
Alle Ezelsbruggetjes
Maak je moeilijke lesstof onvergetelijk met een ezelsbruggetje. Zoek ezelsbruggetjes per vak, of leer anderen leren met jouw ezelsbruggetjes.
Ammoniak, Ammonia, Ammonium
Ammoniak = NH3 (G)
Ammonia = NH3 (AQ) – eindigt op een A en de toestand AQ begint ook met een A.
Ammonium = NH4+ (AQ) – heeft geen 2e A en is daarom ‘bijzonder’
Voorzetsels met de 3e naamval
Op deuntje van vader Jacob
aus bei mit nach
aus bei mit nach
Seit von zu
Seit von zu
Auber genüber
Auber genüber
Ent-ge-gen
Ent-ge-gen
Formule voor energie
De formule kun je onthouden door te denken aan PET
p = E/T
p = Vermogen
E = Energie
T = Tijd
Plombier em pompier
Plombier betekent loodgieter
Pompier betekent brandweerman
Om deze uit elkaar te houden, kun je denken aan
De brandweer pompt water op vuur –> pompier
De loodgieter werkt met buizen (plumbing) –> plombier
Nihil
de betekenis is niks
ik denk aan
A begint met een N van niks
B ik denk aan ni veel.
Landen Midden-Amerika
Om de landen in Midden-Amerika te onthouden, van Noord naar Zuid en van links naar rechts, kun je denken aan de zin
Moeder Ging Bijna Elke Hete Nacht Citroenen Plukken
M exico
G uatamala
B elize
E l Salvador
H onduras
N icaragua
C osta Rica
P anama
Elke Goede Band Drinkt Fanta
Om de volgorde van de noten te onthouden op een notenbalk gebruik je de zin ‘Elke Goede Band Drinkt Fanta’. Dit geldt dan voor de noot die afgebeeld wordt op de streep van de notenbalk.
Voorbeeld:
——————-
——————-
——————-
——————-
———•——-
Het bolletje staat op de regel en is dus de noot ‘E’.
koppelwerkwoorden
ZWeBBeLS & VUN (denk aan fun)
zijn
worden
blijken
blijven
lijken
schijnen
heten
dunken
voorkomen
Het verschil tussen kwalitatief en kwantitafief
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan
L=L en N=N
KwaLitatief –> met letters
KwaNtitatief –> met nummers
Diode met kathode en anode
De kathode is negatief en de anode is positief.
Ezelsbruggetje is het woordje: KNAP
De volgorde van de ringen op de Olympische Vlag
De volgorde kan onthouden worden met de zin
Boos Zegt Rob – GEEN Goud
B lauw
Z wart
R ood
–
G eel
G roen
Begrippen om een stuk te beschrijven
Rode Tulpen Met Hele Dikke Kelk Bladeren
Ritme, Tempo, Melodie, Harmonie, Dynamiek, Klankkleur, Bezetting.
De rivier Po
Om de rivier de Po te vinden op te kaart, ga je op zoek naar de Laars. Wanneer je op de Po zit, laat je je broek zakken tot aan je laars
Rijbaan paardrijden
Alle
Rijken
Boeren
Met
Geld
Hebben
Een
Koe
Alle eerste letters van het woorden zijn de letters van de rijbaan met paardrijden!
Professor
Om te onthouden hoe je professor schrijft, kun je denken aan
De professor heeft 1 fiets en 2 sokken
1 fiets = f
2 sokken = ss
Goniometrie; SOL, CAL, TOA (Bij rechthoekige driehoeken)
SOL: sin(α) = overstaande (rechthoekszijde) ÷ langste zijde
CAL: cos(α) = aanliggende (rechthoekszijde) ÷ langste zijde
TOA: tan(α) = overstaande (rechthoekszijde) ÷ aanliggende (rechthoekszijde)
SOS/CAS zijn hetzelfde als SOL/CAL, maar een schuine zijde kan soms lastig te herkennen zijn.
Onderscheid economische groepen
Om het onderscheid tussen de vier groepen in de Economie te onthouden, kun je denken aan
BaBy Go
B edrijven
B uitenland
G ezinnen
O verheid
Stammen in het dierenrijk
Om de 7 stammen van het dierenrijk te onthouden, kun je deze zin gebruiken
Stoere Gerrit Gaf Willem Wortel Nooit Snoep
S ponzen
G ewervelden
W eekdieren
W ormen
N eteldieren
S tekelhuidigen
Conjunctief Praeses
Hoe je een conjunctief Praeses vertaalt, kun je onthouden aan de hand van de zin
Gisteren Was Pa Veel Te Aangeschoten
G ebod
W ens
P otentialis (mogelijkheid)
V erbod
T wijfel
A ansporing
Ambulare
Ambulare = wandelen
Vroeger werd de brancard van de AMBULANCE al WANDELEND gedragen
Het verschil tussen this en that
Om dit verschil te onthouden, kun je denken aan I = I en A = A
ThIs = dIchtbij
ThAt = verAf
