Hartelijk Dank

G lauben

G ehören

G ratulieren

H elfen

D anken 

Door Mary

Das Märchen

das Märchen = het sprookje

Das Märchen lijkt op das Mädchen (het meisje).  In (bijna) elk sprookje komt wel een meisje/vrouw voor.

Door Myrthe

Puella

Puella = meisje

Ella is een meisjes naam

Door Anoniem

Alle letters van het alfabet

The quick brown fox jumps over de lazy dog.

Door Tom

Werkwoorden

Als je moeite hebt met de ww, onthoud dan dat het helemaal niet zo moeilijk is! Bij een e komt er altijd s achter en bij een y wordt de y vervangen door ie+s.

Door Vera

Tangere

Tangere = aanraken, treffen

Bij de tango sta je dicht bij elkaar en raak je elkaar aan

Door Elisabeth

Het verschil tussen videt en vocat

Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan I = I en O  = O

vIdet = zIen
vOcat = rOepen

Door Lisette

Het verschil tussen bakboord en stuurboord

Het verschil tussen bakboord en stuurboord kun je onthouden door R =R

StuuRboord = Rechts
Bakboord = Links

Door Miriam

GOUDBEF 4e naamval

Gegen – tegen
Ohne – zonder
Um – om
Durch – door
Bis – tot
Entlang – langs
Für – voor

Door Michelle

Kruisbanden

Om de kruisbanden te onthouden, kun je denken aan LAMP

Voorste kruisband
L ateraal naar
A nterior
Achterste kruisband
M ediaal naar
P osterior

Door Martha

Vaarregels (bpr)

Bij zeilen heb je vaarregels (bpr) die onthoud je zo:

Gekke Stoere Kees Moet Surfen Leren

Gekke: goed zeemanschap
stoere: stuurboord wal houden
kees: klein wijkt voor groot
moet: motor wijkt voor spier en voor zeil
surfen: stuurboord wijkt voor bakboord
leren: loef wijkt voor lij

Door Emilie

Primaire holtes zenuwstelsel

Deze kun je onthouden aan de hand van
Personal Music Radio

P rosencephalon

M esencephalon

R hombencephalon

Door Eugene

Vestigingsfactoren

Om de verschillende vestigingsfactoren te onthouden, kun je denken aan WANGT

W erknemers
A fzetmarkt
N utsvoorzieningen
G rondstoffen
T ransport

Door sarah

complere = vullen

Complere lijkt op compleet

Letterlijk is COMPLERE dus compleet maken, VULLEN

Door Jootje

Lood

Pb = lood

De PABO is loodzwaar

Door Lonneke

Ventraal – Dorsaal

Ventraal = Van Voren
Dorsaal = Dan De Dikbil

(dus de buikzijde /rugzijde)

Door Ditte

Het verschil tussen these en those

Om het verschil tussen these en those te onthouden, kun je denken aan het alfabet

De E komt eerder in het alfabet, these = dichtbij
De O komt later in het alfabet, those = ver weg

Door Vivian

Quinze, seize

Na quinze (15) komt seize (16) dat kun je onthouden door te denken aan

‘Ik ken ze,’ zei ze

Door Anthonia

Tafel dekken

De vork moet links omdat omdat er een “R” in zit.

Door Redmar

Come Sit

Covalenties van atoomsoorten, dit is covalentie 4: C, Si

Door Sofie

Gewesten in de Republiek

Om de gewesten te onthouden die in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zaten, kun je denken aan de zin
Helpende Zeeën Uit Griekenland Openen Graag Frieten

H olland
Z eeland
U trecht
G elre
O verijssel
G roningen
F riesland

Door Anoniem

Fase overgangen water

Er zijn 6 fase overgangen en die leer je zo uit je hoofd!

Cor rijmt veel, ben smakt veel

Pak van alle de eerste twee letters van de woorden en je kom al verder ook staan ze in volgorde
Condenseren
Rijpen
Verdampen
Bevriezen
Smelten
Vervluchtigen

Door Noek

Bon beau grand

Rijmpje:

(Ook vrouwelijk en meervoud)
bon beau grand
gros mauvais mechant
haut vieux long petit
cher jeun joli

Deze bijvoeglijke naamwoorden komen vóór het zelfstandig naamwoord

Door Magda

Het verschil tussen homo-en heterozygoot

Om het verschil tussen homozygoot en heterozygoot, kun je denken aan homo- en heteroseksueel

Homozygoot = dezelfde allelen voor één eigenschap
Heterozygoot = twee verschillende allelen voor één eigenschap

Door Marieke

Indianenstammen

Om te onthouden waar de indianenstammen gevestigd zijn, kun je denken aan CANO

C alifornië
A rizona
N ew Mexico
O klahoma

Door Marie
Home
Alle items
Uploaden