
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Werkwoorden bij de derde naamval
De werkwoorden die met de derde naamval gaan, kun je onthouden met de zin
Gelieve Geen Grote Kado’s Geven Hartelijk Dank
G lauben
G ehören
G ratulieren
H elfen
D anken
Het verschil tussen Bruto en Netto
Dit verschil kun je onthouden door te denken aan
BRUTO –> de belasting e.d. gaat op BRUTE wijze van je loon af
NETTO –> je houdt nog NET wat over
Ammoniak, Ammonia, Ammonium
Ammoniak = NH3 (G)
Ammonia = NH3 (AQ) – eindigt op een A en de toestand AQ begint ook met een A.
Ammonium = NH4+ (AQ) – heeft geen 2e A en is daarom ‘bijzonder’
Theater
We hebben het over theater als er sprake is van:
SAP
Speelplek, Acteurs en Publiek
De eilanden
De eilanden onthoud je met het woord TV-TAS
T Texel
V Vlieland
T terschellingen
A Ameland
S Schiermonnikoog
Taxonomische indeling dierenrijk
Om de ordening van het dierenrijk in te delen, kun je denken aan de zin
Als Kleine Otters Fietsen Gaan Stelen
A fdeling
K lasse
O rde
F amilie
G eslacht
S oort
Edelgassen
Om de edelgassen te onthouden, kun je denken aan de zin
NEe HE, ARmani en KRis zijn ook niet in de RAbobank of de XEnos
Ne on
He lium
AR gon
KR Krypton
Ra don
Xe non
Organische chemie
Denk voor organische chemie aan de zin “Mama En Papa Blowen Perfecte Hasj”
M = Methaan
E = Ethaan
P = Propaan
B = Butaan
P = Pentaan
H = Hexaan
Ooster- en westerschelde
Als je met je neus naar de Noordzee staat, zie je in het Oosten de Oosterschelde en in het Westen de Westerschelde
Het verschil tussen bakboord en stuurboord
Het verschil tussen bakboord en stuurboord kun je onthouden door R =R
StuuRboord = Rechts
Bakboord = Links
Voorafgaand aan EHBO
Om te onthouden wat er moet gebeuren, voordat EHBO wordt toegepast, kun je gebruik maken van ONWEL
O p gevaar letten
N agaan wat er gebeurd is
W elbevinden van het slachtoffer
E xterne hulp waarschuwen
L aat het slachtoffer waar het is
Zomer/wintertijd
Heel makkelijk te onthouden wanneer de zomer of winterijd ingaat.
Zomertijd gaat de klok naar voren, het is namelijk voorjaar. Als je daaraan denkt, dan weet je dat met de wintertijd de klok weer een uur terug moet.
Schaalvergroting rekenen
2 formules, en je weet alles:
Toename:
(nieuw : oud x 100%)-100
Afname:
100-(nieuw : oud x 100%)
Bijvoorbeeld: Een bedrijf had eerst 200 euro, later 300. Dan doe je: (300 : 200 x 100%)-100 = 50% gestegen
De snaren van een cello
Om te weten wat voor snaren een cello heeft
Achter De Grote Cello
A -snaar
D -snaar
G -snaar
C -snaar
Zweden – Stockholm
Om het land Zweden met de hoofdstad Stockholm te onthouden, kun je denken aan
Van Stokhollen ga je zweten
Ordening biologie
Rijke (1) Spanjaarden (2) Krijgen (3) Op (4) Familiefeesten (5) Grote (6) Stukken (7) Rosbief (8)
1. Rijken
2. Stammen
3.Klassen
4. Orde
5. Familie
6. Geslacht
7. Soort
8. Ras
leerjaar 1 – biologie voor jou VWO
addere
addere = toevoegen
addere lijkt op het engelse woord “add”, dat toevoegen betekent.
Redox
Om te bellen of een redox reactie verloopt doe je V(ox) – V(red). Ik vergat altijd welke je min de ander deed. Daarom het ezelsbruggetje
Fox – Fred
2 dieren die makkelijk te onthouden zijn.
Patient
Patiënt betekent geduldig.
Als een patient in de wachtkamer op de dokter zit te wachten moet hij heel geduldig zijn.
Griekse wetenschappers
Om te onthouden wie 4 Griekse wetenschapper waren en wat zij deden:
Hero schreef hoe Archie en Piet berekenden hoe een Hippie moest zorgen.
Herodotus: geschiedenis schrijver
Archimedes: wiskunde
Pythagoras: wiskunde
Hippocratus: geneeskunde
Craniale zenuwen
Met deze ezelsbrug weet je of de 12 craniale zenuwen motorisch, sensorisch of gemixt zijn (beide)
–> M (motorisch), S (sensorisch), B (both)
Some Say Many Money, But My Brother Says Big Boobs Matter More
Craniale zenuw 1: Sensorisch
2: Sensorisch
3: motorisch …
Functies van zinnen
Om de functies van een zin te onthouden, kun je denken aan de zin
Maar Vader Bakt Uijen
M ededelende zin
V ragende zin
B evelende zin
U itroepende zin
Voor het landen
Om te onthouden waar je aan moet denken voor een landing, kun je denken aan HARS
H oogte
A fstand
R ichting
S nelheid
ITCZ – hoge en lage luchtdruk
Hoog is droog.
In het hogedrukgebied is het droog en valt er weinig neerslag. In het lagedrukgebied valt er veel neerslag.
Tip: het ezelsbruggetje is om te onthouden. Schrijf op je toets niet: In het hogedrukgebied is het droog. Maar leg het proces uit!!
