
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
He/she/it-regel
Om te onthouden welke persoonlijke voornaamwoorden een -S op het eind krijgen, kun je denken aan SHIT
S he
H e
IT
Het verschil tussen suppelementair en complementair
Om te onthouden hoeveel graden je draait bij supplementair en complementair, kun je denken aan de hoeveelheid P’s in het woord
SuPPlementair –> 2 p’s –> 180 graden draaien
ComPlementair –> 1 p –> 90 graden draaien
De vier halogenen
De 4 halogenen kunnen onthouden worden met BRomFIetsCLub
BR oom
F luor
I Jood
CL Chloor
Het verschil tussen many en much
Dit verschil kun je onthouden aan de hand van de zin
Many kisses and much love
Many –> kun je tellen
Much –> kun je niet tellen
Het verschil tussen de omtrek en de oppervlakte
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
OM = OM en OP = OP
Omtrek = omheen lopen
Oppervlakte = op lopen
Ierland – Dublin
Om het land Ierland en haar hoofdstad Dublin te onthouden, kun je denken aan de zin
Ier’s bier gaat er dubbel in
Kwintencirkel en majeurtoonladders
Om de majeurtoonladders te onthouden van de kwintencirkel, kun je denken aan de zinnen
# –> Cees, Geef Die Apen Een Bord Fissies
b –> Finnen Beschouwen Esten Als Deskundige Geschiedschrijvers
Het verschil tussen een spar en een den
Om het verschil tussen sparren en dennen te onthouden, kun je denken aan S = S en D = D
Spar = Solo (1 naald)
Den = Duo (2 naalden)
De lagen van de atmosfeer
Trage Stieren Maken Trage Eieren
T roposfeer
S tratosfeer
M esosfeer
T hermosfeer
E xosfeer
Volgorde stemhoogten
Om deze volgorde te onthouden, kun je denken aan de zin
Stop Altijd je Tenen in een Bad
S opraan
A lt
T enor
B as
Formule molariteit
Om de formule voor molariteit te onthouden, kun je denken aan
Tinus is het gemiddelde van Moeder en Vader Mol
Molariteit –> t = m/VM
t = molariteit
m = mol opgelost
VM = volume (oplossing)
Logaritmen en kwadraten
Welk getalletje uit een kwadraat zet je waar in het logaritme??
A^b=C
De uitkomst van het kwadraat moet altijd in de Log komen te staan.
Verder: wie zichzelf vernedert zal verhoogt worden (en andersom)
Dit betekend dat de A omhoog gaat (word het getalletje linksbovenaan de Log) en b gaat naar beneden (word de uitkomst van de Log)
Zo krijg je:
A^b=C -> ^ALog(C)=B
Ook te onthouden als:
□^♡=☆
^□Log(☆)=♡
De schalen
Om de verschillende schalen op een kaart te onthouden, kun je denken aan de zin
Loop Recht Naar C Man
L okale schaal
R egionale schaal
N ationale schaal
C ontinentale schaal
M ondiale schaal
complere = vullen
Complere lijkt op compleet
Letterlijk is COMPLERE dus compleet maken, VULLEN
Vaarregels (bpr)
Bij zeilen heb je vaarregels (bpr) die onthoud je zo:
Gekke Stoere Kees Moet Surfen Leren
Gekke: goed zeemanschap
stoere: stuurboord wal houden
kees: klein wijkt voor groot
moet: motor wijkt voor spier en voor zeil
surfen: stuurboord wijkt voor bakboord
leren: loef wijkt voor lij
Werkwoorden Frans
Avoir= ils, elles ont= o van avoir.
Faire= ils, elles font= f van faire
Beroerte
Om te onthouden wat de signalen zijn voor een beroerte, kun je denken aan
FAST
F ace (hangen van een zijde van het gezicht)
A rm (één kant van het lichaam zal minder goed kunnen meewerken, arm gaat niet meer goed omhoog)
S peech (iemand praat opvallend anders)
T ime (snel handelen is belangrijk omdat anders geen behandeling met atropine kan worden gestart na 3 uur)
Voorzetsels in het Latijn
Proef appelsienen in de soepkom, ezelsbruggetje voor de voorzetsels van de ablativus
Pro e(x) a(b) sine in de subcum
Congenitale infecties
De belangrijkste congenitale infecties
TORCHES
T oxoplasmose
R ubella
C MV
H IV / He patitis
S yfilis
De wet van Ohm
Deze kun je onthouden aan Oom RUDI
Ohm –> R = U/I
R = weerstand
U = spanning
I = stroomsterkte
Het verschil tussen omnivoor, carnivoor en herbivoor
Om dit te onthouden kun je denken aan het Latijn, waar het vandaan komt
Carne = vlees –> carnivoor = vleeseter
Herba = plant –> herbivoor = planteneten
Omni = alles –> omnivoor = alleseter
Tekststructuren
De verschillende structuren kun je onthouden aan de hand van HOPOV
H andelingsstructuur
O nderzoeksstructuur
P robleemstructuur
O piniestructuur
V ergelijkingsstructuur
Het verschil tussen thursday en tuesday
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan R = R
ThuRsday = DondeRdag
Tuesday = Dinsdag
