
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Rijbewijs
Als je niet weet wanneer een tram stop gebruik ik altijd
Een tram is bang voor dieren
Een tram stopt alleen voor zebrapaden en haaientanden
Groen Rechts aan Stuurbord
Een alternatief voor een ezelsbruggetje dat al op deze pagina staat:
GRaS geeft aan dat er een
Groene lamp zit, aan de
Rechter zijde van een schip, en dat dit
Stuurboord wordt genoemd.
Organische elementen
Om alle belangrijke elementen te onthouden die er in de organische elementen zitten, kun je denken aan SPONCH
S zwavel
P fosfor
O zuurstof
N stikstof
Hoofdelementen
C koolstof
H waterstof
Sedentair
De eerste mensen werden sedentair, ze bleven op één plek wonen. Sedentair lijkt op sanitair. Sanitair heeft te maken met badkamers en wc’s. Op een wc moet je ook “even op één plek blijven”.
Tekstverbanden
ChOpTeTo & VoReOoCo
Ch = chronologisch verband
Op = opsommend verband
Te = tegenstellend verband
To = toelichtend verband
Vo = voorwaardelijk verband
Re = redengevend verband
Oo = oorzakelijk verband
Co = concluderend verband
Voorrang auto rijden
Kijk je hem op z’n bek of nek, dan blijf je op je plek. Kijk je hem op z’n oor dan rijd je door!
De Latijnse naamvallen
Om deze te onthouden, kun je denken aan de zin
Niet Vechten Als Gemene Domme Apen
N ominativus
V ocativus
A ccusativus
G enitivus
D ativus
A blativus
Perodiek Systeem
In het periodieke systeem zijn de periodes de rijen (horizontaal) en de groepen de kolommen (verticaal), om dit verschil te onthouden, kun je denken aan de woorden die ze representeren. Periode is een langer woord dan groep, periodes zijn dus langer dan de groepen.
Het verschil tussen debiteren en crediteren
Dit verschil kun je onthouden met de volgende zin
Bij de V&D naar de WC
In het boekhouden worden
V erliezen ge
D ebiteerd en
W insten ge
C rediteerd
Het verschil tussen these en those
Om het verschil tussen these en those te onthouden, kun je denken aan het alfabet
De E komt eerder in het alfabet, these = dichtbij
De O komt later in het alfabet, those = ver weg
Stromingen tijdens de verlichting
Om de verschillende stromingen tijdens de Verlichting te onthouden, kun je denken aan VERlichting
V erlichting
E mpirisme
R ationalisme
De kastenstelsels van India
De volgorde van de kastenstelsels van India kun je onthouden met de zin
Ben Kei Veel Snoep Winkels Doorgelopen
B rahmanen
K shatriaya’s
V aishya’s
S hudra’s
D alits
Hersenstructuren
De hersenstructuren kun je onthouden met de zin
Tel Deze Messen Met Mij
T elencephalon
D yencephalon
M esencephalon
M etencephalon
M yencephalon
obstare = in de weg staan
stare is latijn voor staan. Ob lijkt op op. Obstare kan je dus ook zien als opstaan.
Kan je opstaan? Je staat in de weg!
Lagen van de retina
Om de lagen te onthouden, kun je denken aan de zin
Zondags Graag Niet Fietsen Rond Centrum
Z enuwlaag
G anglionlaag
N eurale laag
F otoreceptorlaag
R etinaal pigment epitheel
C horoidea
Pensioenstelsels
Omslagstelsel = je maakt een omslag van de werkenden naar de pensioengerechtigden.
Kapitaaldekkingsstelsel = met eigen kapitaal zorg je voor je eigen pensioen.
Vulkaanuitbarsting
Om te onthouden wat er tijdens een vulkaanuitbarsting allemaal naar boven komt, kun je denken aan LAStiG
L ava
A s
S tenen
G assen
Onderzoeksopzet
Om de onderdelen van een onderzoeksopzet te onthouden, kun je denken aan de zin
Eva Danst Op Curaçao En Paaseiland
E xploreren
D efiniëren
O ntwerpen
C reëren
E valueren
P resenteren
Het verschil tussen een spar en een den
Om het verschil tussen sparren en dennen te onthouden, kun je denken aan S = S en D = D
Spar = Solo (1 naald)
Den = Duo (2 naalden)
Chemische voorvoegsels
Om de chemische voorvoegsels te onthouden, kun je gebruik maken van
DTT is een PECHHOND
D i (2)
T ri (3)
T etra (4)
P enta (5)
H exa (6)
H epta (7)
O cta (8)
N ona (9)
D eca (10)
De zuilen
De drie verschillende bouwstijlen van de zuilen kun je onthouden met DIK
D orintch
I onisch
K orintisch
Aminozuren
De populaire ongeladen aminozuren kunnen onthouden worden met de zin
Quinten Checkt Soms Youtube Na Tennis
Q Glutamine (Gln; Q)
C ysteïne (Cys; C)
S erine (Ser; S)
Y Tyrosine (Tyr; Y)
N Asparagine (Asn; N)
T hreonine (Thr; T)
